Rechtstheorie

Rechtsgeleerdheid ≈ wetenschap

W.J.M. Voermans

Opinie | Column
mei 2011
AA20110361

Rechtshandelingen als taalhandelingen

J.C. Hage, H.D.S. van der Kaaij

Post thumbnail In dit artikel geven Hester van der Kaaij en Jaap Hage een begin van een algemene theorie over rechtshandelingen. Zij willen laten zien dat het bezien van rechtshandelingen als een speciaal soort taalhandelingen het inzicht kan vergroten in de aard van rechtshandelingen in het algemeen. Daartoe gaan zij eerst iets dieper in op de algemene theorie met betrekking tot taalhandelingen, om vervolgens parallellen te trekken met rechtshandelingen zoals deze traditioneel in het recht worden beschouwd. Ten slotte gaan ze kort in op één van de implicaties voor het recht van de opvatting dat rechtshandelingen taalhandelingen zijn.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2012
AA20120712

Rechtstheoretisch onderwijs: problematisering van de rechtsdogmatiek

P.J.E. Counet

Onderwijs
maart 1982
AA19820131

Scholtens Algemeen Deel

H. Huiskes

Als wij de opmerkingen van Langemeijer lezen, dat met betrekking tot de rechtsvinding de invloed van het werk van Scholten nog altijd van beslissende betekenis is en dat sinds Scholten zijn opvatting voor het eerst in zijn Algemeen Deel voluit ontwikkelde, niet gezegd kan worden dat een principieel andere mening tegenover de zijne is geplaatst, clan is hiermee het belang van Scholten voor de rechtsvinding van gezaghebbende zijde uitgesproken. Deze wordt nog groter wanneer Langemeijer, zich baserend op de rechtsvindingsanalyse van Polak, tot de conclusie komt da t ook de praktijk uitwijst dat de rechtsvinding geschiedt in de geest van Paul Scholten. Het is ook niet de bedoeling van dit artikel het gewicht van het Algemeen Deel voor theorie en praktijk der rechtsvinding in twijfel te trekken, noch om de gehele rechtsvindingstheorie van Scholten van een pretentieus oordeel te voorzien. Slechts enkele aspecten van de methode en het probleem der rechtsvinding komen hi er ter sprake.

juni 1971
AA19710293

Soevereiniteit

M. de Blois

Post thumbnail In deze bijdrage onderzoekt Matthijs de Blois de verschillende gezichten van het concept soevereiniteit, door de geschiedenis van de ontwikkeling ervan uiteen te zetten en enkele actuele onderwerpen aan bod te laten komen.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 2014
AA20140025

Statische en dynamische rechtsfeiten

J.C. Hage

Post thumbnail In deze bijdrage wordt de aandacht van de lezer gevraagd voor een ander aspect van de werking van rechtsregels, namelijk dat sommige regels betrekking hebben op tijdloze relaties tussen feiten, terwijl andere rechtsregels betrekking hebben op de dynamiek van het recht. Dit gegeven vindt zijn weerklank in een onderscheid tussen twee soorten rechtsfeiten waaraan tot nog toe niet of nauwelijks aandacht werd besteed in Nederland, namelijk het onderscheid tussen statische en dynamische rechtsfeiten. In het artikel wordt eerst ingegaan op hoe de werking van regels kan leiden tot nieuwe feiten. Daarna komt het onderscheid aan de orde tussen statische en dynamische rechtsfeiten en – in het verlengde daarvan – tussen statische en dynamische rechtsregels.

Verdieping | Studentartikel
februari 2009
AA20090091

Taal en recht of het interpretatieprobleem

Interpretatie van overeenkomsten

De te ruime titel boven deze bijdrage is niet van mij en behoeft correctie. De vele problemen die onder het hoofd ‘Taal en recht’ kunnen worden samengevat en waarvan, anders clan de titel suggereert, het interpretatieprobleem er slechts één is, komen hier nauwelijks ter sprake en het interpretatieprobleem alleen voorzover het overeenkomsten betreft. Anderzijds is bij interpretatie de taal, hoe belangrijk ook, altijd maar één kant van de zaak. Het woord van wet of overeenkomst is voor de jurist geen vrijblijvende taaluiting - gesteld dat zoiets kan bestaan - ; het vindt zijn verklaring nooit alleen in de context van de taal maar mede in die van het juridische systeem, de sociale structuren en de economische verhoudingen.

februari 1967
AA19670102

Toetsing, steen der wijzen of des aanstoots?

