Showing 1–12 of 20 results

De kokende motor van de kantonrechter

J. Postma, A. van Vught

Redactioneel artikel over de beslissing van de kantonrechters in Utrecht in september 1994 om geen dwangmiddelverzoeken in verkeerszaken te behandelen als gevolg van onderbezetting. De redacteuren noemen de actie aanvaardbaar maar dan wel als pressiemiddel en niet als maatregel. De maatschappij ondervindt volgens de redacteuren altijd hinder van dergelijke acties.

Opinie | Redactioneel
December 1994
AA19940780

De realisatie van gelijkheid in bestraffing. Over het probleem, de oplossingen en de trivialiteiten

M.J. Borgers

Gelijkheid in bestraffing is een lang gekoesterd ideaal in het Nederlandse strafrecht. Dankzij de inspanningen van het Openbaar Ministerie en de zittende magistratuur zijn er verschillende instrumenten ontwikkeld die gericht zijn op het verwezenlijken van (meer) consistentie in de strafopleg-ging. Recent onderzoek stemt tot vreugde n somberheid. De initiatieven die de zittende magistratuur heeft ontplooid, lijken deels hun vruchten af te werpen. Tegelijkertijd staan triviale zaken de realisatie van gelijkheid in bestraffing in de weg. Een verdere cultuuromslag en een aanpassing van de werkprocessen zijn gendiceerd.

Verdieping | Verdiepend artikel
Mei 2006
AA20060341

De tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen herzien

C. Vernooij

Op 1 januari 2020 is de nieuwe regelgeving inzake de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen in werking getreden. In deze bijdrage beschrijft Coen Vernooij enkele hoofdlijnen van de nieuwe regelgeving inzake de tenuitvoerlegging. Daarbij gaat hij eerst kort in op de aanleiding en de opzet van de nieuwe regelgeving, vervolgens bespreekt hij de belangrijkste inhoudelijke aspecten besproken en tot slot gaat hij in op enkele recente ontwikkelingen die zich sinds de inwerkingtreding hebben voorgedaan in de rechtspraktijk.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
April 2020
AA20200406

De Wet herziening gerechtelijke kaart

D.J. Hesemans

In deze bijdrage wordt ingegaan op de belangrijkste wijzigingen die met de Wet herziening gerechtelijke kaart zijn doorgevoerd en de doelstellingen en achtergronden van deze wijzigingen. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de behandeling van de wet in de Tweede en Eerste Kamer. Tot slot wordt aandacht besteed aan de totstandkoming van de nieuwe arrondissementen Gelderland en Overijssel.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
November 2013
AA20130860

De wetgeving inzake de reorganisatie van het openbaar ministerie

P.J. van der Flier

onderstaand artikel behandeld de wetswijzigingen die doorgevoerd zijn ter reorganisatie van het openbaar ministerie.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
Oktober 1999
AA19990740

Door invoering van de strafbeschikking minder werk voor de rechter? Reactie op Rinus Otte, ‘Het Openbaar Ministerie en de strafbeschikking. De voortdurende ontlasting van de rechtspraak’

Nawoord bij bovenstaande reactie

M. Otte, F. van Tulder

In deze bijdrage reageert Frank van Tulder op een in maart 2019 in Ars Aequi verschenen artikel van Rinus Otte. Met een nawoord van Otte.

Opinie | Reactie/nawoord
September 2019
AA20190668

Fiscale fraudebestrijding: grenzen aan sturing

R. Westra

In de dissertatie wordt verslag gedaan van onderzoek naar de strafrechtelijke aanpak van fiscale fraude. Daarbij stond de samenwerking tussen de Belastingdienst, de FIOD-ECD, Rechtspraak centraal. Met deze studie wordt beoogd het functioneren van het openbaar bestuur beter te begrijpen. Er is gekozen voor een multi-disciplinaire benadering, daar een sec juridische of economische benadering slechts een gefragmenteerd en eenzijdig inzicht in de werkelijkheid zou opleveren (assumptie).

Literatuur | Proefschriftbijdrage
Oktober 2006
AA20060755

Focus op de integriteit van het Openbaar Ministerie

M. de Meijer

‘Integriteit’ is een begrip dat tegenwoordig in de volle breedte van publieke organisaties in de aandacht staat. In deze bijdrage wordt het begrip ‘integriteit’ van het Openbaar Ministerie als publieke organisatie met een bijzondere institu¬tionele positie binnen onze rechtsstaat en een bijzondere taak, nader omlijnd en ingekleurd, onder meer aan de hand van het recentelijk uitgevoerde onderzoek van de Onderzoekscommissie Openbaar Ministerie onder voorzitterschap van prof.mr. J.W. Fokkens.

Verdieping | Verdiepend artikel
December 2019
AA20190946

Herman Bolhaar

T.A. Keijzer, S.A.M. Vermeulen

Hoe komt het Openbaar Ministerie tot zijn vervolgingsbeleid? Welke relatie bestaat er tussen het OM en het slachtoffer? Ars Aequi kreeg antwoord op deze en nog vele andere vragen van Herman Bolhaar, voormalig officier van justitie en sinds juni 2011 voorzitter van het College van Procureurs-Generaal. Bolhaar vertelde over zijn studie en zijn tijd bij de Raad van State en het OM, waar hij te maken kreeg met een zaak die veel indruk op hem maakte. Hij sloot af met enkele tips voor studenten.

Blauwe pagina's | Bijzondere juridische ervaringen
Juni 2014
AA20140412

Het begrip ‘uitvaardigende rechterlijke autoriteit’ in de context van het overleveringsrecht

J.W. Ouwerkerk

Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU 27 mei 2019, gevoegde zaken C-508/18 (OG) en C-82/19 PPU (PI), ECLI:EU:C:2019:456

Annotaties en wetgeving | Annotatie
December 2019
AA20191005

Het civielrechtelijk bestuursverbod voor faillissementsfraudeurs: een ambivalent voorstel

D.R. Doorenboos

In het voorjaar kondigde de Minister van Veiligheid en Justitie aan dat frauderende bestuurders straks steviger kunnen worden aangepakt met behulp van een nieuw instrument: het civielrechtelijk bestuursverbod. Het ministerie bracht daartoe een concept-wetsvoorstel in consultatie, dat inmiddels talrijke overwegend kritische reacties heeft uitgelokt. Deze maken duidelijk dat de wettelijke vormgeving van het beoogde bestuursverbod geen eenvoudige opgave is.

Opinie | Opiniërend artikel
Januari 2014
AA20140019

Het Convenant civiel effect 2016: leidt meer uniformiteit tot meer academische kwaliteit?

M.T.A.B. Laemers

In maart 2016 sloten de Raad voor de rechtspraak, het Openbaar Ministerie, de Nederlandse Orde van Advocaten en alle juridische faculteiten in Nederland een convenant over de eisen voor het civiel effect. De programma’s van de juridische opleidingen moeten uiterlijk met ingang van academisch jaar 2017-2018 daaraan zijn aangepast. De vraag is of het convenant grote gevolgen gaat hebben voor de praktijk en voor de kwaliteit van de juridische opleidingen.

Perspectief | Perspectiefartikel
Februari 2017
AA20170155

Showing 1–12 of 20 results