Resultaat 1–12 van de 16 resultaten wordt getoond

Aanpassing van Boek 2 BW voor joint venture-doeleinden?

M.W. den Boogert

Ondernemingen kunnen zelfstandig of afhankelijk zijn. Naast afhankelijke ondernemingen die dochterondernemingen in concern- of groepsverband zijn, bestaan er joint venture-ondernemingen die afhankelijk zijn van samenwerkende joint venture-partners zonder dat zij behoren tot het concern of de groep van een van de partners. Wordt de joint venture-onderneming uitgeoefend in de vorm van een NV of een BV, dan kan een spanningsveld ontstaan tussen de dwingendrechtelijke wettelijke inrichting van de NV en de BV en de wens van de samenwerkende partners hun ondernemersdoelstelling in de joint venture-vennootschap tot gelding te kunnen brengen.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
Mei 1995
AA19950354

Aansprakelijkheid van partners voor een joint venture in de vorm van een besloten of naamloze vennootschap

J. Struycken

Onder bijzondere omstandigheden kan een moedervennootschap aansprakelijk zijn voor de schulden van een dochtervennootschap met beperkte aansprakelijkheid. In dit artikel wordt uiteengezet welke die omstandigheden zijn en of die omstandigheden anders zijn wanneer het gaat om schulden van een joint venture-vennootschap.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
Mei 1995
AA19950392

De ‘joint venture’: economische aspecten

P.J. Uitermark

De joint venture is een van de vele vormen van (strategische) samenwerking in het bedrijfsleven. Een algemeen aanvaarde definitie ervan kennen we niet, zodat de omvang van het verschijnsel niet nauwkeurig bekend is. Moeilijk te zeggen is evenzeer wat met de joint venture in het algemeen gesproken, wordt beoogd. De joint venture wordt ingezet in de concurrentiestrijd op de (wereld-)markt. Hoe en wanneer dit wapen wordt ingezet hangt af van de marktontwikkeling. Het is vaak een weinig kostbare en mede daardoor ook risicobeperkende manier om een nieuwe ondernemingsstrategie te beproeven.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
Mei 1995
AA19950347

De beoordeling van joint ventures onder Europees en nationaal mededingingsrecht

R. Ludding

In de marktgeoriënteerde economieën van de Lid-Staten van de Europese Unie is de mededinging tussen ondernemingen een drijvende kracht, het belangrijkste mechaniek voor het (uiteindelijk) efficiënt aanwenden van schaarse productiemiddelen, een stimulator van vernieuwing. Zowel op nationaal als op Europees niveau bestaan rechtsregels die ondernemingen weliswaar niet tot actieve concurrentie verplichten, maar wel beogen ondernemersgedrag dat tot een afnemende intensiteit of kwaliteit van de mededinging leidt of kan leiden, aan banden te leggen. Een gemeenschappelijke onderneming kan onder omstandigheden een merkbare beperking van de mededinging (tussen de partners onderling of tussen hen en derde-ondernemingen) tot gevolg hebben. Deze bijdrage bespreekt de beoordeling van dat gevolg naar Europees en nationaal recht.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
Mei 1995
AA19950409

De fiscale aspecten van joint ventures

W. Brink

De keuze van de structuur van een joint venture wordt voor een gedeelte bepaald door fiscale motieven. Kennis van de fiscale gevolgen van een bepaalde structuur is derhalve belangrijk. Bij de totstandkoming van een joint venture structuur dreigt het risico van een tussentijdse afrekening voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting. Onderzocht wordt op welke wijze fiscaal gefacilieerd een dergelijke structuur kan worden opgezet of op welke wijze zo'n structuur juist 'geruisloos' kan worden verlaten.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
Mei 1995
AA19950361

