Staats- en bestuursrecht

Van ‘Hoevelaken-doctrine’ naar ‘jurisprudence of consequences’

M.L.M. Hertogh

Post thumbnail De meeste (bestuurs)rechters besteden veel tijd aan de totstandkoming van hun oordeel, maar zijn niet geïnteresseerd in de gevolgen van hun uitspraak. Hetzelfde geldt voor veel rechtswetenschappers. Maar juist in een tijd waarin het gezag van de rechter bijna dagelijks ter discussie staat, is het belangrijk dat er meer wetenschappelijk onderzoek wordt verricht naar de doorwerking van jurisprudentie in het overheidsoptreden en dat ook de rechter zich meer gevoelig toont voor de effecten van zijn oordeel.

Opinie | Amuse
februari 2013
AA20130096

Van ‘waar bemoeit die rechter zich mee?’ tot ‘res loquitur ipsa’. De Urgenda-zaak bij de Hoge Raad

K.J. de Graaf, A.T. Marseille

Hoge Raad 20 december 2019, nr. 19/00135, ECLI:NL:HR:2019:2006, NJ 2020/41, m.nt. J. Spier, AB 2020/24, m.nt. Ch.W. Backes & G.A. van der Veen, JB 2020/37, m.nt. D.G.J. Sanderink, M en R 2020/8, m.nt. T.J. Thurlings-Rassa (Urgenda) Als er in de afgelopen jaren één (Nederlands) geschil zou moeten worden aangewezen waarover de rechter uitspraak deed en waarover veel juristen in de wereld verbaasd waren, vanwege de mate waarin de rechterlijke macht meende te kunnen interveniëren in het politieke domein, dan betreft dat het geschil tussen de Nederlandse Staat en de stichting Urgenda. Kars de Graaf & Bert Marseille annoteren de uitspraak in het kader van het themanummer over de rechter in de trias politica.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2020
AA20200955

Van bestuursrecht naar besturend recht?

I.C. van der Vlies, W. Witteveen

Auteurs doen een voorspelling op welke wijze het bestuursrecht zich in het nieuwe millennium zal ontwikkelen. De nadruk in de nieuwe verhoudingen komt minder te liggen op het bestuur als een afgebakend geheel met vaste taken, rechten, plichten, bevoegdheden. Het idee van discretionaire bevoegdheden dat zo bepalend is geweest voor het bestuursrecht past niet goed bij de nieuwe verhoudingen. Er moet voortdurend gecommuniceerd en onderhandeld worden met anderen in plaats van over vrije ruimtes te beschikken waarin een bestuur oordeelt en beslist. Communicatie is het nieuwe toverwoord, aldus de auteurs.

Rode draad | Milleniumrubriek
februari 1999
AA19990078

Van buon governo naar public governance. Juristen en openbaar bestuur in de Westerse rechtstraditie

Juristen en openbaar bestuur in de Westerse rechtstraditie

A.A. Wijffels

Post thumbnail

Een vraag die zowel rechtenstudenten als professionele juristen zou kunnen aanspreken, is de plaats van de juristen in de polis. De rol van juristen in het openbaar leven lijkt in de huidige tijd achteruit te gaan ten opzichte van de concurrentie van andere sociale wetenschappers. Die tendens zou ertoe kunnen toe leiden dat de rol van juristen uiteindelijk gereduceerd wordt tot technische uitvoering en bijstand om de beleidsbeslissingen, die stroomopwaarts van het besluitvormingsproces zijn genomen op basis van die andere expertises, in juridische teksten om te zetten. In deze bijdrage in de Rode draad ‘Historische wortels van het recht’ belicht Alain Wijffels de rol van het recht en juristen in het openbaar bestuur door de eeuwen heen.

Overig | Rode draad | Historische wortels van het recht
oktober 2013
AA20130776

Van de begraafplaats, de moskee en piëteit

Over belangenafweging in de ruimtelijke ordening

A.G.A. Nijmeijer

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 11 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1112, LJN: BX1112, nr. 201100219/1/R4

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2012
AA20120837

Van documenten die in tassen en fietsen verdwijnen

L.J.A. Damen

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 6 mei 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO8867, nr. 200305541/1, AB 2004, 200 m.nt. Stolk, JB 2004, 242, NJB 2004, p. 1265, NA 2004, 146; 6 mei 2004, nr. 200305693/1, AB 2004, 201 m.nt. Stolk, JB 2004, 243, NJB 2004, p. 1263, NA 2004, 145 Dit arrest gaat over de verhouding tussen vrijheid van bestuur voor de overheid en de openbaarheid die ditzelfde bestuur moet nastreven aan de hand van de Wet openbaarheid van bestuur.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2004
AA20040636

