Resultaat 85–96 van de 3165 resultaten wordt getoond
B. Emmerig, M.W. Hesselink
De redactie betoogt in deze bijdrage dat de aansprakelijkheidsbeperking door architecten ongefundeerd is. Zij menen dan ook dat het tijd wordt dat architecten met een nieuwe SR komen waarin zij de verantwoordelijkheid voor de door hen geleverde (wan)prestatie ten volle aanvaarden.
Opinie | Redactioneeloktober 1989AA19890824
T. van der Linden
Sinds 1992 kent het Burgerlijk Wetboek met artikel 6:212 BW een gecodificeerde algemene verrijkingsactie. In mijn proefschrift komt de vraag aan de orde wat de functie van de algemene verrijkingsactie in het systeem van het Nederlandse vermogensrecht is en wat deze functie meebrengt voor de wijze waarop de toepassingsvoorwaarden moeten worden uitgelegd. Rode draad van het boek is dat de algemene verrijkingsactie een aanvullende functie heeft en dat de vereisten voor verrijkingsaansprakelijkheid in dat licht moeten worden begrepen.
Literatuur | Proefschriftbijdragejanuari 2020AA20200109
K.F. Haak
In dit artikel wordt het nieuwe boek 8 BW inzake het vervoersrecht besproken. In het artikel komen de verschillende vervoersovereenkomsten kort aan de orde. Ook wordt er ingegaan op het internationale karakter van boek 8 BW; het is namelijk grotendeels een codificatie van verdragen. Ook worden er vergelijkingen gemaakt met het oude recht dat het vervoersrecht als een lappendeken regelde.
Bijzonder nummer | Vervoersrechtmei 1993AA19930344
S.E. Bartels
Het ABC-contract is een rechtsverhouding die in het onroerendgoedrecht vooral wordt gebruikt om heffing van overdrachtsbelasting te ontwijken. Deze van origine fiscaalrechtelijke constructie brengt echter gecompliceerde civielrechtelijke vragen met zich. In dit artikel zal slechts op enkele van deze vragen worden ingegaan.
Bijzonder nummer | De derde in het rechtmei 1997AA19970287
S.C.J.J. Kortmann
Hoge Raad 14 mei 1993, nr. 14978, ECLI:NL:HR:1993:ZC0960, NJ 1993, 658, nt. WMK (ABN Amro NV/Ontvanger) Arrest en noot waarin de noodzaak voor een onderscheid tussen roerende en onroerende zaken weer eens duidelijk wordt. De casus, die nog speelt onder het oude recht, gaat om het verschil van inzicht tussen de bank en de fiscus over het al dan niet roerend zijn van onderdelen van een fabriek die tot zekerheid zijn overgedragen aan de bank. Dit alles moet gezien worden in het licht van het bodembeslag dat de fiscus ingevolge de Invorderingswet 1990 kan leggen. In de noot gaat prof. mr. S.C.J.J. Kortmann in op de regeling van hulpzaken in het nieuwe recht.
Annotaties en wetgeving | Annotatiefebruari 1994AA19940104
M.J.G.C. Raaijmakers
Hoge Raad 2 december 1994, nr. 15488, ECLI:NL:HR:1994:ZC1562, RvdW 1994, 263 (ABN AMRO Bank NV/Vereniging tot Behartiging van de belangen van Houders van Obligaties Coopag Finance BV) In het arrest van de Hoge Raad en de bijbehorende noot komt de aansprakelijkheid aan de orde van een bank die betrokken is bij de uitgifte van aandelen waarvoor een prospectus is uitgegeven. Deze prospectus was echter niet compleet en heeft de aandeelnemers misleid. Het feit dat gedeelte van de informatie al eerder door het concern dat de aandelenemissie doet, openbaar zijn gemaakt doet niets af aan de openbaarmaking van de bank. Ook had de bank meer onderzoek moeten doen naar de gegevens opgenomen in het prospectus. De zaak is gestart door een vereniging die de belangen van de gedupeerde aandeelhouders behartigt.
Annotaties en wetgeving | Annotatiemaart 1995AA19950219
Hoge Raad 14 juli 2006, nr. C05/020HR, ECLI:NL:HR:2006:AV6954, NJ 2006, 570 m.nt. Maeijer; JOR 2006/179 m.nt. A.F.J.A. Leijten (ABN Amro Bank NV/J.B. Dijkema q.q.) Vertegenwoordiging dochter-BV door moeder die daarvan bestuurder is. Uitleg tegenstrijdig die daarvan bestuurder is. Uitleg tegenstrijdig belang-regeling artikel 2:256 BW? Interne besluitvorming en externe vertegenwoordiging. Hoge Raad (nog) niet 'om'.
Annotaties en wetgeving | Annotatiefebruari 2007AA20070148
N. Rozemond
Overig | Rode draad | Canon van het Rechtapril 2010AA20100285
N.B. Pannevis
Op 5 september 2019 promoveerde Niels Pannevis aan de Radboud Universiteit Nijmegen op zijn proefschrift 'Achtergestelde vorderingen'. In deze bijdrage schrijft hij over zijn onderzoek en bevindingen.
Literatuur | Proefschriftbijdragefebruari 2020AA20200212
Hoge Raad 22 juni 2007, nr. C06/067HR, ECLI:NL:HR:2007:BA2511, LJN: BA2511, NJ 2007, 520, m.nt. PvS (ING/Verdonk q.q.) In deze noot bij dit arrest wordt ingegaan op de problematiek rondom de inning van stil verpande vorderingen tijdens faillissement. In dit arrest wordt voortgeborduurd op het bekende Mulder q.q./CLBN (Hoge Raad 17 februari 1995, NJ 1996, 471).
Annotaties en wetgeving | Annotatiedecember 2007AA20070972
K.J. Krzeminski
Bij de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek in 1992 werd de bijzondere regeling voor verborgen gebreken afgeschaft. Een aantal schrijvers was van mening dat daarmee de banden met het Romeinse recht definitief waren verbroken. Sinds de implementatie van EG Richtlijn Consumentenkoop is deze stelling niet langer verdedigbaar.
Overig | Rode draad | Digestenseptember 2005AA20050692
A.J.M. Nuytinck
Hoge Raad 5 september 1997, nr. 8940, ECLI:NL:HR:1997:ZC2420, RvdW 1997, 159 C In dit arrest en het daarbij behorende arrest is aan de orde in hoeverre twee vrouwen een kind kunnen adopteren. Volgens de verzoekers is het afwijzen van dit verzoek in strijd met art. 8, 12 en 14 EVRM. De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af omdat deze problematiek rechtspolitieke keuzes omvat die de rechtsvormende taak van de Hoge Raad te buiten gaan. De Hoge Raad houdt streng vast aan het echtpaarvereiste dat nodig is voor adoptie. In de noot wordt de uitspraak geanalyseerd en wordt er ingegaan op het komende recht waar eenouderadoptie mogelijk is.
Annotaties en wetgeving | Annotatiedecember 1997AA19970870