Burgerlijk recht

Noodzaak en wenselijkheid van compensatie voor onbetaald werk bij ongehuwde samenwoners

A.G.F.M. Flos

Post thumbnail Het aantal ongehuwde samenwoners neemt steeds verder toe, momenteel zijn er 2,2 miljoen samenwoners. Een ongelijke taakverdeling is eerder regel dan uitzondering bij samenwoners met kinderen en heeft een genderdimensie omdat het voornamelijk vrouwen zijn die het merendeel van de zorg voor kinderen op zich nemen. Het recht biedt echter vrijwel geen compensatie aan de verzorgende partner bij scheiding, vanwege de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van samenwoners. Compensatie is wenselijk en dat vereist dat het recht zorg waardeert.

Opinie | Opiniërend artikel
november 2025
AA20250754

Notarieel (ge)recht

M.J.A. van Mourik

Prof. Van Mourik betoogt op een amusante manier wat voor moois het notarieel recht te bieden heeft.

Opinie | Amuse
oktober 2006
AA20060690

Notarissen-Curatoren THB

R.D. Vriesendorp

Hoge Raad 23 december 1994, nr. 15502, ECLI:NL:HR:1994:AD2277, NJ 1996, 627 (Curatoren THB/Notaris V.); Hoge Raad 23 december 1994, nr. 15503, ECLI:NL:HR:1994:ZC1590, NJ 1996, 628 (Notaris M./Curatoren THB); Hoge Raad 15 september 1995, nr. 15.695, ECLI:NL:HR:1995:ZC1801, NJ 1996, 629 (Notaris E./Curatoren THB) Drie arresten van de Hoge Raad (twee van 23 december 1994 en één van 15 september 1995) waarin de bevoegdheid van de curator aan de orde komt in hoeverre deze een vordering uit onrechtmatige daad in kan stellen waar deze bevoegdheid aan de gefailleerde niet toekwam.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 1997
AA19970809

Noten spiegelen

F.B. Bakels

Post thumbnail

In deze bijdrage wordt eerst ingegaan op het belang van annotaties in het algemeen, en meer in het bijzonder voor de rechtspraak. Ten onrechte wordt daaraan tegenwoordig door de wetenschap, onder invloed van de bètafaculteiten, een tweederangs status toegekend. De rechtspraktijk claimt immers het recht op voorlichting en kritiek van niveau. En ook de wetenschap is gediend met hoogwaardige annotaties omdat de rechtspraak vaak voorop loopt met de vernieuwing van het recht. Daarna wordt het betoog toegespitst op de noten van jubilaris Henk Snijders.

Perspectief | Reeks ´De waarde van de annotatie´
december 2016
AA20160984

Noten van HJS en de feitenrechter

J.M.J. Chorus

Post thumbnail

De rol die de noot voor de feitenrechter speelt, en de moderne geschiedenis van de noot in Nederland worden eerst geschetst. Dan komt aan de orde wat in een noot thuishoort, eerst volgens de wetenschap (Snijders, Bloembergen, Van Dijck en Vranken). Aan de hand van de (enige) noot die Snijders in de NJ bij een uitspraak van een feitenrechter heeft geschreven, wordt een element aangewezen dat de feitenrechter graag in een noot aantreft.

Perspectief | Reeks ´De waarde van de annotatie´
januari 2017
AA20170065

O2- Hutchison

Ch.E.F.M. Gielen

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 12 juni 2008, zaak C-533/06, ECLI:EU:C:2008:339 (O2/Hutchison) Arrest en bijbehorende noot van het HvJ EG waarin het volgende naar voren komt: Uitleg van artikel 5 lid 1 en 2 Merkenrichtlijn 89/104/EEG en van artikel 3bis lid 1 Richtlijn Vergelijkende Reclame 84/450 EEG. De houder van een ingeschreven merk is niet gerechtigd te verbieden dat een derde in vergelijkende reclame die voldoet aan alle in artikel 3bis lid 1 genoemde voorwaarden voor geoorloofdheid, gebruikmaakt van een teken dat gelijk is aan of overeenstemt met zijn merk. Indien is voldaan aan alle in artikel 5 lid 1 sub b van de Merkenrichtlijn gestelde voorwaarden om het gebruik van een teken dat gelijk is aan of overeenstemt met een ingeschreven merk, te verbieden, kan de vergelijkende reclame waarin gebruik wordt gemaakt van genoemd teken, echter onmogelijk voldoen aan de in artikel 3bis, lid 1 sub d van de Richtlijn Vergelijkende reclame genoemde voorwaarde voor geoorloofdheid. De houder van een ingeschreven merk is niet gerechtigd te doen verbieden dat een derde in vergelijkende reclame gebruikmaakt van een met dit merk overeenstemmend teken voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten als die waarvoor het merk is ingeschreven, indien dit gebruik niet leidt tot verwarringsgevaar bij het publiek, en dit ongeacht of de vergelijkende reclame voldoet aan alle in artikel 3bis van de Richtlijn Vergelijkende Reclame genoemde voorwaarden voor geoorloofdheid.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2008
AA20080812

OAR-ABN

S.C.J.J. Kortmann

Hoge Raad 18 december 1987, nr. 13005, NJ 1988, 340, ECLI:NL:HR:1987:AD0106 (OAR/ABN) Voorrecht van de verkoper van onbetaalde roerende goederen en eigendomsoverdracht tot zekerheid van deze goederen die na de faillietverklaring van de koper in de feitelijke macht van de zekerheidseigenaar zijn overgegaan. De Hoge Raad komt tot een oordeel dat voortbouwt op het Berg/de Bary-arrest. In de noot wordt hier dan ook bij aangehaakt.

