Maandbladartikel

Een (on)vergoedbare nachtmerrie van de ouders

Beantwoording rechtsvraag (335) verbintenissenrecht

R. Rijnhout

In deze beantwoording van een rechtsvraag op het gebied van het verbintenissenrecht komt de grondslag van aansprakelijkheid voor schade aan de orde, verschillende schade die voor vergoeding in aanmerking komt en immateriële schadevergoeding.

Perspectief | Rechtsvraag
mei 2008
AA20080390

Een aansprakelijkheidsverzekering voor vrijwilligersorganisaties is overbodig

J. Dekker-Dingemans, T.M. ter Horst-Wielinga

In dit artikel wordt betoogd dat het afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering door een organisatie die werkt met vrijwilligers niet nodig is. Enerzijds kan de organisatie nooit (risico)-aansprakelijk worden gehouden voor de gedragingen van de vrijwilliger daar deze niet bij de organisatie in dienst zijn of werkzaamheden verricht. Anderzijds zijn de gedragingen waardoor de vrijwilliger op onrechtmatige wijze aan derden schade berokkent door diens persoonlijke AVP-polis gedekt. Omdat dit tot nu toe nog maar onduidelijk is, pleit de auteur er voor dat expliciet in de polisvoorwaarden wordt opgenomen dat schade aangericht tijdens vrijwilligerswerk gedekt wordt.

Opinie | Opiniërend artikel
september 1990
AA19900525

Een aanwezigheidsplicht voor de voorlopig gehechte verdachte

J.H.B. Bemelmans

Post thumbnail Zouden verdachten van ernstige strafbare feiten die zich in voorlopige hechtenis bevinden, moeten worden verplicht bij de behandeling van hun strafzaak en de uitspraak van de rechter aanwezig te zijn? De Nederlandse regering vindt van wel. In deze bijdrage wordt bezien hoe dit standpunt zich verhoudt tot de huidige wijze van strafvordering en tot de fundamentele rechten van de verdachte. Geconcludeerd zal onder meer worden dat een recht op afwezigheid zich uit het internationale recht niet laat afleiden, maar dat desondanks enige kanttekeningen moeten worden geplaatst bij de invoering van een algemene aanwezigheidsplicht.

november 2018
AA20180904

Een Algemeen Reis- en Verblijfsrecht van de Unieburger: Quo Vadis?

Naar aanleiding van de baanbrekende conclusie van Advocaat-Generaal Cosmas in de zaak Wijsenbeek doet zich de vraag voor of artikel 18 EG-verdrag rechten verleent aan subjecten die geen beroep op het acquis communautaire hebben. In deze 'mening' beziet de schrijver de gevoelige problematiek van de toekenning van rechtstreekse werking aan artikel 18 EG-Verdrag.

Opinie | Opiniërend artikel
juli 1999
AA19990532

Een analyse van eigendomsverhoudingen in trusts en trustachtige figuren

L. Loof

Post thumbnail De auteur onderzoekt of de moeizame houding in het Nederlandse recht ten opzichte van trustachtige figuren kan worden verklaard door ons absolute eigendomsbegrip. Geconcludeerd wordt dat dit niet het geval is. Als in het kader van trusts en trustachtige figuren wordt gesproken van formele eigendom en materiële eigendom wordt niet bedoeld dat het subjectieve recht van eigendom is gesplitst in twee subjectieve rechten van eigendom, maar veeleer dat sprake is van een van ‘Rechtsinhaberschaft’ afwijkende ‘Vermögenszuordnung’.

Verdieping | Verdiepend artikel
september 2019
AA20190657

Een andere visie op de verhouding tussen publiek- en privaatrecht

Van de 'gemene rechtsleer' naar de 'gemeenschappelijke rechtsleer'

F.J. van Ommeren

In dit artikel voor het Bijzonder Nummer ‘Zoeken naar hiërarchie’ legt Frank van Ommeren uit dat volgens hem het publiek- en privaatrecht twee gelijkwaardige rechtsgebieden zijn die strikt van elkaar moeten worden gescheiden. Er bestaat dan ook geen hiërarchische verhouding tussen beide rechtsgebieden. Dat neemt niet weg dat beide rechtsgebieden gemeenschappelijke functies en uitgangspunten kennen. Voor de coherentie van de Nederlandse rechtsorde is het van belang dat deze principes in beide rechtsgebieden worden benadrukt.

