Burgerlijk recht

Kijkend over het IJ (Digitaal boek)

Bundel aangeboden aan mr. G.C. Makkink

B.J. Blok, A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, M.M.M. Tillema

Post thumbnail Een selectie spraakmakende uitspraken die de Ondernemingskamer onder voorzitterschap van Gijs Makkink heeft gewezen. Gebundeld ter gelegenheid van zijn afscheid van de Ondernemingskamer en van het gerechtshof Amsterdam.

9789493199477 - 01-10-2021

Kind van de rekening: het belang van het kind en de ongedaanmaking van internationale kinderontvoering. Italiaans-Nederlandse kinderontvoering

M.V. Polak

Hoge Raad 20 januari 2006, nr. R05/083HR, ECLI:NL:HR:2006:AU4795, LJN: AU4795, RvdW 2006, 103, JOL 2006, 37, NIPR 2006, 1, JIN 2006, 99 Uit artikel 3 lid 1 aanhef en onder a Haags Kinderontvoeringsverdrag volgt dat voor de beantwoording van de vraag of een overbrenging of vasthouding van een kind ongeoorloofd is, beslissend is het gezagsrecht overeenkomstig het recht van de staat waarin het kind zijn gewone verblijfplaats had onmiddellijk voorafgaande aan de overbrenging. Het oordeel omtrent de vraag waar het kind op het relevante tijdstip zijn gewone verblijfplaats had, is van feitelijke aard en kan in cassatie niet op zijn juistheid worden onderzocht. Doel en strekking van het Haags Kinderontvoeringsverdrag brengen mee dat de weigeringsgrond van artikel 13 lid 1 aanhef en onder b restrictief dient te worden toegepast. Dit betekent dat de rechter van de aangezochte staat, die zich dient te onthouden van een oordeel omtrent het gezagsrecht en het omgangsrecht, de in die bepaling gestelde strenge voorwaarden niet reeds vervuld mag achten, louter op grond van zijn oordeel dat het belang van het kind in het land van herkomst minder goed gediend is dan in het land van de aangezochte rechter.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2006
AA20060646

UCERF 18 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

Kinderalimentatie bij samengestelde gezinnen: een knelpunt en een stappenplan

J. Franken, J.A.M.H. de Wit

Een heldere uiteenzetting over de berekening van kinderalimentatie bij samengestelde gezinnen. Jennifer Franken en Johan de Wit, komen vanuit hun ervaring vanuit de rechtspraktijk met een aantal ideeën over de berekening van de draagkracht van de alimentatieplichtige ouder. Die berekening speelt steeds vaker een rol in de praktijk door scheidingen en hertrouwen. Na een uiteenzetting […]

Kinderalimentatie: is een wetswijziging echt nodig?

M. Antokolskaia

Post thumbnail

Dit artikel bespreekt de wetswijzigingen die worden voorgesteld in het initiatiefvoorstel van de ‘Wet herziening kinderalimentatie’. Deze betreffen onder meer de afbakening van de reikwijdte van de contractvrijheid van de ouders bij het maken van overeenkomsten over kinderalimentatie; de afschaffing van de onderhoudsplicht van stiefouders; en wijzigingen in het recht op alimentatie van jongmeerderjarige kinderen.

Opinie | Opiniërend artikel
december 2016
AA20160924

Kinderen in (echt)scheidingszaken. Nog een wereld te winnen?

G.C.A.M. Ruitenberg

Post thumbnail Kinderen verdienen bijzondere bescherming. Dat geldt ook voor kinderen die betrokken zijn bij (echt)scheidingen. Voor hun positie is veel aandacht en er zijn allerlei plannen ontwikkeld om deze te verbeteren. Betekent dit dat kinderen nu voldoende worden beschermd? Of valt op dit punt nog een wereld te winnen?

