Mensenrechten

Individuele zaken, algemene praktijk van schendingen en de Straatsburgse geldingsdrang

In dit artikel wil de auteur belichten dat er bij een systematische schending van het EVRM een onduidelijkheid is met betrekking tot de taken van het Hof voor de Rechten van de Mens. De vraag is of het Hof elke schending apart moet behandelen of dat er een collectieve behandeling kan zijn, volgens auteur wordt hier tamelijk willekeurig gebruik van gemaakt.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2000
AA20000097

Internationale rechtshulp onder het ontwerp-statuut voor een permanent internationaal strafhof

Amnesty International, L. van Troost

In juni 1998 opent in Rome de diplomatieke conferentie ter oprichting van een internationaal strafhof. In een tijdsbestek van enkele weken zal de conferentie het statuut van dit nieuwe permanente hof moeten vaststellen. Een relatief korte periode van onderhandelingen op basis van een ontwerp-statuut van de International Law Commission uit 1994 is hieraan voorafgegaan. In die onderhandelingen waren de heikele en in het oog springende onderwerpen de materiële rechtsmacht, de onfhankelijkheid van de aanklager en de rol van de veiligheidsraad als initiator van of blokkade bij onderzoek en vervolging. Maar voor het effectieve functioneren van het toekomstige hof is het regime van internationale rechtshulp dat in het statuut vorm krijgt minstens zo belangrijk.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 1998
AA19980030

Interstatelijke solidariteit in het Europese Migratie- en asielpact

L. Hillary

Post thumbnail Eén van de onderdelen van het Europese Migratie- en asielpact (Pact), dat in juni 2026 in werking treedt en het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel hervormt, is een nieuw solidariteitsmechanisme. Dit  solidariteitsmechanisme is verplicht, maar ook flexibel, en getuigt niet van een interstatelijke solidariteit. Om die reden zal het solidariteitsmechanisme van het Pact waarschijnlijk niet de mensenrechtelijke problemen oplossen die momenteel bestaan binnen het Europese asielrecht.

Opinie | Opiniërend artikel
januari 2026
AA20260024

Is er nog toekomst voor de Afdeling bestuursrechtspraak?

J. Paulussen, A.C.L. Zwalve

In dit redactionele artikel wordt stilgestaan bij de onafhankelijkheid van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State en de twijfels daarbij door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens vanwege de wetgevingswerkzaamheden van de Raad van State.

Opinie | Redactioneel
september 2001
AA20010603

Israëlische verhoormethoden: te beoordelen door rechter of door wetgever?

W. Smit

De uitspraak van het Israëlische Hooggerechtshof van 6 september 1999 ‘Interrogation Practices of theGeneral Security Service’ handelt over de rechtmatigheid van de door de General Security Service verrichte verhoren van verdachten van terroristische aanslagen. Bij het beoordelen van de rechtmatigheidvan de door de General Security Service aangewende verhoormethoden ontstaat er een dilemma. Er zijnnamelijk twee conflicterende belangen waartussen een evenwicht moet worden gevonden. Enerzijds is erhet belang van het veiligstellen van de menselijke integriteit van de verdachten. Anderzijds is er de behoefte in een democratische staat, zoals Israël, criminaliteit in het algemeen en terroristische aanslagenin het bijzonder te bestrijden. Daarbij is het ondervragen van verdachten onontbeerlijk. Echter, hoe ver mag een ondervrager gaan tijdens een verhoor? Door deze twee conflicterende belangen is deze uitspraak van het Israëlische Hooggerechtshof zeer interessant. De genoemde belangen roepen namelijk niet alleen juridische maar ook maatschappelijke, ethische en politieke vragen op. Juridisch gezien acht het Hof de door de General Security Service toegepaste verhoormethoden onrechtmatig. Maar is daarmee de kous af?

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2001
AA20010242

Jos Silvis

M. Samadi, E.F. Verheul

Post thumbnail Ars Aequi sprak met Jos Silvis, voormalig advocaat-generaal bij de Hoge Raad en sinds 2012 rechter bij het EHRM in Straatsburg. Wij vroegen hem naar zijn studie en carrière en vroegen om tips voor rechtenstudenten.

