Maandbladartikel

Wie heeft recht op rechtvaardigheid?

Toekomstige generaties en klimaatrechtvaardigheid

L.M. Henderson

Post thumbnail Klimaatrechtvaardigheid dwingt ons na te denken over het subject van rechtvaardig­heid. Mensen overal ter wereld, niet-menselijke dieren, de natuur en toekomstige generaties worden in de discussie over klimaatrechtvaardigheid genoemd als potentiële gerechtigden van rechtvaardigheid. Deze bijdrage richt zich op deze vele mogelijke subjecten van rechtvaardigheid. Ik introduceer een opvatting van rechtvaardigheid die de noodzaak van gelijke participatie van alle betrokkenen in het politieke debat over rechtvaardigheid benadrukt. Vervolgens spits ik mijn onderzoek toe op toekomstige generaties. Deze invalshoek laat duidelijk zien wat de fundamentele uitdaging is van rechtvaardigheid. Ik sluit af met een aantal concrete oplossingen.

Opinie | Opiniërend artikel
juni 2020
AA20200558

Wie het kleine eert, is in de aap gelogeerd?

Over schadevergoeding in natura bij massaschadezaken en het risico van coupon settlements

I. Tillema

Post thumbnail Naar aanleiding van de collectieve schikking in de Staatsloterij-zaak gaat de auteur in op schikkingen in massaschadezaken waarbij schadevergoeding in natura wordt toegekend. Zij gaat op zoek naar omstandigheden die kunnen bijdragen aan de totstandkoming van een dergelijke schikking, en de waarborgen die daarbij (zouden moeten) gelden om misbruik of ‘Amerikaanse toestanden’ tegen te gaan.

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2019
AA20190265

Wie is belanghebbende in milieuzaken?

R. Uylenburg

Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 27 december 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ5206, LJN: AZ5206, nr. 200603728/1 Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 23 augustus 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY6762, LJN: AY6762, nr. 200507730/1, AB 2006, 365, m.nt. A. van Hall, Milieu en Recht 2006/9, nr. 96, m.nt. VL Binnen deze arresten wordt de vraag besproken wanneer iemand belanghebbende is in de zin van art. 1:2 Awb, met name de bevoegdheid van belangenorganisaties in milieuzaken is hier in het geding.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 2007
AA20070241

Wie is Elena Kagan?

E.H. Hondius

Van de US Supreme Court Justices is Elena Kagan een van de minst bekende. Ewoud Hondius zet in deze column de schijnwerper op deze bruggenbouwer in het Supreme Court.

Opinie | Column
november 2020
AA20201013

Wie klikt, stemt toe. Over toestemming voor het gebruik van cookies

C. Spierings

Voordat een website cookies mag gebruiken, moet de gebruiker geïnformeerd worden en moet hij zijn toestemming verlenen. Deze eisen dienen ter bescherming van de privacy van de gebruiker en worden gehandhaafd door de Autoriteit Consument & Markt. Het verlenen van toestemming is echter ook een privaatrechtelijke eenzijdige rechtshandeling. In deze bijdrage gaat de auteur in op de privaatrechtelijke aspecten van toestemming voor het gebruik van cookies.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
september 2016
AA20160683

Wie stelt, bewijst

H.T.M. Kloosterhuis, C.E. Smith

“Juristen worden opgevoed met ‘wie stelt, bewijst’, maar de vraag naar het waarom van dit principe blijft vaak onderbelicht. Voor een antwoord op die vraag moeten we een beetje uitzoomen” Dat doen Harm Kloosterhuis & Carel Smith in deze column dan ook.

Perspectief | Column
mei 2021
AA20210505

Wie was Gaius?

E. Koops

In deze column over Gaius, rechtshistoricus voor de rechtshistorici, vertelt Egbert Koops over het wonder waardoor we na eeuwen van onwetendheid eindelijk echt konden kennismaken met deze beroemde Romein.

Perspectief | Column
januari 2022
AA20220064

Wie was toch Suijling?

E.H. Hondius

In deze column betoogt Hondius dat het zinnig is om befaamde juristen te noemen in colleges in functioneel verband met stof. Ook betoogt Hondius dat de oude Ars Aequi-rubriek 'Ars longa, vita brevis' weer moet herleven.

Opinie | Column
mei 2006
AA20060333

Wie wat Wabo

J.C. van Oosten

Post thumbnail Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. De Wabo wijzigt de procedures voor het reguleren van plaatsgebonden activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving, zoals het realiseren van woonwijken en fabrieken, aanzienlijk. In deze bijdrage wordt de Wabo uitvoerig besproken.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2011
AA20110439

Wie zal de formele wet toetsen?

