Resultaat 757–768 van de 3145 resultaten wordt getoond
A.I.M. van Mierlo
Hoge Raad 1 december 2000, nr. C98/301HR, ECLI:NL:HR:2000:AA8718, NJ 2001, 46 (Thomassen Metaalbouw/Vos) en Hoge Raad 11 januari 2002, nr. C00/091HR, ECLI:NL:HR:2002:AD4919, NJ 2002, 81 (Dam & Post/Kringkoop) en Hoge Raad 1 februari 2002, nr. C00/108HR, ECLI:NL:HR:2002:AD5811, NJ 2002, 195 Drie verschillende arresten waarin over verjaring wordt gesproken, elk voorzien van commentaar.
Annotaties en wetgeving | Annotatiedecember 2002AA20020897
J.E. Jansen
Eeuwenlang was het door keizer Justinianus in de zesde eeuw gecodificeerde Romeinse privaatrecht de belangrijkste civielrechtelijke bron die iedere jurist in Europa bestudeerde. Daarvan bleef met de komst van de codificaties echter weinig over en stelde rechtswetenschappers voor de taak het Europese, Romeinse karakter van hun stiel te behouden door de blik over de landsgrenzen te werpen. Dat gebeurt ook in deze amuse: we kijken over de Franse grens, naar rechtspraak over schatvinding.
Opinie | Amuseapril 2022AA20220254
E. Koops
Kan ik verbieden dat drones boven mijn tuin vliegen? In deze bijdrage wordt betoogd dat de ‘vlieguitzondering’ van artikel 5:21 lid 3 BW geen betrekking heeft op drones. Dit betekent dat een grondeigenaar met voldoende belang het gebruik van zijn luchtkolom aan dronebestuurders mag ontzeggen. Sterker nog, er zijn redenen om drones op dezelfde manier te behandelen als overhangende takken, zodat zij na een aanmaning eigenmachtig mogen worden verwijderd (art. 5:44 lid 1 BW). De luchtbuks lijkt daarvoor het aangewezen instrument.
Opinie | Opiniërend artikelseptember 2014AA20140610
Ph.M. Wiggers
Dit artikel geeft een overzicht van de NMa over of ziekenhuizen al dan niet ondernemingen zijn.
Verdieping | Verdiepend artikeldecember 2005AA20051010
N. de Boer, D.F.H. Stein
In dit redactionele artikel wordt ingegaan op de eenmaking van het contractenrecht in Europa. De redacteuren benoemen daarbij de Principles of European Contract Law en het Common Frame of References. De redacteuren menen dat indien er voor een Europese burgerlijk wetboek gekozen wordt er keuzes gemaakt dienen te worden, simpelweg omdat het contractenrecht van de verschillende Europese staten grote verschillen vertoont. Voor het maken van deze keuze wordt aangesloten bij de visie van Duncan Kennedy. Kennedy meent dat het contractenrecht politiek is en schippert tussen individualisme en altruïsme.
Opinie | Redactioneeljanuari 2009AA20090003
P.W.C. Akkermans, M. Lit
Hoge Raad 23 december 1988, nr. 7468, ECLI:NL:HR:1988:AD0566, NJ 1989, nr. 550 (mrs. De Groot, Verburgh, Boekman; a-g Meijers) Door op grond van dit één en ander te oordelen dat betrokkene ten gevolge van haar geestesstoornis een zodanig ernstig en reëel gevaar voor zichzelf oplevert dat 'de noodzakelijkheid, althans wenselijkheid' van opname in een krankzinnigengesticht voldoende is aangetoond, heeft de Pres. niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en het is naar de eis der wet met redenen omkleed. Opmerking verdient nog dat, anders dan onderdeel I blijkbaar veronderstelt, de beschikking van de Pres. niet 'op voorhand als een sanctionering' van iedere dwangmedicatie kan worden beschouwd, in dier voege dat gedwongen toevoeging van medicijnen aan betrokkene nu zonder meer geoorloofd zou zijn. In de noot wordt dieper ingegaan op de vrijwillige en onvrijwillige opneming in een psychiatrisch ziekenhuis en de wettelijke grondslag daarvan. Daarnaast komt het wetsvoorstel bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) aan bod.
