Maandbladartikel

Het fiscaal bodemrecht: de impasse duurt voort

D.F.H. Stein

Toen men in 1990 de nieuwe Invorderingswet (Iw 1990) invoerde, werd vanwege de vertraging rondom de invoering van het nieuwe BW de status quo rondom het fiscaal bodemrecht gehandhaafd. Dit ‘recht’ bestaat uit twee ‘componenten’. Op grond van artikel 21 lid 2 Iw 1990 heeft de fiscus een voorrecht op alle goederen van de schuldenaar (bodemvoorrecht). Daarnaast zijn op grond van artikel 22 lid 3 Iw 1990 ook goederen van derden vatbaar voor verhaal door de fiscus. Wel werd in de zogeheten ‘horizonbepaling’ (art. 70 Iw 1990) bepaald dat artikel 22 lid 3 Iw 1990 zou komen te vervallen op 1 januari 1993, tenzij (i) een wetsvoorstel met een definitieve regeling van het fiscaal bodemrecht bij de Tweede Kamer zou zijn ingediend, of (ii) een wetsvoorstel zou zijn aangenomen ter verlenging van de vervaltermijn met ten hoogste een jaar. Meer dan twintig jaar later zijn we nog steeds in de situatie die in 1990 als ‘tijdelijk’ werd ingevoerd.

Opinie | Redactioneel
juni 2011
AA20110413

Het Forum humane tenuitvoerlegging levenslange gevangenisstraf

W.F. van Hattum

In dit artikel beschrijft Wiene van Hattum de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf vanaf de jaren 50 tot heden. In het laatste decennium is een omslag te zien; resocialisatie en een menswaardige behandeling staan niet langer voorop. Deze omslag was de aanleiding voor het oprichten van het Forum Levenslang: een groep deskundigen op het gebied van strafrechtspleging en -toepassing die door onder andere het geven van lezingen en het publiceren van artikelen hopen politici en rechters te overtuigen van de noodzaak tot bijstelling van het beleid.

Perspectief | Perspectiefartikel
april 2012
AA20120312

Het gebruik van Bayesiaanse netwerken in de ­forensische (DNA-)statistiek

A.D. Kloosterman, M.J. Sjerps

Bijzonder nummer | Bewijs
juli 2010
AA20100502

Het gefinancierde rechtswetenschappelijke onderzoek onder de loep

M.V.R. Snel, J.B.M. Vranken

Post thumbnail In de rechtswetenschappelijke gemeenschap bestaat de indruk dat juridisch onderzoek met een interdisciplinaire en/of empirische component bij verstrekkers van onderzoeksubsidies voorrang krijgt. Of, en zo ja in hoeverre dat werkelijk zo is, onderzochten wij in deze bijdrage op basis van een bestudering van het door de European Research Council, Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en rechtenfaculteiten gefinancierde juridisch (promotie)onderzoek.

september 2019
AA20190712

Het geheim van de raadkamer: een waardevol bezit

J.L.W. Broeksteeg

Met nawoorden van Arend Soeteman en Anka Ernes

Opinie | Reactie/nawoord
maart 2011
AA20110247

Het geheime archief van de Commissie-Beel

H. Waalwijk

Het rapport van de Commissie-Beel uit 1956 over de Hofaffaire berust in het Koninklijk Huisarchief. Formeel blijft het rapport tot 2056 verzegeld en gesloten. Waarom doet men zo mysterieus over de status van het rapport?

Opinie | Opiniërend artikel
juli 2007
AA20070598

Het gelijkheidsbeginsel buiten spel gezet?

A. van Veen, R. de Winter

Eind 1995 deed het Europese Hof van Justitie uitspraak in de zaak-Bosman. Hoewel de praktijk van het maken van onderscheid tussen deelnemers van sporten aan de kaak werd gesteld vallen verschillende groepen van sporters nog buiten het bereik van het Bosman-arrest. In dit artikel zal het gelijkheids¬beginsel worden gebruikt als toetssteen voor bestaande regelingen en praktijken in de sport, die het maken van onderscheid meebrengen.

