Resultaat 1–12 van de 32 resultaten wordt getoond

‘De Sahara ligt er. Of je nu van zand houdt of niet’. Jop Spruit over het Romeinse recht

Jop Spruit over het Romeinse recht

F. Ahlers, L. van den Berge

Post thumbnail Emeritus hoogleraar rechtsgeschiedenis Jop Spruit voltooide onlangs na bijna een kwart eeuw een enorm project: de Nederlandse vertaling van het Corpus iuris civilis in een prachtige twaalfdelige reeks, waarin naast het Nederlands ook de oorspronkelijke Latijnse en Griekse teksten zijn opgenomen. Het Corpus iuris civilis is de codificatie van het Romeinse recht die werd opgesteld in opdracht van de Oost-Romeinse keizer Justinianus (527-565). Deze bevat een verzameling juridische teksten die van allesbepalende invloed is geweest op de ontwikkeling van het recht in Europa en op de nationale Europese rechtsstelsels. Ars Aequi vroeg Spruit naar zijn visie op het Romeinse recht, zijn drijfveren voor deze vertaling en zijn mening over de hedendaagse plaats van het Romeinse recht in het juridisch onderwijs.

Opinie | Interview
April 2012
AA20120261

Beantwoording rechtsvraag (244) Romeins recht

J.H.A. Lokin

In dit artikel wordt een antwoord gegeven op een rechtsvraag naar Romeins recht. Hierbij komen verschillende actio's aan de orde. Met name acties rondom schadevergoeding uit onrechtmatige daad en vruchtgebruik komen aan de orde.

Perspectief | Rechtsvraag
November 1995
AA19950900

Bologna: alma mater studiorum

J.C.T.F. Lokin

Post thumbnail
In Bologna ontstond bijna een millenium geleden de eerste juridische universiteit van Europa. De nog immer mysterieuze Irnerius en de latere hoogleraar Accursius hebben de universiteit van Bologna de roem gegeven die zij nog steeds draagt.

Blauwe pagina's | Bouwstenen van het recht
November 2015
AA20150856

De bescherming van derde-verkrijgers tegen stille pandrechten: een eeuwenoude traditie

V.J.M. van Hoof

Artikel 3:86 lid 2 BW beschermt derde-verkrijgers te goeder trouw tegen stille pandrechten op roerende zaken. Vanaf Romeinse tijden verpanden veel ondernemingen vrijwel al hun bestaande en toekomstige zaken aan de bank. Is de goede trouw wel een geschikt criterium als veel verkrijgers kunnen vermoeden dat alles is verpand? Had de wetgever niet beter voor alternatieve, in het verleden beproefde criteria kunnen kiezen?

Literatuur | Proefschriftbijdrage
Januari 2016
AA20160060

De Digesten en de receptie van het Romeinse recht

K.J. Krzeminski, M.C.A. van den Nieuwenhuijzen

Post thumbnail

In de bundel worden fundamentele rechtsfiguren o.a. bezit, dwaling, eigendomsvoorbehoud en onrechtmatige daad vanuit hun oorsprong in het Romeinse recht besproken.

9789069166636 - 22-9-2009

De Digesten en de receptie van het Romeinse recht (Digitaal boek)

K.J. Krzeminski, M.C.A. van den Nieuwenhuijzen

Post thumbnail

In de bundel worden fundamentele rechtsfiguren o.a. bezit, dwaling, eigendomsvoorbehoud en onrechtmatige daad vanuit hun oorsprong in het Romeinse recht besproken.

9789069166636 - 22-9-2009

De historische oorsprong van artikel 5:2 BW

J.A. Ankum

Een uiteenzetting van de tot stand koming van art 5:2 BW, te beginnen bij de Romeinse tijd en eindigend bij de huidige tijd.

Overig | Rode draad | Digesten
November 2006
AA20060784

De Historische School in het privaatrecht

Misschien wisten zij alles

F. Brandsma

In dit artikel, deel 9 behorende bij de Rode draad 'Canon van het recht' wordt het verschil tussen natuurrechtelijke juristen en juristen van de Historische School, aangevoerd door de Duitser Von Savigny behandeld en de invloed daarvan op de codificatie van het burgerlijk recht in Duitsland.

Overig | Rode draad | Canon van het Recht
Juni 2009
AA20090417

De Romeinsrechtelijke dwalingsregeling als grondslag van de huidige

J.H.A. Lokin

Aan de hand van de romeinsrechtelijke teksten wordt het begrip en de oorsprong van het begrip dwaling verklaard.

Overig | Rode draad | Digesten
September 2005
AA20050684

De tien tafelen van de Nederlandse wet. Dat zou toch mooi zijn?

