Sociaal-economisch recht

Op hoeveel pensioen kunnen we straks nog rekenen?

K.P. Goudswaard

Post thumbnail In dit artikel schetst Kees Goudswaard (oud-voorzitter van de commissie Toekomstbestendigheid aanvullende pensioenregelingen) een beeld van de pensioenhervormingen die nu worden ingezet en analyseert de consequenties daarvan voor het pensioen dat mensen in de toekomst kunnen verwachten. Allereerst worden de achtergronden van de hervormingen geschetst. Vervolgens komen de belangrijkste veranderingen aan de orde, waarbij ook een analyse wordt gegeven van kritiekpunten en complicaties, waaronder met name het juridisch vraagstuk van de oude pensioenrechten. Kunnen die worden ingebracht in nieuwe contracten en zo ja, hoe? In de slotbeschouwing wordt een kort toekomstperspectief geschetst.

Perspectief | Perspectiefartikel
december 2011
AA20110905

Openbaarheid van ondernemingsraad

H.S.M. Kruijer

Procedure van werknemer tegen ondernemingsraad, vanwege door raad met de directie overeengekomen wijziging van zijn arbeidsovereenkomst en niet-publiceren door de raad van de verslagen van de vergaderingen.

Opinie | Opiniërend artikel
februari 1994
AA19940087

Opkomst en ondergang van het handelsrecht

R.J.Q. Klomp

Auteur bespreekt in dit artikel waarin het handelsrecht, en vooral de ondergang daarvan, als gevolg van een harmonisering met het privaatrecht aan de orde komt.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
juli 1998
AA19980725

Opnieuw: enquêtebevoegdheid ex artikel 2:346 BW bij een kapitaalvennootschap en ‘de strekking’ van het enquêterecht

Van Slotervaartziekenhuis naar SNS Reaal?

B.F. Assink

Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) 8 juli 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:2779, nr. 200.159.002/01 OK (SNS Reaal)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2015
AA20150678

Opportuun Immuun

C.C. de Kluiver, L. van Langen

Al geruime tijd lijken de arbeidsverhoudingen binnen de Europese Octrooi Organisatie (EOO) ernstig verstoord. Anonieme werknemers spreken over een schrikbewind, waarin intimidatie, torenhoge werkdruk en verregaande interne tuchtmaatregelen aan de orde van de dag zijn. Het Hof Den Haag heeft vastgesteld dat de EOO op onrechtmatige wijze het recht op staken en vakbondsvorming en communicatie heeft beperkt. De minister van Justitie heeft de betekening van dit arrest voorkomen omdat het in strijd zou zijn met het beginsel van immuniteit. Het is nog maar de vraag in hoeverre deze immuniteit in arbeidsconflicten essentieel is om het uitoefenen van officiële taken niet in gevaar te brengen. Immuniteit is immers geen vrijbrief voor willekeur, intimidatie en beperkingen op fundamentele rechten. De acties van de minister kunnen daarom als teleurstellend worden beschouwd.

Opinie | Redactioneel
oktober 2015
AA20150743

Opvolgend werkgeverschap

W.H.A.C.M Bouwens

Hoge Raad 11 mei 2012, nr. 10/05466, ECLI:NL:HR:2012:BV9603, LJN: BV9603, JAR 2012/150 (Van Tuinen/Taxicentrale Wolters)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2012
AA20120933

Opzeggen en aanzeggen, reëel en fictief: de CRvB over artikel 16 lid 3 WW

J. Riphagen

Centrale Raad van Beroep (CRvB) 28 maart 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AB0761, RSV 2001, 122; JAR 2001/67 De WW-uitkering van betrokkene, wiens arbeidsovereenkomst per 1 april 1999 wan geëindigd, werd door het Lisv tot 1 september opgeschort met toepassing van art. 16 lid 3 WW. Naar het oordeel van de CRvB dient echter de verlengde opzegtermijn voor oudere werknemers, zoals deze voor 1 januari 1999 gold, niet te worden betrokken bij de toepassing van dit artikelonderdeel. Wel valt onder de `rechtens geldende termijn´ (van opzegging) ook de aanzegtermijn van art. 7:672 lid 1 BW.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2001
AA20011004

