Maandbladartikel

Particuliere geharmoniseerde normen: het HvJ EU gunt zichzelf rechtsmacht

A.C.M. Meuwese

Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) 27 oktober 2016, C-613/14, ECLI:EU:C:2016:821 (James Elliott Construction/Irish Asphalt)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2017
AA20170327

Particuliere handhaving van de openbare orde

Over schadevoorkoming, goed beheerderschap en de bescherming van de toegankelijkheid van het semipublieke domein

A.E. van Rooij

Bij de overlastbestrijding in winkels, horecagelegenheden en andere semipublieke plaatsen en evenementen staan verschillende private en publieke belangen in een complexe verhouding tot elkaar. Particuliere beheerders mengen zich met hun gedragsregels, toezicht en sancties in persoonlijke, fundamentele vrijheden van hun publiek. Toezicht met behulp van fouillering en cameratoezicht raakt bijvoorbeeld de privacy van bezoekers. Uitsluitingssancties hebben gevolgen voor de bewegingsvrijheid. Geldboetes worden als leedtoevoegend ervaren. Het publiek krijgt hier wel iets voor terug: de genoemde maatregelen moeten overlast voorkomen en dat draagt weer bij aan een groter genot van de goederen en diensten die daar worden aangeboden. Deze bijdrage gaat in op deze juridische belangen bij de private handhaving van de orde in het semipublieke domein. Zijn die particuliere beheerders bij de bestrijding van overlast nu te beschouwen als een verlengstuk van de overheid of handelen zij primair uit eigen belang? En blijft de toegankelijkheid van het semipublieke domein wel voldoende gewaarborgd?

Literatuur | Proefschriftbijdrage
februari 2018
AA20180174

Particuliere landerijen in Nederlands-Indië en het zogenaamde erfpachtrecht (1836-1912)

C.H. van Rhee

Gedurende een periode van vele eeuwen waren de zogenaamde Particuliere Landerijen een begrip in Nederlands-Indië. In 1836 riep men voor de inheemse landbouwer die op deze landerijen voor eigen rekening landbouw bedreef een recht in het leven, dat men met de verwarrende naam 'erfpachtsrecht' tooide. Dit recht vormt het onderwerp van dit artikel en wordt behandeld nadat eerst wordt vastgesteld wat particuliere landerijen precies zijn. Tevens wordt de relatie met het adatrecht en met het Burgerlijk Wetboek nader aangeduid.

Verdieping | Studentartikel
november 1991
AA19910973

Particuliere opsporing

Y. Buruma

Hoge Raad 01-06-1999, nr. 110.367, ECLI:NL:HR:1999:ZD1605 Na onrechtmatig handelen door particuliere recherche is er nog geen sprake van niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, onder omstandigheden kan er echter wel bewijsuitsluiting zijn.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2000
AA20000117

Partij-getuige bij tegenbewijs

G.R. Rutgers

Hoge Raad 7 april 2000, nr. C98/230HR, ECLI:NL:HR:2000:AA5404, RvdW 2000, 100 C (Meijering & Benus BV/Jan Meijer Vastgoed BV.)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2000
AA20000881

Partijautonomie tussen contract en onrechtmatige daad

A.G. Castermans

Post thumbnail

In deze bijdrage voor de Rode draad ’20 jaar Nieuw BW’ blikt Alex Geert Castermans terug op de afgelopen twintig jaar in het contractenrecht. Hij kijkt daarbij in het bijzonder of er sprake is van een toenemende beperking van de partijautonomie.

