8 EVRM
Resultaat 37–45 van de 45 resultaten wordt getoond
Uitlokking door burgers en de (on)bruikbaarheid van het daardoor verkregen bewijsmateriaal
M. Lochs
Naar aanleiding van het verschijnsel van zogenaamde pedojagers rijst de vraag of in het strafproces gebruik kan worden gemaakt van bewijs dat is verkregen door middel van uitlokking door burgers. In dit artikel wordt onderzocht wat het in de strafrechtspraak ontwikkelde toetsingskader van uitlokking betekent voor de omgang met dergelijk bewijs. Daarbij wordt tevens aandacht besteed aan het in Engeland geldende leerstuk van private entrapment.
Advertorial
Als Officier van Justitie heb je de regie over het opsporingsonderzoek, bijv. bij grote drugszaken in de haven van Rotterdam. Welke methode pas jij toe?
Bij een terminal op de Maasvlakte houdt de politie 3 jongens aan. Ze zijn geronseld om drugs op te halen bij een container in de haven. De vangst: 1000 kilo coke. Maar dan begint het pas. Een van hen heeft een telefoon bij zich. Het tappen levert direct al volgende aanknopingspunten op. Wie spoor je allemaal op? Lees meer >>
Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2022
AA20220177
Resultaat 37–45 van de 45 resultaten wordt getoond





This article discusses the emerging trend to treat climate change as a human rights problem. This serves as an argument for an evolutive interpretation of the ECHR that does more justice to the nature of the problem of climate change.
In het rechtbankvonnis (2015) in de Urgenda-zaak werd het nalaten van de Nederlandse Staat om de uitstoot van broeikasgassen vanuit Nederlands grondgebied tot een aanvaardbaar niveau terug te (doen) brengen, beschouwd als een schending van de zorgplicht (gevaarzetting) van artikel 6:162 lid 2 Burgerlijk Wetboek. Door dit nalaten bracht Nederland de eigen bevolking in gevaar. In 2018 kwalificeerde het gerechtshof datzelfde nalaten door de Staat als een schending van de mensenrechten van de Nederlandse bevolking, in het bijzonder het recht op leven en een schone leefomgeving. In deze bijdrage onderzoek ik of de Urgenda-zaak gezien kan worden als een succesvol voorbeeld van strategisch procederen voor mensenrechten, dat wil zeggen het op een strategische manier inzetten van een juridische procedure, waarin de mensenrechten centraal staan, om op deze wijze te proberen algemene beleidswijzigingen teweeg te brengen in het belang van de samenleving als geheel. Daarbij kijk ik ook naar de reactie van de Nederlandse samenleving op deze procedure. Die lijkt verdeeld. Sommige Nederlandse burgers beschouwen Urgenda als een stichting die moedig opkomt voor de goede zaak, anderen hebben juist meer sympathie voor de weifelende Nederlandse Staat.
Het naamrecht: veel bereik, doch weinig bemind. Hoewel iedereen met het naamrecht te maken krijgt, heeft de wetgever er weinig aandacht voor. Anders dan in de rest van het personen- en familierecht is hier nog sprake van een beperkte keuzevrijheid voor het individu en een ferm normerende overheid. Dit artikel poogt de belangrijkste pijnpunten aan te geven.
In de zomer van 2018 bereikte de reguliere Nederlandse media het nieuws dat met mobiele telefoons beeldmateriaal wordt gemaakt van verkeersongevallen en meer in het bijzonder van slachtoffers daarvan. De media wisten te vertellen dat het filmen van slachtoffers van verkeersongevallen in Nederland, anders dan in Duitsland, niet strafbaar is gesteld. In deze bijdrage buigen Tineke Cleiren en Jeroen ten Voorde zich over de vraag of het strafbaar stellen van het fotograferen of filmen van slachtoffers van verkeersongevallen ook voor Nederland zou moeten worden overwogen.
Klimaatrechtvaardigheid dwingt ons na te denken over het subject van rechtvaardigheid. Mensen overal ter wereld, niet-menselijke dieren, de natuur en toekomstige generaties worden in de discussie over klimaatrechtvaardigheid genoemd als potentiële gerechtigden van rechtvaardigheid. Deze bijdrage richt zich op deze vele mogelijke subjecten van rechtvaardigheid. Ik introduceer een opvatting van rechtvaardigheid die de noodzaak van gelijke participatie van alle betrokkenen in het politieke debat over rechtvaardigheid benadrukt. Vervolgens spits ik mijn onderzoek toe op toekomstige generaties. Deze invalshoek laat duidelijk zien wat de fundamentele uitdaging is van rechtvaardigheid. Ik sluit af met een aantal concrete oplossingen.