Opzet in de Wet op de economische delicten. Beter boos dan kleurloos

D.R. Doorenbos

Post thumbnail Volgens de Hoge Raad moet ook in het economisch strafrecht de leer van het kleurloos opzet gelden. Dat uitgangspunt wordt in deze opinie ter discussie gesteld. Wie zich niet bewust is van het bestaan van een voorschrift, kan dat voorschrift niet opzettelijk overtreden. Hij begaat geen misdrijf, maar een overtreding. De aanvaarding van boos opzet past in het systeem van de Wet op de economische delicten.

Opinie | Opiniërend artikel
maart 2021
AA20210253

Organik v Dow Chemical: het achterhalen van geheim bewijs van een geheime inbreuk op een bedrijfsgeheim

Th.C.J.A. van Engelen

Hoge Raad 28 september 2018, nr. 17/01264, ECLI:NL:HR:2018:1775, IEPT20180928, BIE 2018/34, m.nt. W.J.G. Maas, NJ 2019/70, m.nt. Ch. Gielen en A.I.M. van Mierlo, IER 2019/5, m.nt. F.W.E. Eijsvogels (Organik/Dow Chemical)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2019
AA20190687

Over aansprakelijkheid van advocaten en andere beroepsbeoefenaars

R.S. Meijer

Post thumbnail

Volgens de Hoge Raad vormt schending van de zorgvuldigheidsplicht door een advocaat, indien niet hijzelf maar zijn kantoor de contractspartij is, naast wanprestatie van dat kantoor, steeds een eigen onrechtmatige daad van die advocaat jegens de cliënt. Deze opinie bestrijdt die nieuwe regel als dogmatisch dubieus, praktisch problematisch en sociaal onwenselijk. 

Opinie | Opiniërend artikel
juni 2016
AA20160441

Over bommeldingen, knokpartijen en diefstal van een paar sokken in het ontslagrecht

S.F. Sagel, A.M. Ubink

Vergeleken wordt in hoeverre het plegen van een delict in het civiele-en het ambtenarenrecht een geldige reden voor ontslag oplevert. Bezien wordt welke factoren bij de beoordeling van een ontslag om die reden meespelen. Aan de hand van twee ambtelijke ontslaggronden zal uiteen worden gezet dat de amb¬tenarenrechter onder invloed van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur altijd een nauwkeurige afweging van al die factoren vereist. De civiele jurisprudentie is niet zo eenduidig. Schrijvers onderscheiden met betrekking tot het ontslag op staande voet een 'harde' en een meer 'menselijke' lijn. Ook wordt ingegaan op de mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst na het plegen van een delict te ontbinden. In dat kader wordt gepleit voor een juist gebruik van de mogelijkheid om een vergoeding toe te kennen.

Verdieping | Studentartikel
oktober 1997
AA19970672

Over bonafide bestuurders en bewijsvermoedens die anders uitpakken dan bedoeld

M.L. Lennarts

Op de Blauwe Pagina's 'Verdraaid recht' pleit Loes Lennarts ervoor om de in artikel 36 lid 4 IW 1990 neergelegde regel dat een bestuurder alleen als hem/haar geen verwijt treft van schending van de meldingsplicht wordt toegelaten tot weerlegging van het vermoeden dat de niet-betaling is veroorzaakt door kennelijk onbehoorlijk bestuur te vervangen door de regel dat dat bij schending van de boekhoudplicht weerlegbaar wordt vermoed dat kennelijk onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak is van het onbetaald blijven van door de rechtspersoon verschuldigde belasting.

Blauwe pagina's | Verdraaid recht
juni 2024
AA20240492