De zaak van de grotverkenners

Een vertaling van The Case of the Speluncean Explorers


De zaak van de grotverkenners (‘The Case of the Speluncean Explorers’), geschreven door de befaamde Harvard-professor Lon L. Fuller, verscheen in 1949 in het prestigieuze Harvard Law Review. Hoewel daarin doorgaans de meest geleerde academisch-juridische verhandelingen worden gepubliceerd, is De zaak van de grotverkenners een toegankelijk, boeiend, en tijdloos rechtbankdrama. Vele generaties rechtenstudenten van over de hele wereld hebben zich erin verdiept en het is zonder twijfel de meest beroemde en besproken fictieve rechtszaak in het juridisch onderwijs aller tijden. Nu is er de Nederlandse vertaling.

In de verre toekomst, in het land Newgarth, raken vijf grotverkenners vanwege een aardverschuiving opgesloten in een afgelegen grot. Met de grootste moeite worden zij, ruim een maand nadat zij vast kwamen te zitten, bevrijd. Er komen echter maar vier grotverkenners levend tevoorschijn: de vijfde, Roger Whetmore, is door de anderen opgegeten omdat anders alle vijf zouden zijn verhongerd. Na hun bevrijding worden de vier overgebleven grotverkenners in de rechtbank schuldig bevonden aan moord, en zij worden ter dood veroordeeld. In de hoop dat vonnis terug te laten draaien, gaan de grotverkenners in beroep bij het Hooggerechtshof van Newgarth. De vijf rechters aan dit Hooggerechtshof – Opperrechter Truepenny en de rechters Foster, Tatting, Keen, en Handy – geven ieder hun mening over de zaak, en zij zijn het grondig met elkaar oneens. De vijf rechters proberen in hun opinies tot een aanvaardbare oplossing te komen in deze rechtsfilosofische en rechtstheoretische puzzel.

Na de vertaling van Fullers wereldberoemde zaak door Joris van Laarhoven geeft Bert van Roermund een beschouwing van Fullers tekst.
Wat leert deze tekst ons over recht? Wat leert het ons over het denken over recht, rechtstheorie en rechtsfilosofie? Hoe argumenteren de rechters in deze zaak?
Van Roermund diept de redeneringen van de rechters verder uit en brengt ze in verband met enkele fundamentele grondvragen rond het begrip ‘recht’ in verleden en heden.
Daarnaast brengt Van Roermund drie van de rechterlijke betogen samen in een model dat hij ontleent aan Gustav Radbruch. Een model waarmee we de juridische eeuwigheidswaarde van Fullers mythe pas echt kunnen begrijpen.

“Wat is er zo fascinerend aan het verhaal van de grotverkenners en hun rechters? Waarom kan en moet het telkens weer verteld worden? Waarom is het zoveel meer dan een didactische illustratie van het academisch geharrewar dat we ‘rechtstheorie’ noemen?” – Bert van Roermund

Een klassieker vertaald en begrepen.

Bekijk inhoudsopgave


 24,50