Blauwe pagina's | Bijzondere juridische ervaringen
december 2014
AA20140888

Juridisch Actienetwerk

Amnesty International

In dit artikel willen wij u confronteren met een zaak waar de mensenrechtenactivisten van Amnesty International zich voor inzetten.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 1999
AA19990737

Jurisprudentie Informatiegrondrechten 1976-2013 (Digitaal boek)

A.M. Klingenberg

Post thumbnail De belangrijkste uitspraken op het gebied van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de uitingsvrijheid door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het Hof van Justitie van de EU, de Hoge Raad, de Raad van State, de Centrale Raad van Beroep en De Nationale ombudsman.

9789069167480 - 13-01-2014

Juristen vrij

De beroepsgroep juristen van Amnesty International

Juristen gewetensgevangenen Dr. Jorge Mario Domingo Marco, 44, was lid van de Peronistische Beweging in Argentinië. Als advocaat voerde hij vaak de verdediging van politieke gevangenen. 11 november 1974 werd hij gearresteerd te Catamarca. In augustus 1974 was hij lid geweest van een commissie van advocaten en internationale organisaties die een onderzoek deed naar beweringen dat een groep gevangenen door het leger zou zijn doodgeschoten. In het rapport dat de commissie uitbracht werd verklaard dat de lichamen van de gevangenen de sporen van kogelgaten en martelingen vertoonden. Dr. Marco werd gearresteerd tijdens de verdediging van een cliënt voor de rechtbank, in dezelfde maand als waarin het rapport verscheen. Momenteel wordt hij gevangen gehouden in de La Plato gevangenis. Er zijn aanwijzingen dat het met zijn gezondheid slecht gesteld is en dat hij geopereerd dient te worden wegens een hersenbloeding. Hij heeft een visum voor Zwitserland, maar het recht van vrijwillige ballingschap ( derecho de opción) wordt hem geweigerd.

september 1981
AA19810479

Justice must not only be done; it must also be seen to be done

M. Geerdink, H. van der Tas

In redactionele artikel wordt de invoering van het elfde protocol van het EVRM besproken waardoor de procedures voor het EHRM aanzienlijk verkort worden mede als gevolg van het permanent zitten van deze hoge Europese rechter.

Opinie | Redactioneel
januari 1998
AA19980004

Justitie en het overmannen van vrouwen

H.W.J. Droesen

Onder publicitaire aanvoering van Jeanne Doomen vragen vrouwen aandacht voor verkrachting. In het bijzonder van justitie. Uit feministische hoek verschijnt de laatste jaren veel over sexueel geweld tegen vrouwen. Befaamd is het boek van Susan Brownmiller, Against our Will, New York. 1975. Het meest recent: Jeanne Doomen, Heb je soms aanleiding gegeven? Handleiding voor slachtoffers van Verkrachting bij confrontatie met politie en justitie, Feministische uitgeverij Sara. 1978: het kost f 8.50. Ik zal veel naar dit boekje verwijzen (en de titel van mijn bijdrage is daaruit gestolen. p. 44). Vrijwel ieder bewustwordingsproces verloopt via geruchtmakende gevallen. Ik noem de bekendste namen: Joanne Little. Claudia Caputti, Noreen Winchester en - in Nederland - Manuela Cabral en Marcelle uit het Hells Angels-proces.

Meesters-column
januari 1979
AA19790016

Justitie en het overmannen van vrouwen II: een reaktie

J. Doomen

In zijn artikel ‘Justitie en het overmannen van vrouwen' (Ars Aequi januari 1979) verwijt mr. H. Droesen Jeanne Doomen het volgende: door haar boeken en artikelen zou zij vrouwen ongeruster maken over seksueel geweld dan nodig is, de door haar opgewekte of althans aangewakkerde onrust zou leiden tot (de roep om) zware straffen en de vrouwenbeweging zou niet met alternatieve reactie op verkrachting op de proppen komen. Dit is de reactie van Jeanne Doomen op dit verwijt.

Opinie | Reactie/nawoord
maart 1979
AA19790131