Maandbladartikel

Het compartimenteringsarrest

J.W. Zwemmer

Hoge Raad 2 juli 1986, nr. 23 444, ECLI:NL:HR:1986:AW7972, BNB 1986/305 (compartimenteringsarrest) Fiscale uitspraak van de Hoge Raad waarin de Hoge Raad de volgende rechtsregel formuleert: Een redelijke wetstoepassing brengt met zich mee dat voor de vraag of voordelen uit een beleggingsinstelling onder de deelnemingsvrijstelling vallen, niet het fiscale regime ten tijde van de realisatie van deze voordelen beslissend is, doch het fiscale regime ten tijde van het ontstaan van deze voordelen. In de noot wordt dieper in gegaan op de moeilijkheden die ontstaan bij zogenaamde sfeerovergangen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 1988
AA19880252

Het concept van ‘goed bestuur’ in het bestuursrecht en de praktische consequenties daarvan

G.H. Addink

Post thumbnail In deze bijdrage gaat Henk Addink in op de Principles of Good Governance op nationaal niveau. Centrale vragen in het artikel zijn: wat is de inhoud van het juridische concept van goed bestuur, welke benadering wordt daarbij gekozen en welke praktische, normatieve consequenties zijn daaraan verbonden?

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2012
AA20120266

Het conflict in Gaza – de rol en betekenis van het internationaal strafrecht

G.K. Sluiter

In deze bijdrage staat de vraag centraal wat de rol en betekenis is van het internationaal strafrecht ten aanzien van het conflict in Gaza. De slotsom is dat de gevechtshandelingen van alle strijdende partijen in veel gevallen te beschouwen zijn als oorlogsmisdrijven; dit volgt uit de jurisprudentie van internationale straftribunalen. Het Internationaal Strafhof heeft rechtsmacht over deze strafbare feiten en zal moeten laten zien dat effectieve vervolging van politieke en militaire leiders zal plaatsvinden.

Opinie | Opiniërend artikel
juni 2024
AA20240518

Het continuïteitsbeginsel in het wetsvoorstel Personenvennootschap

A. Bouichi, F. Jaspers

In dit artikel wordt onderzocht onder welke omstandigheden het voortzetten van een onderneming/vennootschap in het wetsvoorstel tot vaststelling van titel 7:13 van het BW is gewaarborgd en wordt de geuite kritiek besproken. Op deze wijze tracht dit artikel op hoofdlijnen de pijnpunten van het personenvennootschapsrecht weer te geven.

Verdieping | Studentartikel
mei 2004
AA20040325

Het Convenant civiel effect 2016: leidt meer uniformiteit tot meer academische kwaliteit?

M.T.A.B. Laemers

Post thumbnail

In maart 2016 sloten de Raad voor de rechtspraak, het Openbaar Ministerie, de Nederlandse Orde van Advocaten en alle juridische faculteiten in Nederland een convenant over de eisen voor het civiel effect. De programma’s van de juridische opleidingen moeten uiterlijk met ingang van academisch jaar 2017-2018 daaraan zijn aangepast. De vraag is of het convenant grote gevolgen gaat hebben voor de praktijk en voor de kwaliteit van de juridische opleidingen.

Perspectief | Perspectiefartikel
februari 2017
AA20170155

Het COVA-arrest: een mijlpaal voor de internationale onrechtmatige daad

Th.M. de Boer

Hoge Raad 19 november 1993, nr. 15066, ECLI:NL:HR:1993:ZC1148, RvdW 1993 nr. 230. Ook bekend als het COVA-arrest. Casus in het licht van het internationaal privaatrecht waarbij onrechtmatige daad en verjaring centraal staan. In de noot wordt uitgebreid ingegaan op de regels van conflictrecht rondom deze problematiek.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 1994
AA19940165

Het creëren van rente-aftrek in concernverband

J.W. Zwemmer

Hoge Raad 6 september 1995, nr. 27927, ECLI:NL:HR:1995:AA1683 In de noot bij dit arrest komt naar voren in hoeverre rente-aftrek in concernverhoudingen mogelijk is indien de ontvanger van de rente een niet belastingplichtige vereniging is.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 1996
AA19960131

Het Cruzeiros arrest

J.W. Zwemmer

Hoge Raad 5 december 2003, nr. 37743, ECLI:NL:HR:2003:AF8525 (Cruzeiros) Voor de bepaling van de reductie ter voorkoming van dubbele belasting van een vaste inrichting in Brazilië dient de winst van de vaste inrichting te worden bepaald met inachtneming van de monetaire correctie.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 2004
AA20040443

Het dagvaarden en horen van getuigen en deskundigen in strafzaken

A. Patijn

Op 1 september 1984 is de wet van 5 juli 1984 (Stb. 332) tot wijziging van enige bepalingen van het Wetboek van Strafvordering inzake het dagvaarden en horen van getuigen en deskundigen ter terechtzitting (Kamerstukken 16 652), in werking getreden. De wet wijzigt de regeling van het dagvaarden ter terechtzitting in strafzaken van de getuigen en deskundigen à décharge.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
maart 1985
AA19850136

Het Daschner Dilemma

Dreigen met foltering om levens te redden

S. Garvelink

Post thumbnail Op 30 juni 2008 deed het Europese Hof voor de Rechten van de Mens uitspraak in de geruchtmakende zaak Gäfgen tegen Duitsland. Het ging daar onder meer om de vraag of levensbedreigende situaties aanleiding kunnen zijn om het taboe op foltering in de rechtsstaat te doorbreken. Dit artikel geeft een overzicht van de feitenen procedures en gaat in op de rechtsfilosofische achtergronden.

Verdieping | Studentartikel
januari 2009
AA20090022

Het de auditu-arrest

HR 20 december 1926, NJ 1927, 85

M.J. Borgers

Overig | Rode draad | Canon van het Recht
december 2009
AA20090838

Het declaratoir vonnis in kort geding

W.E. van der Woude

Het positieve recht is niet een vaststaand gegeven. Enerzijds volgt het de veranderingen in de samenleving en anderzijds kan het ook een sturende functie uitoefenen. Met behulp van de verschillende interpretatiemethoden, met name de doelmatigheidsinterpretatie, is het mogelijk het 'vastgelegde' recht aan te passen aan de behoeften van de tijd. In dit artikel wil de auteur nagaan of een dergelijke verandering mogelijk is met betrekking tot de toepassing van het kort geding, met name ter verkrijging van een declaratoir vonnis. De toelaatbaarheid van zo'n vonnis wordt bekeken vanuit twee invalshoeken. Ten eerste wordt onderzocht of de vereisten die gelden ten aanzien van een kort geding zich verzetten tegen de toelating van een declaratoire uitspraak binnen deze procedure. Ten tweede wordt nagegaan of de toelating van zo'n vonnis ook wenselijk is gezien de wensen en de behoeften van de praktijk.

februari 1985
AA19850065