Burgerlijk recht

De externe werking van een trustverhouding tegenover derden naar Engels en Nederlands recht

G.T.M.J. Raaijmakers

Met de dogmatische scheiding tussen bet verbintenissenrecht en het goederenrecht is de trust tot op de dag van vandaag steeds als aparte rechtsfiguur uit het Nederlandse recht geweerd. Pitlo zei over deze scheiding echter al: 'te gecompliceerd in het maatschappelijk leven, dan dat de kernvragen van het burgerlijk recht in een sobere, enkelvoudige zin tot oplossing zouden zijn te brengen. De sobere zin kan hoogstens het uitgangspunt vormen voor nadere overdenking." Dit blijkt duidelijk bij het denken over normen met betrekking tot de Nederlandse trust-achtige verhouding. In dit verband kan veel worden geleerd van het Engelse recht.

Bijzonder nummer | Rechtsvergelijking
mei 1994
AA19940331

De faillissementsbestendigheid van het instaprecht in projectfinanciering

E.C. Jager

Post thumbnail Het instaprecht is een specifieke contractsbepaling waar nog maar relatief weinig over geschreven is. Het instaprecht maakt het mogelijk dat een derde partij onder bepaalde voorwaarden in de schoenen van een bestaande contractpartij kan stappen. In de schaarse juridische literatuur over dit onderwerp wordt (de uitwerking van) het instaprecht omschreven als faillissementsbestendig, maar is dit wel écht zo?

Verdieping | Studentartikel
september 2022
AA20220617

De faillissementscurator en persoonsgegevens

M.D. Reijneveld

Post thumbnail Vanaf de dag van de faillietverklaring is de curator belast met het beheer en de vereffening van de failliete boedel. Op welke wijze en in welke mate is de curator verantwoordelijk voor de persoonsgegevens die hij bij de gefailleerde schuldenaar aantreft?

Bijzonder nummer | Privacy
juli 2019
AA20190614

De faillissementspauliana: revisie van een relict

G. van Dijck

Uit de literatuur kan worden opgemaakt dat de faillissementspauliana niet altijd een goed onderscheid maakt tussen wat geoorloofd is en wat ongeoorloofd. Hierdoor rijst de vraag of de bestaande faillissementspauliana adequaat is. Het onderzoek brengt in kaart welke bezwaren zich in de literatuur hebben geopenbaard en, aan de hand van empirisch onderzoek, welke problemen zich in de praktijk volgens curatoren voordoen. Verder richt het onderzoek zich op de relatie tussen de gevonden knelpunten en belangrijke ontwikkelingen in het Nederlandse vermogensrecht.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
februari 2007
AA20070164

De feminile pozie van het ondernemingsrecht

H. Willems

Aan de hand van de beschrijving van de tasjesoorlog-rechtszaak (Louis Vuitton - Gucci) wordt beschreven dat casus van een arrest vaak potisch is, maar dat deze achtergrond dikwijls niet naar voren komt.

Opinie | Amuse
september 2007
AA20070631

UCERF 17 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

De financiële gevolgen van scheiding: verdelingseffecten

B. Hogendoorn

Scheidingen vanuit een sociaalwetenschappelijk perspectief. Welke gevolgen heeft scheiding op het besteedbaar inkomen van de partners? De verschillen tussen gezinnen en tussen mannen en vrouwen. Van belang bij dit onderwerp is dat de kans dat twee laag- of middelbaar opgeleide partners thans uit elkaar gaan ongeveer twee keer zo groot is als de kans dat […]

De fiscale aspecten van joint ventures

W. Brink

De keuze van de structuur van een joint venture wordt voor een gedeelte bepaald door fiscale motieven. Kennis van de fiscale gevolgen van een bepaalde structuur is derhalve belangrijk. Bij de totstandkoming van een joint venture structuur dreigt het risico van een tussentijdse afrekening voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting. Onderzocht wordt op welke wijze fiscaal gefacilieerd een dergelijke structuur kan worden opgezet of op welke wijze zo'n structuur juist 'geruisloos' kan worden verlaten.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
mei 1995
AA19950361

De fiscus in het privaatrecht (Digitaal boek)

A.J. Tekstra

Post thumbnail Traditioneel gezien is de positie van de fiscus vastgelegd in fiscale en bestuursrechtelijke regels, maar de fiscus bedient zich in toenemende mate van instrumenten die privaatrechtelijk zijn. Deze ontwikkeling wordt beschreven en er wordt onderzocht in hoeverre zij positief valt te duiden, dan wel of daar grenzen aan moeten worden gesteld.

9789069165257 - 19-11-2014

De flexibele BV: een kijkje in de keuken van de wetgever

D.M. Stubbé

Hoe maken we Europa de meest concurrerende markt ter wereld in 2010? Hoe geven we optimaal vorm aan de vrijheid van vestiging van vennootschappen? En hoe komen we af van de strikte regelgeving rondom de Besloten Vennootschap (verder: BV), zodat het ondernemingsklimaat in Nederland aantrekkelijk blijft? Deze vragen hebben onder andere geleid tot het wetsvoorstel betreffende de Wet vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht, dat ingediend is bij de Tweede Kamer op 31 mei 2007.

Verdieping | Studentartikel
januari 2008
AA20080035

De ganse aarde is niet van enerlei spraak en enerlei woorden: taalvereisten en herstelmogelijkheden bij de grensoverschrijdende betekening van stukken. Leffler/Berlin Chemie

M.V. Polak

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 8 november 2005, zaak C-443/03, ECLI:EU:C:2005:665 (Leffler/Berlin Chemie) Hof van Justitie Europese Gemeenschap Wat moet er gebeuren als een Nederlander een Duits bedrijf dagvaard, maar niet voldoet aan het taalvereiste van artikel 8 van de Betekeningsverordening? Het hof heeft gemeend dat eiser automatisch een recht van herstel heeft en dat het eventuele nationale recht op dit gebied irrelevant is.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2006
AA20060057

De geboorteakte van een interseksuele of ‘niet-geseksueerde’ persoon

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 30 maart 2007, nr. R06/013HR, ECLI:NL:HR:2007:AZ5686, LJN: AZ5686, RvdW 2007, 357 Op artikel 1:24 BW gegrond verzoek tot doorhaling geslachtsaanduiding in geboorteakte zonder opneming nieuwe geslachtsaanduiding in die akte. Bestaat er ruimte voor aanpassing van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte overeenkomstig de overtuiging van de betrokkene omtrent diens geslachtelijke identiteit? Afwijzing verzoek in het onderhavige geval niet in strijd met artikel 8 EVRM.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2007
AA20070685

De gemiddelde consument van fictie naar feit

V. Mak

Post thumbnail

De ‘gemiddelde consument’-maatman uit het Europese consumentenrecht lijkt de autonomie van consumenten te veronachtzamen door weinig rekening te houden met eigen keuzes van de individuele consument. Deze bijdrage onderzoekt in hoeverre recente ontwikkelingen – de invloed van de gedragswetenschappen en de opkomst van big data – het consumentbeeld in het Europese consumentenrecht aanscherpen naar een geïndividualiseerde benadering. Daarbij wordt de vraag gesteld of het wenselijk is om die lijn te volgen.

Bijzonder nummer | Autonomie
juli 2017
AA20170592