Internationaal Europees en buitenlands recht

De volgende 50 jaar voor het EVRM — deel II

M. Kuijer

Dit is het tweede gedeelte van een artikel over vijf grote uitdagingen voor het EHRM in de nabije toekomst. Het EVRM heeft afgelopen 4 november 2000 zijn vijftigste verjaardag gevierd. In die 50 jaar is het EVRM uitgegroeid tot een van de meest belangrijke internationale documenten voor de Nederlandse rechtsorde, maar de `burden of success´ weegt zwaar op de Straatburgse schouders.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 2001
AA20010892

De volkenrechtelijke basis voor optreden tegen IS op Syrisch grondgebied: een juridisch mijnenveld

D.A. Dam-de Jong

Post thumbnail

In januari van dit jaar ging de Tweede Kamer akkoord met het besluit van het kabinet om luchtaanvallen in te zetten op strategische doelen en aanvoerlijnen van IS in Syrië. De vraag die in dit stuk centraal staat is of dit besluit berust op een adequate rechtsgrondslag. 

Opinie | Opiniërend artikel
september 2016
AA20160601

De volkenrechtelijke implikaties van de militaire operatie van de Verenigde Staten in Iran

O.H. Holman

Zelfverdediging volgens artikel 51 van het Handvest der Verenigde Naties of onrechtmatige daad?

oktober 1982
AA19820576

De Wereldconferentie op het gebied van de rechten van de mens van Wenen 1993

P. van Weerelt

Artikel over de Wereldconferentie Mensenrechten in 1993 in Wenen. In het artikel worden drie onderwerpen behandeld die op de conferentie aan de orde kwamen te weten: universaliteit, de relatie mensenrechten, democratie en ontwikkeling en de mogelijke instelling van een Hoge Commissaris voor de Mensenrechten.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 1994
AA19940018

De wetgeving inzake goedkeuring en uitvoering van het Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen en het Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme

J.J. Wiarda

Dit artikel behandelt de nieuwe wetgeving inzake terrorismebestrijding.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
oktober 2002
AA20020766

De wisselwerking tussen Europees en nationaal bestuursrecht: nog geen probleemloos samengegaan

M. Scheltema

In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag hoe de onderlinge verhouding tussen Europees en nationaal bestuursrecht het best vorm kan krijgen. Daarbij staat het algemeen deel van het bestuursrecht of wat daartoe zou kunnen behoren centraal. Duidelijk zal worden dat keuzes gemaakt moeten worden, omdat er wel degelijk het gevaar bestaat dat de ontwikkeling op het ene gebied de kwaliteit van het recht op het andere gebied verstoort. Aangezien het Europese recht steeds boven het nationale recht gaat, betekent dit in de praktijk dat een ondoordachte vormgeving van het communautaire bestuursrecht ten koste kan gaan van het nationale bestuursrecht.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie - Wetsharmonie
mei 1996
AA19960363

De wonderbaarlijke wedergeboorte(n) van de cosument

E.H. Hondius

In deze column gaat Hondius in op het succes van de Europese Unie dat het heeft gehad op het consumentenrecht en de (moderne) bedreigingen die er uit voortvloeiden.

Opinie | Column
juni 2009
AA20090379

UCERF 9 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

De X factor: genderidentiteit en geslachtsregistratie

M. van den Brink

Marjolein van den Brink doet in deze bijdrage over trans*genders verslag van een omvangrijk rechtsvergelijkend onderzoek.

De zaak Microsoft

P.J. Slot

Arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Grote kamer) van 17 september 2007, T-201/04, ECLI:EU:T:2007:289 (Microsoft Corp. tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen) Na een overzicht van de aanleiding van de grote Microsoft-zaak bespreekt de annotator de uitspraak van het Gerecht van Eerste Aanleg. Aan de orde komen: relevante markt, weigering van het beschikbaar stellen van interoperabiliteitsinformatie, koppelverkoop en de opgelegde boete.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2008
AA20080142

De zaak Soering

C.E. du Perron, H. Wattendorff

In dit artikel komt de zaak Soering aan de orde. Een uitspraak van het EHRM van 7 juli 1989 stond centraal in hoeverre de uitlevering van een Duitser door Engeland aan de Verenigde Staten na verdenking van moord. De vraag is of deze uitlevering strijdigheid oplevert met art. 3 EVRM. In het artikel wordt eerst ingegaan op de feiten van de zaak. Vervolgens komt de beslissing van het EHRM en de gronden daarbij aan de orde. Ter illustratie van het onmenselijke karakter van wat gevangenen in de Verenigde Staten moeten ondergaan in afwachting op hun executie wordt een brief van een veroordeelde afgedrukt.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 1990
AA19900019

De zaak Thomas Lubanga: Disclosure-perikelen in de eerste Strafhof-zaak

De zaak Tinsley v. Milligan

Over schone handen en vuile was