Billijkheid in het strafrecht: van Aristoteles tot de taakstrafverboden


Wat is een juist strafrechtelijk oordeel? Is het vooral een ‘goede’ redenering die wordt afgeleid uit wat er in de wetgeving is voorgeschreven, of verkiezen we een ‘billijke’ afweging van de argumenten die partijen naar aanleiding van de omstandigheden van het geval en de persoon van de dader naar voren brachten? In het navolgende gaat het om de vraag hoe die beide benaderingen zich tot elkaar verhouden.