Interview met prof.mr. A.S. Hartkamp

M.W. Hesselink, H. Wattendorff

Hoewel zijn voorkeur uitging naar de klassieke talen, studeerde Arthur Severijn Hartkamp (1945) rechten aan de Universiteit van Amsterdam van 1962 tot 1968. Na zijn studie werd Hartkamp wetenschappelijk medewerker bij de vakgroep rechtsgeschiedenis van diezelfde universiteit, waar hij in 1971 cum laude promoveerde bij prof.mr. J.A. Ankum. De titel van zijn proefschrift was: 'Der Zwang im römischen Privatrecht'. Van 1974 tot 1989 was Hartkamp werkzaam op de Stafafdeling Wetgeving NBW van het Ministerie van Justitie als naaste medewerker van regeringscommissaris Snijders. Naast zijn werk op de Stafafdeling had Hartkamp verschillende deel tijdfuncties elders. Zo doceerde hij in Leiden gedurende zes jaar het keuzevak NBW (1977-1983). Sinds 1982 is hij raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof te Amsterdam. Een andere nevenfunctie van Hartkamp was het redacteurschap van het NJB (1985-1989). Verder had hij voor Nederland zitting in internationale commissies als Unidroit en Uncitral (1981-heden respectievelijk 1978-1989). In 1986 werd Hartkamp benoemd tot Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad, tot 1989 voor halve tijd gedetacheerd bij het Ministerie van Justitie. Sinds 1989 is hij A-G voor de volle werktijd.Hartkamp bewerkte de Asser-Rutten (Verbintenissenrecht) naar NBW. De Asser-Hartkamp bestaat uit drie delen. In een periode van vier jaar verschijnt er ieder jaar een nieuwe druk van één van de delen. In het vierde jaar heeft Hartkamp tijd voor andere publicaties. Sinds 1989 is Hartkamp redacteur van het WPNR. De redactie van het WPNR is een rustig gezelschap en niet vergelijkbaar met de NJB-redactie, aldus Hartkamp. Het hoogleraarschap werd zijn deel in 1991. Hij werd benoemd tot deeltijd-hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Utrecht, met als leeropdracht privaatrecht, in het bijzonder burgerlijk recht. Er zijn overigens niet veel universiteiten die hem daarvóór niet voor een hoogleraarschap hadden gepolst. Eén van de weinige typisch juridische beroepen die Hartkamp nooit heeft uitgeoefend, is dat van advocaat. Doordat zijn vader advocaat was, maakte hij dit beroep als kind van te dichtbij mee om het nog aantrekkelijk te vinden, zo zegt hij zelf. Wij spraken met Hartkamp onder meer over zijn verschillende functies, over het NBW en over de Asser-Hartkamp.

Verdieping | Interview
December 1991
AA19911109

De toekomst van het Romeinse recht

Tweeluik over Romeinsrechtelijk onderwijs

W.J. Zwalve

Op 22 september 1992 werd in Amsterdam het congres 'Société internationale pour l'histoire des droits antiquités' gehouden. Professor Zwalve (RUG) gaf daar een lezing over de toekomst van het Romeinsrechtelijk onderwijs. Zijn pleidooi kwam erop neer dat bestudering van het Romeinse recht alleen zin heeft als het gezien wordt in verbinding met het hedendaagse recht en dat het onderwijs in dat vak zich met name op die verbinding moet richten. Deze visie lokte veel reactie uit van onder anderen professor Ankum (UvA). Hij vindt de visie van Zwalve op het Romeinse recht onhoudbaar en is van mening dat sinds in Duitsland in 1900 het Romeinse recht als geldend recht werd afgeschaft, het Romeinse recht uitsluitend volgens de nieuw-humanistische methode bestudeerd kan worden. Deze tegengestelde stellingnames waren voor de redaktie van Ars Aequi aanleiding om beide hoogleraren uit te nodigen de discussie in dit blad voort te zetten.

Perspectief | Perspectiefartikel
Juni 1993
AA19930455

Een Europees icoon: de rechtsgeleerde Aemilius Papinianus

J.E. Spruit

Post thumbnail
Papinianus heeft zich in de late Oudheid als gezaghebbend jurist een grote reputatie verworven. Met de receptie van het Romeinse recht in Europa hebben sedert de Renaissance zijn faam en positie als rolmodel voor juristen nog aan kracht gewonnen. Wat kan in dit proces een doorslaggevende factor zijn geweest?

Verdieping | Verdiepend artikel
Mei 2015
AA20150372

Resultaat 1–12 van de 32 resultaten wordt getoond