Annotaties en wetgeving | Annotatie | Overig | Rode draad | Financiële markten en instellingen
juli 1988
AA19880469

OGEM-enquête (I) en (II)

M.J.G.C. Raaijmakers

Hoge Raad 10 januari 1990, nr. 20, ECLI:NL:HR:1990:AC1233, RvdW 1990, 22/23, NJ 1990, 465/466 m.n. Maeijer; TVVS 1990, pp. 127-132 noot Th.S. IJsselmuiden (Ogem-enquête (I) en (II)) In deze noot wordt ingegaan op de gevolgen van het failliet gaan van Ogem waarbij een uitspraak van de Hoge Raad aan de orde komt en er strijd is over de werking en strekking van de regeling van het enquêterecht. De Hoge Raad doet hierover een belangrijke uitspraak en oordeelt dat wanneer er sprake is van wanbeleid van de rechtspersoon dit geen oordeel inhoudt over de persoonlijke verwijtbaarheid van de bestuurders. Op een onderdeel wordt de beschikking van het hof o.g.v. motiveringsklachten gecasseerd. In de uitvoerige noot wordt ingegaan op de wetsgeschiedenis van de enquêteregeling. Daarna wordt de enquêteprocedure besproken waarbij de tweefasenstructuur wordt onderscheiden. Daarna komt de ontvankelijkheid van de oud-bestuurders van de failliete NV in de cassatieprocedure behandeld. Raaijmakers behandelt vervolgens het onderscheid van wanbeleid van de rechtspersoon en de aansprakelijkheid van de bestuurders. Deze loopt niet zonder meer parallel. Als laatste komt het openbaar belang bij faillissement aan de orde en wordt er afgesloten met aanbevolen literatuur. In de tweede annotatie komt met name het begrip 'wanbeleid van de rechtspersoon' diepgaand aan de orde waarbij met name van belang is dat een enquêteprocedure ook gestart kan worden bij faillissement van de vennootschap waarbij er dan geen voorzieningen worden getroffen. Daarbij worden in de opvolgende paragrafen behandelt: de wijze waarop de HR in het concrete arrest het wanbeleid beoordeelt en de verschillende voorbeelden waaruit wanbeleid kan bestaan, bijvoorbeeld in strijd handelen met wettelijke voorschriften, statuten of beleidsvoorschriften binnen de vennootschap.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 1990
AA19900858

Oh jee, ik moet een miljonair?!

N. Doeswijk, C. Mak

In dit redactionele artikel wordt ingegaan op de contractuele verhouding rondom het tv-programma 'Ja, ik wil... een miljonair' en de afdwingbaarheid van het huwelijk door de producenten van dit programma.

Opinie | Redactioneel
januari 2001
AA20010005

OKé

M.J.G.C. Raaijmakers

Hoge Raad 17 december 1993, nr. 14819, ECLI:NL:HR:1993:ZC1182, RvdW 1994, 3 (Van den Broeke/Van der Linden). Ook bekend als Oké. In dit arrest oordeelt de Hoge Raad dat er bij een vof sprake is van een gebonden gemeenschap. Deze gemeenschap staat er aan in de weg dat één van de twee vennoten een beroep doet op verrekening met de andere vennoot door middel van het vermogen van de vof. In de noot wordt dieper op deze uitspraak ingegaan waarbij ook de gemeenschap uit boek 3 BW wordt betrokken.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juli 1994
AA19940519

Olie op het vuur

S.D. Lindenbergh

Hoge Raad 9 november 2007, nr. C05/305HR, ECLI:NL:HR:2007:BA7557, RvdW 2007, 960 (Groot Kievitsdal) In deze noot bij dit arrest wordt de risicoaansprakelijkheid van een werkgever besproken indien een ondergeschikte werknemer een toerekenbare onrechtmatige daad pleegt jegens een derde. Voor de gelaedeerde komt er door de regeling van art. 6:170 BW een extra loket bij om zijn schade te claimen voor zover de werkgever voldoende solvabel is om de schade te dragen. In deze zaak speelt een belangrijke rol of een werkgever aansprakelijk is voor schade die is veroorzaakt tijdens een bedrijfsuitje.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
mei 2008
AA20080358

UCERF 7 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

Omgangsrecht voor niet-ouders in het Belgische recht

F. Swennen

Op welk omgangsrecht (in België: recht op persoonlijk contact) met een kind kunnen niet-ouders zich beroepen ingeval een minnelijke regeling niet kan worden bereikt.