Rode draad | Beschermenswaardige partijen
juni 2020
AA20200614

Kinderen in de gevangenis

S. Meuwese, O. Themeli, S. de Vries

De bescherming van kinderen die in gevangenissen terechtkomen krijgt veel aandacht in internationalejuridische documenten zoals het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind. De internationale standaarden vormen de leidraad voor deze beschouwing. Een rondblik in de wereld laat zien hoe moeilijkminderjarigen het kunnen hebben in gesloten inrichtingen, van India tot Honduras, van de Verenigde Staten tot de Oekraïne. Ook in Nederland voltrekken zich sluipend veranderingen in de justitiële jeugdinrichtingen. Onafhankelijk toezicht kan wellicht bijdragen aan een verbetering van het lot van opgesloten jeugdigen.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 2001
AA20010023

Kinderen op de digitale snelweg – prijsschieten?

A. Bouichi, M. Zwiers

Dit redactioneel pakt de problemen aan die ontstaan doordat er steeds meer nieuwe elektronische diensten komen. Het gaat er in dit artikel over of kinderen niet beschermd moeten worden tegen het kopen van artikelen middels de nieuwe elektronische hulpmiddelen.

Opinie | Redactioneel
maart 2003
AA20030139

Kinderen zonder verblijfsrecht en kinderbescherming

T.P. Spijkerboer

In dit artikel wordt ingegaan op het koppelingsbeginsel (alleen legaal in Nederland verblijvende personen kunnen aanspraak maken op voorzieningen van de verzorgingsstaat) en de bescherming van de belangen van kinderen.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 2003
AA20030831

UCERF 8 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

Kinderontvoering en mensenrechten

H. van Loon

In deze bijdrage komt aan de orde hoe het Verdrag van 25 oktober 1980 inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale kinderontvoering (HKOV) zich verhoudt tot, achtereenvolgens, het Verdrag over de Rechten van het Kind, het Europees Verdrag over de Rechten van de Mens en de Verordening Brussel IIbis.

UCERF 15 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

Kinderparticipatie in Nederland: Wat kunnen we leren van het IVRK en het EVRM?

C.R. Mol

De regering heeft laten weten dat er voorlopig weinig wezenlijke wijzigingen te verwachten zijn met betrekking tot kinderparticipatie in familiezaken. Charlotte Mol laat zien dat dit een gemiste kans is. Ze vertrekt vanuit het internationale mensenrechtelijke kader, waar artikel 12 van het Verdrag voor de Rechten van het kind, en art. 8 EVRM een belangrijke […]

Kindsoldaten als internationaal rechtsprobleem

S. Meuwese

Kindsoldaat is een term die indruist tegen alles wat wij over kinderen denken. Het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind geeft een internationale standaard over het inschakelen van minderjarigen bijoorlogsgeweld. De huidige norm is te laag, maar het is binnen het VN-systeem nog niet gelukt eenstemmigheid te krijgen over een betere standaard. Nederland heeft daarbij bepaald niet het voortouw.Het inzetten van kinderen in een gewapend conflict, dat niet in overeenstemming is met de geldende bepalingen, kan beschouwd worden als een ‘crime against childhood’.Maar zolang kinderen de facto deel uit maken van een leger, zijn op hen de iure ondubbelzinnig alleandere bepalingen uit het VN-kinderrecht van toepassing, zoals recht op onderwijs. Het belang van het kind staat daarbij voorop. Dit ‘belang van het kind’ kan heel concreet worden ingevuld. Discipline in het leger moet — net als discipline op school — worden gehandhaafd met inachtneming van de rechten van het kind. Als kinderen als lid van een krijgsmacht betrokken raken bij misdrijven, inclusief oorlogsmisdrijven,dan zijn alle normen uit het internationale kinderstrafrecht onverkort van toepassing.

Verdieping | Verdiepend artikel
juli 1998
AA19980681

Kip-Rabo Winterswijk

M.J.G.C. Raaijmakers

Hoge Raad 2 mei 1997, nr. 16249, ECLI:NL:HR:1997:ZC2365, RvdW 1997, 118, TVVS 1997, pp. 218/219 met commentaar L.Timmerman (Kip/Coöperatieve Raiffeisen-Boerenleenbank Winterswijk BA) In dit arrest en de daarbij behorende noot worden regels gesteld rondom het vorderen van schade die toegebracht is aan de vennootschap met als gevolg dat de aandelen minder waard zijn geworden, de zogenaamde afgeleide schade.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 1997
AA19970740