Het Amerikaanse federaal constitutioneel stelsel

Van binnenuit en in Europees perspectief


De meeste Nederlandse juristen en vele algemene lezers weten wel iets over het Amerikaanse constitutioneel systeem: dat het land een federatie is, dat de grondwet van de VS voorziet al ruim 200 jaar in een aantal grondrechten (waaronder vrijheid van meningsuiting), dat er een Supreme Court is die (in tegenstelling tot de Nederlandse Hoge Raad) wetten toetst aan de grondwet. Toch weet slechts een enkeling veel meer dan dit. Wat houdt een federaal rechtssysteem in? Wie moet de grondrechten in acht nemen? Hoe worden constitutionele geschillen aan de rechter voorgelegd? En vooral: hoe werkt een dergelijke federaal constitutioneel systeem in de praktijk? Kunnen wij uit de Amerikaanse ervaring iets leren over bijvoorbeeld de overwegingen voor en tegen constitutionele toetsing?

In dit Ars Aequi Staats- en bestuursrecht cahier worden deze vragen behandeld aan de hand van een drietal recente staatsrechtelijke controverses: over de constitutionaliteit van een deelstatelijk verbod op artsenhulp bij zelfdoding, over de bevoegdheid van de federale overheid om legalisering van artsenhulp bij zelfdoding door een deelstaat ongedaan te maken, en over de constitutionele status van het homohuwelijk naar federaal een naar Californisch recht. Steeds staan de constitutionele garanties van Due Process of Law (persoonlijke vrijheid) en Equal Protection of the Laws (gelijke behandeling) centraal.

Bekijk inhoudsopgave


 21,50