Annotaties en wetgeving | Annotatieoktober 1989AA19890855
C.M.D.S. Pavillon
De Europese Commissie ziet in een toename van de dwingendrechtelijke consumentenbescherming een manier om de in de Green Deal aangekondigde ‘groene transitie’ te bewerkstelligen. De relatie tussen dwingendrechtelijke bescherming en de overgang naar een circulaire economie is echter minder eenduidig dan de Commissie doet voorkomen. Dwingend consumentenrecht – denk aan het herroepingsrecht – staat de overgang naar een circulaire economie ook wel degelijk in de weg.
Bijzonder nummer | Recht & Natuurjuli 2022AA20220576
T. Elseman, M. Goudkade, A. van Staden ten Brink
De VN Model Law on Electronic Commerce en de EU de Richtlijn Elektronische handel uit, die inmiddels in ons Burgerlijk Wetboek is geïmplementeerd, en andere, thans geldende regelgeving, die rechtstreeks op elektronische handel ziet of daarvoor anderszins van groot gewicht is, vormen voorwerp van onderzoek in deze bundel.
9789069165226 - 29-03-2005
M.J.A.M. Ahsmann
In deze laatste aflevering van de Blauwe Pagina’s ‘Rechtsheld(inn)en’ schrijft Margreet Ahsmann over haar held, de grootste 20e-eeuwse jurist van Nederland, ‘homo juridicus universalis’ E.M. Meijers (1880-1954).
Blauwe pagina's | Rechtsheld(inn)endecember 2022AA20220940
P. Vlas
Hoge Raad 6 oktober 1995, nr. 15763, ECLI:NL:HR:1995:ZC1835, RvdW 1995, 202 C In dit arrest komt de problematiek rondom echtscheidingen en het IPR aan de orde. De vraag is welk rechtstelsel op verzochte echtscheiding aan de orde is. In de noot wordt uitgebreid ingegaan op de verschillen tussen het Nederlandse en Marokkaanse recht en de Wet Conflictenrecht Echtscheiding.
Annotaties en wetgeving | Annotatiemaart 1996AA19960196
E. van Schilfgaarde
In dit artikel wordt de Nederlandse aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad besproken in het licht van de economische analyse zoals die de afgelopen dertig jaar vooral in de Verenigde Staten is ontwikkeld. Centraal staat de grondslag voor aansprakelijkheid uit eigen onrechtmatige daad, in het bijzonder het ongevallenrecht. In de eerste paragraaf wordt een korte uitleg gegeven van het economische model voor aansprakelijkheidsrecht; in de tweede paragraaf wordt de Nederlandse zorgvuldigheidsnorm getoetst aan het economische model; in de derde paragraaf wordt de rol van het toerekeningsvereiste in het Nederlandse onrechtmatige daadrecht besproken en in de vierde paragraaf wordt de economische analyse toegepast op de toerekenbare onrechtmatige daad.
Bijzonder nummer | Rechtseconomieoktober 1990AA19900750
R. Van den Bergh
Het consumentenrecht wordt vaak beschreven als een geheel van rechtsregels dat de positie van de 'zwakke' consumenten tegenover de 'sterke' verkopers moet verstevigen. Deze zienswijze is geen geschikt uitgangspunt voor een consumentenbeleid. Als er een machtsonevenwicht bestaat, moeten de oorzaken daarvan worden verduidelijkt. De economische analyse kan daarbij helpen; ze kan tevens aangeven of de vooropgestelde doelstellingen van 'consumentenbescherming' door (een bepaald type van) regelgeving kunnen worden gerealiseerd.
Bijzonder nummer | Rechtseconomieoktober 1990AA19900787