Resultaat 25–36 van de 51 resultaten wordt getoond
september 2006
R. de Lange
maart 2008
C.M. Pelser
juni 2000
R.J.C. Flach
juni 2003
E.F.D. Engelhard
De civiele rechter heeft creativiteit laten zien om in diverse gevallen eisers met bewijsnood ter zake van het causaal verband tegemoet te komen. Eén categorie gevallen blijft problematisch, namelijk die waarin de schade van de eiser het gevolg is van diens eigen keuze, waarvan de eiser stelt dat die keuze is ingegeven door onjuiste informatie of nalatigheid van de gedaagde.
Rode draad | Beschermenswaardige partijenseptember 2020AA20200810
I.M. Abels
Artikel waarin wordt ingegaan op de nieuwe 'Wet deskundige in strafzaken'. Door de opname van een aparte titel in het Wetboek van Strafvordering wordt de positie van de deskundige verduidelijkt. In het artikel wordt ingegaan op deskundigenregister, de kwaliteitseisen, College voor de gerechtelijk deskundige en de verantwoordelijkheid van de registers.
Annotaties en wetgeving | Wetgevingseptember 2009AA20090585
A.H. Schuurman
Bijzonder nummer | Bewijsjuli 2010AA20100518
R.J.B. Schutgens
In de rechtenopleiding zou meer aandacht moeten worden besteed aan de beoordeling van feiten. In een vak ‘waarheidsvinding’ zouden rechtenstudenten kunnen leren hoe bewijs moet worden beoordeeld.
Blauwe pagina's | Onderbelichtapril 2012AA20120246
M. Roos
Bijzonder nummer | Bewijsjuli 2010AA20100490
D. Garé, J.F. Nijboer
In het kader van de Rode draad ‘Bewijs en Bewijsrecht’ komt opnieuw een belangrijk aspect van het bewijs en bewijsrecht in strafzaken aan de orde, namelijk het onmiddellijkheidsbegrip en -beginsel. In deze bijdrage wordt de centrale plaats van het onmiddellijkheidsbegrip en -beginsel in aanzet heroverwogen tegen de achtergrond van strafprocessuele realiteiten, aspiraties en mogelijkheden van vandaag de dag.
Rode draad | Bewijs en bewijsrecht | Verdieping | Studentartikeldecember 1999AA19990877
Th.C.J.A. van Engelen
Hoge Raad 28 september 2018, nr. 17/01264, ECLI:NL:HR:2018:1775, IEPT20180928, BIE 2018/34, m.nt. W.J.G. Maas, NJ 2019/70, m.nt. Ch. Gielen en A.I.M. van Mierlo, IER 2019/5, m.nt. F.W.E. Eijsvogels (Organik/Dow Chemical)
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2019AA20190687
G.P.M.F. Mols
In dit artikel wordt ingegaan op het in Nederland marginaal toegepast en bekende onmiddellijkheids- of confrontatiebeginsel. Dit beginsel dat er op toeziet dat alles waarvan een verdachte wordt beschuldigd ook daadwerkelijk ter terechtzitting ter ore van de rechter komt staat centraal in dit artikel. De de auditu jurisprudentie en zaken als de geheime getuige hebben de marginalisering van dit beginsel versterkt. In dit artikel komt de noodzaak van het beginsel aan de orde en wordt er ook ingegaan op Straatburgse jurisprudentie en de invloed daarvan op het Nederlandse strafprocesrecht.
Bijzonder nummer | Rechtsbeginselenoktober 1991AA19910876