Resultaat 109–120 van de 1738 resultaten wordt getoond
I. Graef
Uitdaging voor het mededingingsrecht is de juiste rol te vinden in een samenleving die steeds meer beïnvloed wordt door ‘big tech’. In hoeverre nieuwe regelgeving wenselijk is of een versterking van bestaande mededingingsconcepten volstaat, hangt vooral af van de flexibiliteit waarmee mededingingsautoriteiten en rechters bereid zijn de regels te interpreteren.
Bijzonder nummer | Concurrentiejuli 2020AA20200716
H.J. de Kluiver
De vrijheid van meningsuiting heeft het soms moeilijk in verenigingsverband. Harm-Jan de Kluiver geeft er een beestachtig voorbeeld van in deze amuse.
Opinie | Amusejuni 2023AA20230398
C.J.H. Jansen, J.J.J. Sillen
Onderzoek naar de invloed van EVRM op het migratierecht, erfrecht, overheidsaansprakelijkheidsrecht, sociaal recht en het strafrecht. Alle artikelen sluiten aan bij actuele thema’s, zoals de aardbevingsschade in Groningen, het debat over TBS longstay en de vluchtelingencrisis.
9789069167879 - 01-09-2016
T.A. Keijzer, M.J.P. de Zwart
Ius est ars boni et aequi. Deze kunst van het billijke vraagt om belangenafwegingen, ook in het ondernemingsrecht. Daarbinnen zijn bestuurders en commissarissen belangrijke actoren; zij organiseren en controleren de activiteiten van de vennootschap. Daarvoor zijn zij alleen in privé aansprakelijk als hen een (persoonlijk) ernstig verwijt treft. Verschillende wetenschappelijke disciplines bieden belangrijke legitimeringen voor die benadering. Specifiek ten aanzien van start-ups geldt dat bestuurders zich in een dynamische context bevinden waar vaak substantiële risico’s worden genomen. Uit jurisprudentieonderzoek blijkt echter dat deze start-upcontext (nog) niet altijd (voldoende) wordt meegenomen. Voor een goede balans mag het aansprakelijkheidskader van commissarissen bovendien niet strenger zijn dan dat van bestuurders.
Verdieping | Verdiepend artikeloktober 2026AA20260826
Chr.P. Verwer
In dit artikel worden de juridische aspecten van het openbaar vervoer besproken. Aan bod komen onder andere de omschrijving van openbaar vervoer, nationale en internationale regelingen die van toepassing zijn. Ook wordt er besproken hoe een overeenkomst van binnenlands openbaar vervoer tot stand komt op basis van welke overeenkomst het meeste gereisd wordt. Ook de OV-studentenkaart komt aan bod. Tenslotte wordt er ingegaan op de aansprakelijkheid van de vervoerder.
Bijzonder nummer | Vervoersrechtmei 1993AA19930388
L.J.C.M. Le Blanc
In dit artikel wordt de ontwikkeling van de rechtseconomie beschreven door in te gaan op de wijze waarop de publieke sector rechtseconomisch wordt bestudeerd. Waar dit voorheen voor het grootste gedeelte op macro-economische schaal ging, gebeurt dit thans op meer micro-economisch niveau waarbij m.n. de sociale zekerheid besproken wordt.
Bijzonder nummer | Rechtseconomieoktober 1990AA19900654
S.M. Bartman
Hoge Raad 22 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1283 (NVM/Fundabelang)
Annotaties en wetgeving | Annotatiefebruari 2024AA20240143
J.C. Schultsz
In dit artikel wordt een nieuwe wet inzake het internationaal privaatrecht besproken, te weten 'Enige bepalingen van internationaal privaatrecht met betrekking tot het zeerecht en het binnenvaartrecht'. In deze wet komen moderne verwijzingsregels voor die niet alleen bepalen wanneer de Nederlandse wet op een bepaalde vervoersovereenkomst van toepassing is.
Bijzonder nummer | Vervoersrechtmei 1993AA19930351
R. Cleton
Nederland is partij bij een groot aantal verdragen op het gebied van het vervoerrecht. De inhoud van de meeste verdragen is in Boek 8 BW verwerkt. Dit artikel gaat in op de wijze waarop de verdragsregels in Boek 8 zijn geïncorporeerd en de kritiek die is geleverd op de door de wetgever gevolgde methode. Tevens wordt stilgestaan bij het bekende Portalon-arrest van de Hoge Raad en het antwoord daarop van de wetgever. Hoewel men een vraagteken kan zetten bij de wenselijkheid van de incorporatie van rechtstreeks werkende verdragsbepalingen in Boek 8, zijn er argumenten die pleiten ten gunste van deze methode van implementatie van verdragen.
Bijzonder nummer | Rechtsharmonie - Wetsharmoniemei 1996AA19960332
P. van Schilfgaarde
HR 27 november 1981, RvdW 1981, 157 (mrs. Ras, Snijders, Royer, Martens, De Groot). Pensioenverevening bij echtscheiding en scheiding van tafel en bed.
Annotaties en wetgeving | Annotatienovember 1982AA19820665
M.J.G.C. Raaijmakers
Hoge Raad 20 april 2018, nr. 16/04091, ECLI:NL:HR:2018:652 (Boskalis Holding BV/Fugro NV)
Annotaties en wetgeving | Annotatieoktober 2018AA20180822
J.B. Spath
Over het samenspel van intellectuele-eigendomswetgeving en het BW, in het bijzonder bij de goederenrechtelijke duiding van ‘opeising’ van octrooien.
9789069166834 - 02-10-2015