Overig | Rode draad | Sport en recht
juni 1996
AA19960415

Het gelijkheidsbeginsel en de scheppingsorde

een staatsrechtelijke botsproef

G.J. Leenknegt

Een proefproces tegen de SGP om te bekijken dat hen kan worden verboden vrouwen uit te sluiten als lid, althans volwaardig lid, van de partij. Hebben grondrechten ook een horizontale werking?

Opinie | Amuse
september 2005
AA20050659

Het gelijkheidsbeginsel in het vreemdelingenrecht

F.T. Groenewegen

In dit artikel wordt ingegaan op de werking van het gelijkheidsbeginsel in het vreemdelingenrecht. Eerst wordt bekeken hoe het gelijkheidsbeginsel in de literatuur en jurisprudentie wordt beoordeeld in het licht van het vreemdelingenrecht. Vervolgens wordt er ingegaan op de beleidsvrijheid. Daarna komt de erkenning van A-status van een vreemdeling en vluchtelingenerkenning aan de orde, in het licht gezien van het gelijkheidsbeginsel. Dit wordt eveneens gedaan bij verblijfsvergunningen. Tenslotte worden problemen besproken rondom de motivering in zaken waarbij het gelijkheidsbeginsel in het geding is.

Verdieping | Verdiepend artikel
december 1994
AA19940803

Het Gemeenschapsrecht staat niet eraan in de weg dat de dienstplicht alleen voor mannen geldt

K.J.M. Mortelmans

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 11 maart 2003, zaak C-186/01, ECLI:EU:C:2003:146 (Alexander Dory/Bondsrepubliek Duitsland) In de noot bij dit arrest is aan de orde in hoeverre een dienstplicht die alleen voor heren geldt in strijd is met het gemeenschapsrecht van gelijke behandeling.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2003
AA20030685

Het genderneutrale staatshoofd

S. Steneker

"Als de ‘archaïsche aanhef’ boven rechterlijke en notariële grossen dan toch modern moet én de overheid zoveel mogelijk genderneutraal gaat werken, waarom dan niet ook een genderneutrale aanduiding van ons staatshoofd?" Sander Steneker houdt in zijn eerste column voor Ars Aequi een pleidooi voor genderneutrale aanduidingen.

Opinie | Column
januari 2018
AA20180027

Het gezag van de ongehuwde vader bezien vanuit een nationaal en Europees perspectief

C.G. Jeppesen de Boer

Post thumbnail

Welke positie heeft de ongehuwde vader? Zijn positie is aan de orde gesteld door Tweede Kamerlid Vera Bergkamp van D66. Zij vindt dat het voor ongehuwde vaders makkelijker moet worden om na erkenning gezag over hun kinderen te krijgen. Een initiatiefwetsvoorstel met toelichting is gepubliceerd op de website van D66. Volgens dit voorstel krijgt de ongehuwde vader die het kind erkent automatisch gezag, behoudens enkele uitzonderingen; onder andere in de situatie waar de ouders het eens zijn en verklaren dat het gezag alleen door de moeder wordt uitgeoefend. Ook de Staatscommissie Herijking Ouderschap heeft zich gebogen over het onderwerp en stelt voor dat met de aanvaarding van ouderschap door de ongehuwde vader het gezamenlijk ouderlijk gezag ook meteen geregeld wordt. Naar huidig Nederlands recht krijgt de ongehuwde vader geen automatisch gezag na erkenning, in tegenstelling tot de vader die een huwelijk of geregistreerd partnerschap met de moeder heeft. In deze bijdrage wordt de positie van de ongehuwde vader met betrekking tot het gezamenlijk ouderlijk gezag behandeld in een Nederlands en Europees perspectief.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2017
AA20170089