Sociaal-economisch recht

Resultaat 1417–1428 van de 1734 resultaten wordt getoond

Meer ‘comfort’ gewenst van wetgever en NMa

D.J.M. de Grave

Sinds 1 januari kent Nederland een eigen volwaardig nationaal mededingingsregime in de vorm van de Mededingingswet. Auteur heeft deze wetgeving ingekleed door het te vergelijken met het Europese mededingingsrecht.

Opinie | Opiniërend artikel
september 1999
AA19990039

Melding van betalingsonmacht: geen onwrikbaar vereiste voor causaliteitsverweer bestuurder

S.M. Bartman

Hoge Raad 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1976 (X/Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 2022
AA20220207

Membran, K-tel/Gema

H. Cohen Jehoram

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (Mertens de Wilmars, Pescatore, Mackenzie Stuart, Koopmans, O'Keeffe, Bosco, Touffait), gevoegde zaken 55 en 57 /80, 20 januari 1981. Vrij verkeer van grammofoonplaten: auteursrechten

Annotaties en wetgeving | Annotatie
augustus 1981
AA19810429

Merkenrecht, daar zit muziek in!

E. Broekhuizen, A. van Oorschot

Onderstaand artikel gaat in op de vraag of een klank, danwel combinatie van klanken een merk kan zijn.

Opinie | Amuse
september 2004
AA20040594

Met alternatieve data de beurs verslaan. Mag dat?

S. van der Niet

Post thumbnail Met satellieten kan de bedrijvigheid van ondernemingen in beeld worden gebracht en met stemanalyses wordt de emotionele toestand van bestuurders gemeten. Beleggers gebruiken dit soort onconventionele informatiebronnen om meer inzicht te krijgen in markttrends en de performance van een onderneming. Vraag is hoe het gebruik van deze alternatieve data zich verhoudt tot de Europese anti-marktmisbruikwetgeving.

Verdieping | Studentartikel
november 2024
AA20240905

Minder mensen in de WAO: bezweringsformule of beleid?

R. de Waal

In dit opiniërende artikel wordt ingegaan op de instroom in van mensen die gebruikmaken van een WAO-uitkering. In het artikel wordt in het bijzonder de nadruk gelegd op mensen die aids hebben en in hoeverre dit invloed heeft op de gebruikmaking van rechten die voortvloeien uit de WAO en de Ziektewet.

Opinie | Opiniërend artikel
maart 1991
AA19910231

Minimumstraf voor merkinbreuk in strijd met EU-recht dankzij TRIPs-Overeenkomst

Th.C.J.A. van Engelen

HvJ EU 19 oktober 2023, C-655/21, ECLI:EU:C:2023:791, IEPT20231019 (G.ST.T.) (rechters: C. Lycourgos, O. Spineanu-Matei (rapporteur), J.-C. Bonichot, S. Rodin and L.S. Rossi, conclusie A-G G. Pitruzezella)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2024
AA20240168

Mio en Konektra

Zijn creatieve elementen die de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelen op een herkenbare manier overgenomen?

D.J.G. Visser

Hof van Justitie van de Europese Unie 4 december 2025, gevoegde zaken C‑580/23 en C‑795/23, ECLI:EU:C:2025:941 (Mio en Konektra)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2026
AA20260135

Misbruik van economische machtspositie onder de nieuwe Mededingingswet

J. Langer, W. Sauter

In haar eerste zaak stelde de Nederlandse Mededingingsautoriteit vast dat de NOS en de Holland Media Groep hun monopolie op programmagegevens misbruiken. Aan de hand van dit oordeel wordt ingegaan op de nieuwe Mededingingswet en in het bijzonder op het leerstuk van misbruik van een economische machtspositie.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 1999
AA19990088

Misbruik van het documentaire krediet en de bankgarantie

I. Grootenhuis

De betekenis van misbruik van het documentaire krediet en van de bankgarantie door de begunstigde als grond tot opheffing van de betalingsverplichting van de bank is reeds lange tijd voorwerp van een controverse. De vraag is in hoeverre de bank gehouden is zich te verdiepen in de onderliggende overeenkomst naar aanleiding waarvan het documentaire krediet gesteld is, teneinde te kunnen oordelen of er sprake is van misbruik. Een andere vraag betreft de interpretatie van het begrip misbruik. Omvat dit begrip alleen bedrog in de uitvoering van de onderliggende overeenkomst door de begunstigde of ook andere gebeurtenissen waardoor buiten iedere twijfel staat dat de begunstigde niets (meer) van de opdrachtgever heeft te vorderen?

Opinie | Opiniërend artikel
juni 1986
AA19860414

Misbruik van rechtspersonen

R. Harmsen

Misbruik van rechtspersonen heeft in de laatste jaren een ware stofwolk van verbazing en verontwaardiging doen opwaaien. Vooral sommige koppelbazen, die met hun malafide praktijken met BV's de overheid voor miljoenen hebben opgelicht, zorgden ervoor dat velen vraagtekens gingen plaatsen bij het functioneren van rechtspersonen. De belangen van derden worden soms opzettelijk geschonden door op bepaalde wijze gebruik te maken van rechtspersonen. De vraag hoe degene, die misbruik maakt van een rechtspersoon, aansprakelijk gesteld kan worden voor de schade, die derden daarvan ondervinden, levert verschillende antwoorden op. Hieronder zullen enkele grondslagen voor aansprakelijkheid wegen misbruik van rechtspersonen aan de orde komen.

Verdieping | Studentartikel
oktober 1984
AA19840532

Misleidende reclame

P. Neleman

Ofschoon zij reeds enige tijd geleden in werking is getreden en inmiddels blijkens persberichten al tot rechterlijke uitspraken heeft geleid, verdient de medio vorig jaar tot stand gekomen wettelijke regeling omtrent  misleidende reclame nog enige aandacht in deze rubriek. Het gaat hier om de Wet van 6 juni 1980, Stb. 304, houdende regelen omtrent de privaatrechtelijke bescherming tegen misleidende reclame (kamerstukken 13 611) die met ingang van 14 juli 1980 in werking is getreden (indien men voor de wetstekst het Staatsblad raadpleegt, dient men er wel op te letten dat daarop naderhand een belangrijke rectificatie is verschenen). De parlementaire behandeling van het wetsontwerp heeft alles bij elkaar vrij geruime tijd in beslag genomen - het wetsontwerp werd al op 18 september 1975 onder verantwoordelijkheid van de toenmalige Minister van Justitie van Agt ingediend - maar wel zijn tijdens die behandeling een aantal wijzigingen aangebracht, die maakten dat het ontwerp, dat in zijn oorspronkelijke vorm velen niet ver genoeg ging, tenslotte in beide Kamers zonder stemming kon worden aangenomen. Aldus bezien kan men toch zeggen dat hier sprake is geweest van een vruchtbare samenwerking tussen Regering en Staten-Generaal. Tot slot van deze inleiding verdient voorts nog vermelding dat er tijdens de parlementaire behandeling reeds veel aandacht aan het wetsontwerp is besteed; te noemen vallen onder meer de artikelen van Verkade in NJB 1976, p. 357 e.v. en NJB 1979, p. 458 e.v. alsmede dat van Slagter in TVVS 1980, p. 37 e.v. In deze artikelen vindt men, behalve uitgebreide verwijzingen naar verdere literatuur, beschouwingen over de inhoud van het ontwerp in de verschillende stadia van behandeling.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
januari 1981
AA19810022

Resultaat 1417–1428 van de 1734 resultaten wordt getoond