bewijs

september 2006

Katern 100: Staatsrecht

R. de Lange

maart 2008

Katern 106: Straf(proces)recht

C.M. Pelser

juni 2000

Katern 75: Burgerlijk procesrecht

R.J.C. Flach

juni 2003

Katern 87: Straf(proces)recht

C.M. Pelser

Keuzeonzekerheid bij de vaststelling van het condicio-sine-qua-non-verband

E.F.D. Engelhard

Post thumbnail De civiele rechter heeft creativiteit laten zien om in diverse gevallen eisers met bewijsnood ter zake van het causaal verband tegemoet te komen. Eén categorie gevallen blijft problematisch, namelijk die waarin de schade van de eiser het gevolg is van diens eigen keuze, waarvan de eiser stelt dat die keuze is ingegeven door onjuiste informatie of nalatigheid van de gedaagde.

Rode draad | Beschermenswaardige partijen
september 2020
AA20200810

Kwaliteitseisen aan deskundigen in strafzaken

I.M. Abels

Artikel waarin wordt ingegaan op de nieuwe 'Wet deskundige in strafzaken'. Door de opname van een aparte titel in het Wetboek van Strafvordering wordt de positie van de deskundige verduidelijkt. In het artikel wordt ingegaan op deskundigenregister, de kwaliteitseisen, College voor de gerechtelijk deskundige en de verantwoordelijkheid van de registers.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
september 2009
AA20090585

Medische expertise

A.H. Schuurman

Bijzonder nummer | Bewijs
juli 2010
AA20100518

Onderbelicht: het vaststellen van de feiten

R.J.B. Schutgens

Post thumbnail

In de rechtenopleiding zou meer aandacht moeten worden besteed aan de beoordeling van feiten. In een vak ‘waarheidsvinding’ zouden rechtenstudenten kunnen leren hoe bewijs moet worden beoordeeld.

Blauwe pagina's | Onderbelicht
april 2012
AA20120246

Onderzoek op de plaats delict

Een kwestie van keuzes

M. Roos

Bijzonder nummer | Bewijs
juli 2010
AA20100490

Onmiddellijkheid heroverwogen

D. Garé, J.F. Nijboer

In het kader van de Rode draad ‘Bewijs en Bewijsrecht’ komt opnieuw een belangrijk aspect van het bewijs en bewijsrecht in strafzaken aan de orde, namelijk het onmiddellijkheidsbegrip en -beginsel. In deze bijdrage wordt de centrale plaats van het onmiddellijkheidsbegrip en -beginsel in aanzet heroverwogen tegen de achtergrond van strafprocessuele realiteiten, aspiraties en mogelijkheden van vandaag de dag.

Rode draad | Bewijs en bewijsrecht | Verdieping | Studentartikel
december 1999
AA19990877

Organik v Dow Chemical: het achterhalen van geheim bewijs van een geheime inbreuk op een bedrijfsgeheim

Th.C.J.A. van Engelen

Hoge Raad 28 september 2018, nr. 17/01264, ECLI:NL:HR:2018:1775, IEPT20180928, BIE 2018/34, m.nt. W.J.G. Maas, NJ 2019/70, m.nt. Ch. Gielen en A.I.M. van Mierlo, IER 2019/5, m.nt. F.W.E. Eijsvogels (Organik/Dow Chemical)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2019
AA20190687

Over het onmiddellijkheidsbeginsel in strafzaken

G.P.M.F. Mols

In dit artikel wordt ingegaan op het in Nederland marginaal toegepast en bekende onmiddellijkheids- of confrontatiebeginsel. Dit beginsel dat er op toeziet dat alles waarvan een verdachte wordt beschuldigd ook daadwerkelijk ter terechtzitting ter ore van de rechter komt staat centraal in dit artikel. De de auditu jurisprudentie en zaken als de geheime getuige hebben de marginalisering van dit beginsel versterkt. In dit artikel komt de noodzaak van het beginsel aan de orde en wordt er ook ingegaan op Straatburgse jurisprudentie en de invloed daarvan op het Nederlandse strafprocesrecht.

Bijzonder nummer | Rechtsbeginselen
oktober 1991
AA19910876