Van gemeentelijk verbod naar nationale norm: de juridische wenselijkheid van het fossielereclameverbod

A.S. de Vries

Post thumbnail In deze bijdrage betoogt de auteur dat het gemeentelijke fossielereclameverbod van Den Haag slechts een eerste stap is. Fossiele reclames dragen bij aan de normalisering van vervuiling en ondermijnen klimaatbeleid. Door het schadebeginsel van Mill te herlezen in communitaristisch perspectief, wordt duidelijk dat overheidsingrijpen niet alleen legitiem, maar ook noodzakelijk is. De tijd is rijp voor een nationaal fossiel reclameverbod dat recht doet aan collectieve belangen en toekomstig welzijn.

Opinie | Opiniërend artikel
januari 2026
AA20260018

Van gesloten grenzen en bescherming elders, historisch bezien: van kwaad tot erger

M.Y.A. Zieck

Dit academisch jaar, waarin het Vluchtelingenverdrag van 1951 75 jaar wordt, wijdt Marjoleine Zieck, hoogleraar International Refugee Law aan de UvA en hoogleraar Public International Law aan het Pakistan College of Law in Lahore, tien columns in Ars Aequi aan vluchtelingen en heldert zij enige van die misverstanden op. In deze column schrijft zij over gesloten grenzen en het probleem van massahervestiging en vluchtelingenopvang.

Perspectief | Column
februari 2026
AA20260151

Van het openbaar lichaam Sint Eustatius naar een onafhankelijk Statia?

P. van den Berg

Post thumbnail

Begin februari van dit jaar kwam Sint Eustatius in het nieuws omdat het onder curatele werd geplaatst. Naar aanleiding daarvan werd in de media de vraag gesteld of dit bovenwindse eiland niet beter onafhankelijk kon worden. Betoogd wordt hier dat het verlenen van onafhankelijkheid aan Caribische delen van het Koninkrijk volkenrechtelijk geen eenvoudige opgave is. Er wordt daarom voor gepleit om de idee van opsplitsing van het Koninkrijk te laten varen. De aandacht kan beter gericht worden op het verbeteren van de verhoudingen tussen de verschillende delen van het Koninkrijk.
 

Opinie | Amuse
juni 2018
AA20180446

Van marginale rechterlijke toetsing naar toetsing op maat: einde van een geconditioneerde respons?

R. Ortlep, W.S. Zorg

Post thumbnail

Bij beleids- of beoordelingsvrijheid van het bestuursorgaan is doorgaans de geconditioneerde respons dat de bestuursrechter marginaal toetst. De doctrine lijkt zich evenwel steeds meer te ontwikkelen richting een toetsing op maat. Besproken wordt of van een dergelijke ontwikkeling sprake is en, zo ja, of zij van algemene aard is.

Opinie | Opiniërend artikel
januari 2018
AA20180020

Van Monisme naar Dualisme; 18 jaar later

R. van Boxtel

In de rubriek `recht in zicht´ wordt door een oud-redacteur teruggekeken op zijn of haar artikel dat deze redacteur destijds schreef en wat de uitwerkingen van het artikel waren.Van Boxtel bespreekt zijn artikel in Ars Aequi over een dualistisch bestuursmodel op gemeentelijk niveau.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2001
AA20010739

Van Monisme naar Dualisme. Een beschouwing vanuit Amsterdam

R. van Boxtel

De gemeentewet dateert van 1851. Deze wet geeft een uniforme bestuursstructuur aan alle 808 gemeenten van Nederland. De gemeenteraad is het hoogste orgaan en de wethouders komen uit de raad en blijven raadslid. Het College van Burgemeester en Wethouders is belast met het dagelijks bestuur. De uniforme opzet is doorlopend onderhevig geweest aan kritiek. De theoretische opzet en de situatie in de praktijk blijken elkaar niet altijd te dekken. Met name de grote steden voelen dagelijks dat het College van B& W in feite het hoogste orgaan is geworden en dat de raad ‘gedegradeerd’ is tot een nog enkel controlerende instantie. Dit artikel gaat over die  verschuiving van, zoals dat heet, monisme naar dualisme. Na een inleiding, waarin enkele begrippen uitgelegd worden, volgt een terugblik op de totstandkoming van de huidige Gemeentewet. Hierna een inventarisatie van kritieken en analyses met betrekking tot de Gemeentewet en dan een nadere beschouwing van de situatie in Amsterdam. Tot slot een reactie op het vorig jaar uitgebrachte rapport van de Werkgroep Herziening Gemeentewet met daaraan gekoppeld enige conclusies.

januari 1982
AA19820001