Bijzonder nummer | Zoeken naar hiërarchie | Overig
juli 2012
AA20120562

Een beklemmende zaak

Th.A. de Roos

Hoge Raad 8 april 2008, nr. 00839/07, ECLI:NL:HR:2008:BC4459, LJN: BC4459 (Ballenknijper) In dit arrest en de daarbij behorende noot komen de eisen van noodweerexces aan de orde waarbij er in casu volgens de Hoge Raad niet voldaan is aan deze vereisten en verdachte dus strafbaar. De annotator gaat in op de wijze waarop Hof en Hoge Raad ingaan op het verweer van verdachte.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 2008
AA20080448

Een belangrijk stuk communautair internationaal privaatrecht

Het verdrag van Rome van 19 juni 1980 inzake het toepasselijke recht op verbintenissen uit overeenkomst

J. van Rijn van Alkemade

In dit artikel wordt ingegaan op de inwerkingtreding van het EVO-verdrag dat de conflictrechtelijke regels geeft op het gebied van het verbintenissenrecht.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
mei 1991
AA19910399

Een beroep op de huurbescherming in strijd met de goede trouw

A.J. Tekstra

Ook in het huurrecht geldt het beginsel van de goede trouw zoals neergelegd in artikel 1374 lid 3 BW. In veel specifieke situaties tussen huurder en verhuurder ontstaan er dan ook verplichtingen die voortvloeien uit de goede trouw. In dit artikel zal slechts worden gekeken naar de rol die dit beginsel, in beperkende zin, speelt bij huuropzegging en ontruiming. De volgende begrenzing is dat de auteur zich alleen zal bezighouden met huur en verhuur van woonruimte.

juli 1986
AA19860477

Een beter Europa, ook voor zigeuners?

M. Rooker

De geschiedenis van de zigeuners wordt gekenmerkt door vervolging en pogingen tot uitroeiing. De meest recente poging zigeuners van de aardbodem te laten verdwijnen is ondernomen door de nazi's. Het belang dat nu wordt gehecht aan mensenrechten is mede een reactie op de onmenselijkheden bedreven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vooroordelen jegens zigeuners zijn echter taai, dat komt onder meer tot uiting in hun huidige internationaalrechtelijke positie. Maar er is hoop.

Verdieping | Verdiepend artikel
juli 1993
AA19930556

Een capabilities-benadering van minimaal rechtvaardig contractenrecht

Sweatshops en contractuele immoraliteit

L.K.L. Tjon Soei Len

Post thumbnail Sweatshops – fabrieken gekenmerkt door lage lonen, lange werkdagen, onvoorspelbare werktijden, onbetaalde overuren en een ongezonde en gevaarlijke werkomgeving – zijn onderwerp van morele verontwaardiging. Bedrijven die producten in sweatshops laten produceren, worden scherp bekritiseerd. Winst maken ten koste van anderen die al slecht af zijn is onacceptabel, zo is de gedachte. Maar is een consumentenaankoop van een sweatshop-product eigenlijk wel normaal, acceptabel marktgedrag? En hoe zou het contractenrecht dergelijke consumentenkoopovereenkomsten moeten beoordelen?

Literatuur | Proefschriftbijdrage
maart 2014
AA20140224

Een carrousel van conformeren

Over de toerismebepaling uit de Winkeltijdenwet

G. Boogaard

In het bestuursrecht zijn drie organen bevoegd om in laatste instantie recht te spreken over bestuursrechtelijke zaken. Daarnaast kan ook de civiele rechter zich over sommige bestuursrechtelijke zaken uitlaten. Van een hiërarchische verhouding tussen deze verschillende rechterlijke instanties is geen sprake. In dit artikel voor het Bijzonder Nummer ‘Zoeken naar hiërarchie’ laat Geerten Boogaard zien dat door het gebrek aan hiërarchie tussen deze instanties in de praktijk interessante juridische vraagstukken kunnen ontstaan. Aan de hand van de uitleg van de ‘toerismebepaling’ in de Winkeltijdensluitingswet door drie rechterlijke instanties bespreekt hij op welke manier de bevoegdheden van drie rechterlijke kolommen met elkaar in harmonie kunnen worden gebracht.

Bijzonder nummer | Zoeken naar hiërarchie | Overig
juli 2012
AA20120573