Mensenrechten

Het Europese Hof over hulp bij suïcide

G. den Hartogh

In het recente Pretty-arrest heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens vastgesteld dat onder het EVRM staten het recht hebben om hulp bij suïcide categorisch te verbieden. De overwegingenvan het Hof maken duidelijk hoe het recht op leven (art. 2) opgevat moet worden: het recht beschermt niet de vrijheid om zelf over leven en dood te beschikken, en zelfs niet het subjectieve belang van de rechthebbende, maar het leven als een objectief rechtsgoed. Toch wordt legalisering van hulp bij suïcide en euthanasie daarmee niet uitgesloten. De mogelijke rechtvaardiging daarvoor zou via het recht op een privé-leven (art. 8) moeten lopen. Bij legalisering geldt de eis dat kwetsbare personen worden beschermd, maar staten hebben een zekere beoordelingsvrijheid om te bepalen of dat het geval is.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2003
AA20030096

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens: luctor et emergo

M. Kuijer

Post thumbnail Het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) is zonder twijfel één van de meest succesvolle mensenrechtendocumenten. Het is van toepassing in 18 tijdzones op meer dan 800 miljoen justitiabelen. Het Europees Hof voorde Rechten van de Mens (EHRM) heeft een werkvoorraad van om en nabij de 100.000 dossiers. Maar het Straatsburgse Hof moet het doen met een budget van omstreeks 53 miljoen euro. In 2001 publiceerde ik in Ars Aequi een tweeluik waarin ik stilstond bij het succes van de afgelopen 50 jaar EVRM en vooruitblikte op de grote uitdagingen voor het EHRM in de komende 50 jaar. Dit artikel is een vervolg daarop. Hoe moet het verder met het EHRM en de immer groeiende werklast? Gaat Rusland het 14e Protocol nog ratificeren? Wat zal de impact zijn van toetreding van de EU tot het EVRM? Is vasthouden aan een reële nulgroei van het budget van de Raad van Europa nog realistisch?

Verdieping | Studentartikel
juni 2008
AA20080424

Het EVRM

J.H. Gerards

Overig | Rode draad | Canon van het Recht
oktober 2010
AA20100726

Het EVRM en de onpartijdige strafrechter

M.I. Veldt

In dit artikel wordt een proefschrift beschreven waarin de onpartijdige strafrechter is onderzocht in het licht van het EVRM. Er wordt ingegaan op de theoretische waarborgen in het Nederlandse recht voor de onpartijdigheid van de rechter. Ook wordt er onderzocht in hoeverre concrete zaken de toetsing door het EHRM doorstaan.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
december 1997
AA19970897

Het EVRM en de partij-getuige

G.R. Rutgers

Hoge Raad 19 februari 1988, nr. 13151, ECLI:NL:HR:1988:AD0203, NJ 1988, 725 (Dombo Beheer BV/Nederlandse Middenstandsbank NV) Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM/ECHR) 27 oktober 1993, Application no. 14448/88, ECLI:CE:ECHR:1993:1027JUD001444888 (Dombo Beheer BV/The Netherlands) Twee uitspraken, zowel van de Hoge Raad (19-2-1988) en het EHRM (27-10-1993) worden besproken. De uitspraak van het EHRM volgt op de uitspraak van de Hoge Raad. Het gaat i.c. om de partij als getuige. Onder het oude recht stond het OBW en het oude Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering niet toe. I.c. heeft de (oud) directeur van een bv niet kunnen getuigen. Volgens het EHRM is dit in strijd met de regels van een eerlijk proces. Het EHRM kent geen 'minnelijke genoegdoening' (schadevergoeding) toe omdat indien de getuigenis wel had plaatsgevonden niet zeker was of de verliezende partij in dat geval gewonnen had.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 1994
AA19940758

Het EVRM: het absolute minimum of het maximum aan bescherming?

J.G.H. Altena-Davidsen, F. Kartner

De houding van Nederland ten opzichte van het EVRM lijkt te zijn veranderd onder het inmiddels demissionaire kabinet Rutte I. Het EVRM lijkt van een absoluut minimum het maximum aan bescherming te zijn geworden; deze ontwikkeling proberen wij te verklaren. De nieuw te vormen regering moet volgens ons een eigen visie hebben op grondrechtenbescherming en op basis daarvan een standpunt bepalen over het EVRM en andere verdragen.