Rode draad | 20 jaar Nieuw BW
november 2012
AA20120859

Pas als het deugt mag het

Over integriteit in rechtswetenschappelijk onderzoek in Nederland

J.B.M. Vranken

Post thumbnail

Integriteitsschending in rechtswetenschappelijk onderzoek snijdt een brede problematiek aan. Ik beperk mij tot het externe niveau (als onderscheiden van intern en institutioneel niveau) en bespreek aan de hand van voorbeelden drie categorieën waarin integriteit problematisch is of kan worden: belangenverstrengeling, derdenfinanciering en auteurschap. Derdenfinanciering lijkt de meeste risico’s in te houden, maar er is behoefte aan meer feitenmateriaal om de risico’s te substantiëren dan wel te ontzenuwen.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 2017
AA20170868

Pas op! Borgtocht in bedrijf

(Bras vs. Satisfactorie)

W.H. van Boom

Hoge Raad 6 juni 2008, nr. C06/317HR, ECLI:NL:HR:2008:BC8690, LJN: BC8690 (Bras/Satisfactorie) In deze uitspraak van de Hoge Raad en de daarbij behorende noot staat de borgtochtovereenkomst centraal. De uitspraak en de noot maken duidelijk dat een goede communicatie en afspraken belangrijk zijn bij een borgtochtovereenkomst. Ook komt de mededelingsplicht duidelijk aan de orde. In de noot worden besproken: de nadelen en gevolgen van de buitengerechtelijke vernietiging van de overeenkomst door de hoofdschuldenaar, de doorwerking van verweermiddelen van de hoofdschuldenaar in de verhouding tussen borg en schuldeiser respectievelijk borg en hoofdschuldenaar, het onderscheid tussen een verweermiddel en het wilsrecht dat na uitoefening tot een verweermiddel leidt, alsmede de gevolgen van dat onderscheid voor de borg en ten slotte onze conclusie dat meer aandacht nodig is voor communicatieplichten in plaats van de aandacht die nu uitgaat naar het ontstaansmoment van de regresvordering. Aan de orde komen hierbij het Nederlandse en Belgische recht en waar van belang ook de Draft Common Frame of Reference.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2009
AA20090554

Paspoorten, rijbewijzen en res publicae

J.E. Jansen

De Nederlandse Staat is eigenaar van de door hem uitgegeven paspoorten en rijbewijzen. Het is de vraag wat de goederenrechtelijke gevolgen zijn van deze wettelijke bepalingen. Voor het antwoord zoekt Jelle Jansen in het Romeinse recht.

Opinie | Column
november 2013
AA20130833

Passend onderwijs: van leerplicht naar leerrecht

L. van den Berge

Voor veel kinderen is in Nederland geen onderwijs beschikbaar dat voldoet aan hun behoeften. Naar schatting zitten ongeveer 25.000 leerlingen daarom noodgedwongen langdurig thuis. Om tot verbeteringen te komen, is structurele aanpassing nodig van wetgeving en beleid op het gebied van het passend onderwijs.

Opinie | Amuse
oktober 2024
AA20240814

Passende arbeid als recht van de mens

Recht op arbeid en op werkloosheidsuitkering in internationaal en Nederlands recht

F.J.H.C. Smit

Hebben de economische, sociale en culturele rechten in het algemeen en het recht op arbeid in het bijzonder rechtskracht en zijn zij afdwingbaar? Voldoet reeds alle arbeid daartoe waar de werknemer in staat is als voorwerp van het recht op arbeid of moet dit recht worden uitlegd en toegepast als recht op passende arbeid? Kan de werkloze werknemer volgens internationaal en Nederlands recht worden verplicht tot het verrichten van elke arbeid waartoe hij of zij in staat is, danwel tot het verrichten van passende arbeid alleen? Wat is de minimumgrens van deze verplichting die een uitkering in geval van werkloosheid met zich meebrengt?

Literatuur | Proefschriftbijdrage
juni 1994
AA19940463

Passieve legitimatie uit cognossement

F.G.M. Smeele

Bespreking proefschrift. Hoofdvraag is wie er bij cognossementsvervoer tot vergoeding van ladingschade kan worden aangesproken, met andere woorden ‘whodunnit?’Auteur concludeert dat bij nader inzien de tegenstelling tussen debeginselen van partij-autonomie en derdenbescherming bij de passieve legitimatie maar eenschijnbare. Zeer wel kunnen deze uitgangspunten met elkaar in harmonie gebracht worden, namelijkwanneer aan het contractuele aspect in de verhouding tussen vervoerder en afzender en aan het waardepapierrechtelijke aspect tussen vervoerder en derde-houder beslissende betekenis wordt toegekend.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
november 1998
AA19980919