Mededingingsrecht

Innovatie als een tegenmacht in het Europese mededingingsrecht

L.M.F. Hummel

In haar proefschrift onderzoekt Lisanne Hummel hoe innovatie in digitale markten beter kan worden begrepen en toegepast binnen het mededingingsrecht. Zij constateert dat het Europese mededingingsrecht niet scherp definieert wat onder ‘innovatie’ wordt verstaan, noch hoe innovatieprocessen in digitale markten precies werken. Haar uitgangspunt is dat een beter begrip van deze processen noodzakelijk is om innovatie effectief te beschermen.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
maart 2026
AA20260250

Is economisch bewijs een garantie voor een kwalitatief beter mededingingsrecht?

R. Van den Bergh

Post thumbnail De introductie van een meer economische benadering heeft de verwachting gecreëerd dat het gebruik van economische inzichten de kwaliteit van het mededingingsrecht kan verbeteren. Ofschoon het juist is dat de economische theo¬rie kan helpen bij de interpretatie van de relevante mededingingsrechtelijke vragen is toch voorzichtigheid geboden. Economische modellen gaan uit van veronderstellingen die subjectieve keuzes impliceren. Ook moet worden gewaarschuwd voor het gebruik van empirisch bewijs wanneer de beschikbaarheid van data de uitkomst van een rechtszaak beïnvloedt.

Bijzonder nummer | Concurrentie
juli 2020
AA20200672

Is the snake eating the elephant? China’s Lenovo koopt IBM

Rechtsvraag (320) Mededingingsrecht

P.J. Slot

In de casus bij deze rechtsvraag worden vragen gesteld rondom een internationaal mededingsingsrechtelijk probleem.

Perspectief | Rechtsvraag
maart 2005
AA20050187

Is the snake eating the elephant? China’s Lenovo koopt IBM

Beantwoording rechtsvraag (320) Mededingingsrecht

P.J. Slot

Aan de hand van een mededingingsrechtelijke casus wordt een aantal vragen gesteld en beantwoord.

Perspectief | Rechtsvraag
september 2005
AA20050771

Juridisering van het internet: eender als of anders dan gebruikelijk

F.W. Grosheide

In dit artikel wordt door de auteur allereerst ingegaan op de verschillen tussen de werkelijke wereld (offline) en de virtuele wereld (online) waarbij de auteur tot de conclusie komt dat er in de loop van de jaren geen verschil meer bestaat tussen deze twee werelden en het internet gelijk is komen te staan met de echte wereld. De auteur komt tot deze conclusie omdat er voor de internetwereld gelijksoortige regels gelden als voor de werkelijke wereld. In het tweede gedeelte van het artikel gaat de auteur in op de regulering die op internet plaats zou moeten vinden. De auteur gaat daarbij in op informatie-, communicatie, informatica- en mediarecht. De auteur komt tot de conclusie dat een samenspel tussen overheids- en zelfregulering het meest wenselijk is.

Bijzonder nummer | Internet & recht | Verdieping | Studentartikel
juli 2008
AA20080500

september 2006

Katern 100: Mededingingsrecht

J.M.M. van de Hel

december 2006

Katern 101: Mededingingsrecht

J.M.M. van de Hel

maart 2007

Katern 102: Mededingingsrecht

J.M.M. van de Hel

juni 2007

Katern 103: Mededingingsrecht

J.M.M. van de Hel

september 2007

katern 104: Mededingingsrecht

J.M.M. van de Hel

december 2007

Katern 105: Mededingingsrecht

J.M.M. van de Hel

maart 2008

Katern 106: Mededingingsrecht

J.M.M. van de Hel