Deadlock-situaties

H.J.M.N. Honée

Er zijn uiteenlopende mogelijkheden om in een joint venture te komen tot een oplossing van conflictueuze situaties. Meestal worden deze uitgewerkt in de joint venture-overeenkomst. Zijn de activiteiten van de joint venture ondergebracht in een BV, dan zal, in het concrete geval de gevonden oplossing doorwerken in de vennootschappelijke verhoudingen. De vraag die dan opkomt, is of de contractuele regeling ter beslechting van geschillen tussen de partners niet ook, en zelfs beter, in de statuten van de joint venture-BV kunnen worden verankerd.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
Mei 1995
AA19950376

Europese rechtsvormen voor joint ventures

M.J.G.C. Raaijmakers

In dit artikel staat centraal de vraag in hoeverre het EESV, de SE en de ECV geschikte rechtsvormen zijn voor een joint venture tussen partners in verschillende EU-Lid-Staten. De verschillende rechtsvormen worden beschreven alsmede hun voor- en nadelen.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
Mei 1995
AA19950425

HBG: de baggeroorlog

M.J.G.C. Raaijmakers

Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) 21 januari 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AD8368, nr. 810/2001 OK (Vereniging van Effectenbezitters et.al./Hollandsche Beton Groep NV en Ballast Nedam NV) Hof Amsterdam (Ondernemingskamer). Verzuim ava voldoende te betrekken in strategische beslissingen, afwijzing bod op dochter respectievelijk op de NV zelf, aangaan van een joint venture: wanbeleid?

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Juni 2002
AA20020433

Inleiding

I. Giesen, J. Struycken, M. Thöenes, A.J. Verheij

De redactieraad geeft een korte introductie bij het bijzonder nummer dat als thema heeft 'Joint ventures'.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
Mei 1995
AA19950333

Jaarrekeningsrecht en joint ventures

S.E. Eisma

Het jaarrekeningrecht vormt een complex geheel van regels dat een aparte plaats inneemt in het rechtspersonenrecht. In het onderhavige artikel wordt ingegaan op een aantal vragen van jaarrekeningrecht die spelen als er joint ventures in het spel zijn.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
Mei 1995
AA19950385

Joint ventures – Introductie

J.A.M. ten Berg

Op verzoek van de Bijzonder Nummer-commissie 1995 dient deze bijdrage als een algemeen introducerend artikel over de joint venture. In het artikel wordt allereerst aangegeven wat gemeenlijk onder het begrip 'joint venture' wordt verstaan. Vervolgens wordt ingegaan op de diverse rechtsvormen waarin de Nederlandse joint venture zich kan manifesteren. Daarbij worden onderscheiden de 'geïnstitutionaliseerde' kapitaalvennootschappen enerzijds en de personenvennootschappen anderzijds, maar combinaties van beide typen blijken ook mogelijk. Tot slot wordt aandacht besteed aan de basis van de joint venture: de joint venture-overeenkomst.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
Mei 1995
AA19950335

Joint ventures en stemovereenkomsten. Een rechtsvergelijkend perspectief

H.J. de Kluiver

Een essentiële juridische vraag in het kader van joint ventures, opgezet in de vorm van een rechtspersoon, is die naar de verhouding tussen institutionele vastigheid en contractuele flexibiliteit. Het antwoord op die vraag wordt voor een belangrijk deel bepaald door nationaal vennootschapsrecht. In deze bijdrage staat centraal welke ruimte een aantal buitenlandse rechtstelsels biedt voor het gebruik van stemovereenkomsten in dat kader. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan het Engelse recht. Die bijzondere aandacht is vanuit de Nederlandse optiek gerechtvaardigd omdat een vennootschap opgericht naar Engels recht in Nederland zeker wordt erkend, en dus hier te lande als rechtsvorm voor een joint venture kan worden gebruikt. Daarnaast kan worden opgemerkt dat het Engelse recht, nog steeds, wordt geacht bijzonder oog te hebben voor de wensen en noden van de handelspraktijk.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
Mei 1995
AA19950432

Resultaat 1–12 van de 16 resultaten wordt getoond