Opinie | Opiniërend artikel | Redactioneel
juni 2012
AA20120413

Het gelijkheidsbeginsel buiten spel gezet?

A. van Veen, R. de Winter

Eind 1995 deed het Europese Hof van Justitie uitspraak in de zaak-Bosman. Hoewel de praktijk van het maken van onderscheid tussen deelnemers van sporten aan de kaak werd gesteld vallen verschillende groepen van sporters nog buiten het bereik van het Bosman-arrest. In dit artikel zal het gelijkheids¬beginsel worden gebruikt als toetssteen voor bestaande regelingen en praktijken in de sport, die het maken van onderscheid meebrengen.

Overig | Rode draad | Sport en recht
juni 1996
AA19960415

Het Gemeenschapsrecht staat niet eraan in de weg dat de dienstplicht alleen voor mannen geldt

K.J.M. Mortelmans

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 11 maart 2003, zaak C-186/01, ECLI:EU:C:2003:146 (Alexander Dory/Bondsrepubliek Duitsland) In de noot bij dit arrest is aan de orde in hoeverre een dienstplicht die alleen voor heren geldt in strijd is met het gemeenschapsrecht van gelijke behandeling.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2003
AA20030685

Het homohuwelijk onder het EVRM

R.J.B. Schutgens

Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM/ECHR) 24 juni 2010, Appl. no. 30141/04, ECLI:CE:ECHR:2010:0624JUD003014104 (Schalk & Kopf tegen Oostenrijk). Het EVRM verplicht de verdragsstaten niet tot openstelling ven het huwelijk voor homoparen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2011
AA20110299

Het ijzeren geheugen van internet

A.W. Hins

Wil je weten wat er terecht gekomen is van een ex-klasgenoot? Een voor de hand liggende methode om daar achter te komen is het inschakelen van een zoekmachine op het internet. Binnen enkele seconden ontdek je dat hij vorig jaar als tweede is geëindigd bij een zeilwedstrijd op de Loosdrechtse Plassen. Of je vindt tal van brieven die hij heeft ondertekend als secretaris van een actiegroep tegen de bioindustrie. Voor het recht om ongehinderd inlichtingen en denkbeelden te ontvangen (art. 10 EVRM) is deze gemakkelijke toegang tot informatie natuurlijk gunstig. Er is echter ook een keerzijde.

Bijzonder nummer | Internet & recht | Verdieping | Studentartikel
juli 2008
AA20080558

Het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van Discriminatie van Vrouwen (IVDV)

J.H.J. de Wildt

Bijdrage bij de rode draad `Op zoek naar gefeminiseerd recht´ waarbij het in 1991 in werking getreden `Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van Discriminatie van Vrouwen´ (IVDV) besproken. Aan de orde komen de voorgeschiedenis en totstandkoming van het Verdrag, de hoofdzaken van de verdragsinhoud, de goedkeuring van het Verdrag voor het Koninkrijk en de toezicht op de naleving van het Verdrag.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving | Overig | Rode draad | Op zoek naar gefeminiseerd recht
mei 1992
AA19920259

Het legaliteitsbeginsel in Straatburgs perspectief

J. de Hullu

Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM/ECHR) 22 november 1995, Application no. 20190/92, ECLI:CE:ECHR:1995:1122JUD002019092 (C.R. v. the United Kingdom) Het Europese Hof benadrukt het prominente belang van het strafrechtelijke legaliteitsbeginsel. Strafbaar gedrag moet duidelijk in het recht zijn omschreven, en dat recht moet aan diverse kwalitatieve vereisten zoals toegankelijkheid en voorzienbaarheid voldoen. Extensieve interpretatie is problematisch. Dit alles neemt echter niet weg dat het wel mogelijk en in het licht van het legaliteitsbeginsel toelaatbaar is om regelgeving over strafrechtelijke aansprakelijkheid door interpretatie geleidelijk te verhelderen en aan gewijzigde om¬standigheden aan te passen, wanneer die ontwikkeling tenminste overeenstemt met de essentie van het delict en redelijkerwijs te voorzien was.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juli 1996
AA19960508