J.J.E. Schutte

‘We obey the law not neccssarily because we think that the law is right, but because we think it is right to obey the law’. Deze constatering, hoe fundamenteel ook voor de existentie van een democratisch gestructureerde gemeenschap, mag geen afbreuk doen aan de voor de progressie van deze gemeenschap noodzakelijke ontwikkeling van een kritisch rechtsgevoel. Voorstellen, om onder het hoofd rechtsbescherming van de individuele burger de formele wet aan toetsing aan algemene rechtsbeginselen door een op papier onafhankelijke instantie te onderwerpen, zouden een bijdrage kunnen vormen tot een dergelijke ontwikkeling. Men moet echter wel beseffen dat de institutionalisering van een dergelijke toetsingsvorm niet alleen een juridisch-technische ingreep is, maar ook verdergaande implicaties kan hebben. Wanneer men stelt dat de formele wet als uitdrukkingsvorm van de centrale overheid (c) aan rechterlijke toetsing aan bovenwettelijke beginselen (a) moet worden blootgesteld, om hiermee de rechtsbescherming (b) van de individuele burger (d) in ruimere mate te garanderen, dan stelt men een problematiek aan de orde die door 4 variabelen en het evenwicht van hun onderlinge verhoudingen en interacties wordt beheerst: (a), (b), (c) en (d) corresponderen respectievelijk met standpuntbepalingen ten aanzien van de inhoud van de begrippen ethiek, recht, staat en individu. De politieke werkelijkheid wordt geanalyseerd door verschillende disciplines, die hun eigen methode leveren voor de bestudering van onze vier begrippen en hun onderlinge relaties. Zo geeft de synthese van moraal-filosofische (ethiekrecht), juridische (recht-staat), sociologische (gemeenschap-individu) en sociaal-psychologische (individu-ethiek) inzichten en factoren een wetenschappelijk beeld van het dialectisch politiek klimaat, ‘de mentaliteit’ van een bepaalde historische gemeenschap. Wij willen aantonen, dat het politiek evenwicht, door de eventuele invoering van de voorgestelde toetsingsmogelijkheid, waarschijnlijk op meerdere fronten de gevolgen van een gewijzigd inzicht zal moeten dragen. Het is onze bedoeling om schematisch een inventarisatie te geven van verschillende opvattingen over de hierboven aangeduide basiscomponenten van een politiek systeem en hun onderlinge dialectische relaties. Een groot aantal bronvermeldingen kan de geïnteresseerde lezer de weg openen zich verder in de materie te verdiepen. Aan de hand van voorbeelden uit Frankrijk hopen we aan te tonen hoe voorzichtig men moet zijn bepaalde, in een ander politiek systeem geïntegreerde juridische vormen in abstracto (rechts-)vergelijkend getransponeerd te denken in het eigen politiek systeem, of, geënt op het eigen politiek klimaat, te bekritiseren.

januari 1970
AA19700471

Van absoluut naar relatief: pleidooi voor een paradigmaverschuiving bij verpanding van vorderingen

A.J.H. Smit

Post thumbnail Deze dissenting opinion stelt het uitgangspunt ter discussie dat de vestiging van een pandrecht op een vordering een absoluut recht oplevert.

Rode draad | Dissenting opinions
mei 2024
AA20240470

Voedsel en recht in de jagers-verzamelaarssamenleving van de Inuit

C.J. Bastmeijer, W.C.E. Rasing

Post thumbnail

Als één van de laatste artikelen van de Rode draad ‘Voedsel en recht’ maken wij een uitstap naar een samenleving waarin jacht en voedsel nog in sterke mate het dagelijks leven bepaalden: de traditionele Inuit (Eskimo’s). Welke regels over voedsel kenden zij? En kunnen deze normen ons iets vertellen over de relatie tussen de mens en de natuur als voedselbron en tussen mensen onderling in een jagers-verzamelaarssamenleving?

Rode draad | Voedsel & Recht
oktober 2014
AA20140761

Wetsinterpretatie en rechtsvorming

F.T. Groenewegen

De wetgever stelt de wetten vast. De rechter past deze toe. Soms is het echter niet duidelijk wat een wet precies voorschrijft. De rechter moet dan de wet interpreteren. De vraag is hoe hij dat dient te doen. Moet hij zich aan de tekst van de wet houden? Welke interpretatiemethoden kan hij gebruiken? Soms resulteert interpretatie in rechtsvorming. Dat roept ook weer de nodige vragen op. Wanneer is er bijvoorbeeld sprake van rechtsvorming?

Literatuur | Proefschriftbijdrage
januari 2007
AA20070091