Faillissementsrecht

Van Galen q.q./Circle Vastgoed

A.I.M. van Mierlo

Hoge Raad 18 juni 2004, nr. C02/229HR, ECLI:NL:HR:2004:AN8170, RvdW 2004, 87, JOR 2004, 221 (Van Galen q.q./Circle Vastgoed) De vraag die hier aan de orde kwam is of een ontruimingsverplichting als gevolg van opzegging van een huurovereenkomst door de curator een boedelschuld is.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2004
AA20040782

Van Gorp q.q./Rabobank Breda

A.I.M. van Mierlo

Hoge Raad 23 april 1999, nr. 16782, C97/261, ECLI:NL:HR:1999:ZC2940, RvdW 1999, 73C (Van Gorp q.q./Rabobank Breda) Dit arrest behandeld de vraag of, in geval van een faillissement, de bank zich kan beroepen op verrekening wanneer aan de bank stil verpandde goederen worden verkocht, met instemming van de bank, door de pandgever. De Hoge Raad komt tot een ontkennende beantwoording.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2000
AA20000055

Van Kempen en Begeer-Zilfa-DCW

P. van Schilfgaarde

Hoge Raad 25 september 1987, nr. 7092, ECLI:NL:HR:1987:AC9980, RvdW 1987, 168 (mrs. Snijders, Martens, Van den Blink, De Groot, Hermans; A-G Mok) (Van Kempen en Begeer/Zilfa/DCW) In deze uitspraak van de Hoge Raad en de daarbij behorende noot staat de afwikkeling van een faillissement van twee vennootschappen centraal die feitelijk zijn samengevoegd. De vraag hoe de scheiding dient plaats te vinden komt aan de orde, alsmede de vraag of dit überhaupt mogelijk is. In de noot wordt uitvoerig jurisprudentie en literatuur aangehaald.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 1988
AA19880107

Vereffening van de negatieve faillissementsboedel

D.J.W. Jongsma

Post thumbnail Bij een Nederlandse faillissementsprocedure is de kans groot dat de schuldeisers te maken krijgen met een negatieve boedel. Als duidelijk is dat de boedel negatief is of wordt, dan moet de curator om de boedel te kunnen afwikkelen mogelijk ook nog derden (bijvoorbeeld taxateurs, reparateurs) contracteren. Hun vorderingen zijn in de regel echter ook slechts concurrente boedelvorderingen. Uiteraard is dat een weinig aantrekkelijk perspectief voor die derden, waardoor de vereffening van de boedel zal worden bemoeilijkt. Daniël Jongsma zoekt in dit artikel een oplossing voor het probleem en hij kijkt hiervoor onder andere over de grens bij onze oosterburen.

Verdieping | Studentartikel
december 2010
AA20100851

Verkerk/Tiethoff q.q.

R.D. Vriesendorp

Hoge Raad 20 november 1998, nr. 16670, ECLI:NL:HR:1998:ZC2784, RvdW 1998, 218 (Verkerk/Tiethoff q.q.) In onderhavige casus lijkt de Hoge Raad de teugels omtrent de faillissementpauliana weer iets steviger aan te trekken.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 1999
AA19990164

Verrekening in het zicht van surseance en faillissement en goede trouw

R.M. Wibier

Hoge Raad 25 augustus 2023, ECLI:NL:HR:2023:1135 (ING/Van den Bergh q.q.)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2023
AA20230772

Wetgever, literatuur en rechtspraktijk: spreek niet meer van faillissementsfraude, maar van insolventiefraude!

A. Karapetian, R.E. de Vries

Post thumbnail In de eerste aflevering van de Blauwe Pagina’s ‘Liever kwijt dan rijk’ roepen Arpi Karapetian & Robin de Vries de wetgever, auteurs en rechtspraktijk op om voortaan niet meer te spreken van faillissementsfraude, maar van insolventiefraude.

Blauwe pagina's | Liever kwijt dan rijk
januari 2023
AA20230004

Wijzigingen schuldsaneringsregeling natuurlijke personen in de Faillissementswet

L.A.R. Siemerink

Leonie Siemerink bespreekt in deze wetgevingsbijdrage de achtergrond, parlementaire behandeling, wijzigingen en het overgangsrecht van de Wet tot wijziging van de Faillissementswet ter verbetering van de doorstroom van de gemeentelijke schuldhulpverlening naar de Wsnp.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
september 2023
AA20230669

Zeggenschap van schuldeisers en andere belanghebbenden in faillissement: fundament en bouwwerk

H.J. de Kloe

Bij de vervulling van zijn taak moet de curator zich richten naar het belang van de schuldeisers, maar de curator moet ook rekening houden met belangen van andere bij het faillissement betrokkenen. Schuldeisers moeten daarom in staat zijn hun belangen tegenover de curator te behartigen, maar geen doorslaggevende zeggenschap hebben. Andere belanghebbenden moeten tijdens faillissement ook de mogelijkheid hebben voor hun belangen op te komen. In dit artikel wordt een theoretisch fundament geschetst waaraan zeggenschap van schuldeisers en andere belanghebbenden in faillissement moet voldoen. De conclusie van de auteur is dat het faillissementsbouwwerk op veel punten niet aansluit op het geschetste fundament. Schuldeisers hebben weinig mogelijkheden om tijdig invloed uit te oefenen op de afwikkeling van het faillissement. Voor andere belanghebbenden zijn de mogelijkheden nog beperkter. Daarom worden verschillende aanbevelingen gedaan voor verbouwingswerkzaamheden.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
juni 2024
AA20240598