H.D.M. van Arkel

Welke bezwaren men ook mag hebben tegen het denkbeeld om in Nederland de mogelijkheid van rechterlijke toetsing van de formele wet aan de Grondwet te openen, men kan niet beweren, dat de meer uitgewerkte en gepubliceerde plannen daartoe zich kenmerken door een niets ontziende hervormingsdrift. In de voorstellen van de Proeve en van de Staatscommissie Cals-Donner, immers, wordt de te verlenen toetsingsbevoegdheid sterk beperkt en de gegeven toelichting maakt duidelijk, dat ook de commissieleden die vóór invoering zijn, zeer veel begrip hebben voor de bezwaren die men daartegen kan hebben. Over het algemeen gaan de voorstellen in de Proeve en in het Rapport van de Staatscommissie in dezelfde richting. Het lijkt daarom nuttig hier in het bijzonder aandacht te besteden aan het laatstgenoemde voorstel; waar het voorstel van de Proeve in een andere richting gaat, zal dat worden vermeld. Het voorstel van de Staatscommissie dan, komt - in het kort samengevat - neer op het volgende. De formele wet kan alleen getoetst worden aan de grond. wettelijke bepalingen omtrent de grondrechten; de toetsingsbevoegdheid gaat niet verder dan het in een concreet geval buiten toepassing laten van een wet die in dat concrete geval onverenigbaar is met de bedoelde bepalingen. De toetsing wordt in handen gelegd van de gewone rechter. Men moet zeggen, dat de commissie met dit voorstel niet meer doorbreekt dan noodzakelijk is wanneer men een ruimer toetsingsrecht clan wij thans kennen, wil invoeren. Hierbij moet wel aangetekend worden, dat dit voorstel niet inhoudt het definitieve standpunt van de commissie ten aanzien van de begrenzing van de te verlenen toetsingsbevoegdheid. In het hier aangehaalde rapport is namelijk het toetsingsrecht alleen behandeld in samenhang met de zogenaamde klassieke grondrechten; de grondrechten die - zoals het rapport zegt - de strekking hebben de vrijheidssfeer van de burger tegenover de overheid te waarborgen. Bij deze constatering moet dan evenwel weer worden opgemerkt, dat van de commissie in haar huidige samenstelling nauwelijks verwacht kan worden dat zij te zijner tijd met een voorstel tot invoering van een algehele toetsingsbevoegdheid zal komen. Vooruitlopende op haar studie van het vraagstuk van de eventuele algehele opheffing van de onschendbaarheid der wetten, deelt de commissie mede dat ‘naar het aanvankelijk oordeel van de grote meerderheid van de leden’ een toetsingsbevoegdheid ten aanzien van alle grondwetsbepalingen niet dient te worden ingevoerd.

januari 1970
AA19700511

Wie zijn er betrokken bij en verantwoordelijk voor de deugdelijkheid van een deskundigenrapport?

R.W.M. Giard

Post thumbnail

Is een deskundige slechts een solist die gevraagd wordt voor een bepaalde taak, een huurling die komt en weer gaat? Nader beschouwd, opereert iedere expert binnen een geformaliseerd sociaal systeem – de juridische procedure – waaraan procespartijen, hun rechtsvertegenwoordigers en de rechter participeren. Iedere expert behoort bovendien tot een bepaalde beroepsgroep. Het deskundigenrapport vervult een essentiële rol bij het proces van waarheidsvinding. Maar wie dragen welke verantwoordelijkheid voor dit systeem en wie waarborgen de juistheid van de aanpak van het deskundigenonderzoek en de betrouwbaarheid van het rapport? Een breder gedragen verantwoordelijkheid en vooral professionelere aanpak van het deskundigenbericht is hier hard nodig.

Opinie | Opiniërend artikel
maart 2018
AA20180216

Wie zoekt, zal vinden

E.G.C. Rassin

Post thumbnail De politie doet veelvuldig een beroep op de verklaringen van getuigen en verdachten. Maar inmiddels is duidelijk dat dergelijke verklaringen lang niet altijd betrouwbaar zijn. Hoe groot is dit probleem? En draagt de politie onbedoeld zelf bij aan de onjuistheid van verklaringen, zoals geimpliceerd in de termen ‘overaangifte’ en ‘overbekentenis’? 

Perspectief | Perspectiefartikel
februari 2013
AA20130166