Maandbladartikel

Digitale vermogensdelicten in het Wetboek van Strafrecht.

Een zoekplaatje met gevolgen?

J.M. ten Voorde

Post thumbnail

In deze bijdrage wordt bezien met behulp van welke strafbaar­stellingen in het Wetboek van Strafrecht in het digitale domein gepleegde vermogens­criminaliteit kan worden bestraft en welke rechts­belangen daarmee worden beschermd. Digitale vermogensdelicten blijken, onder meer door hun deels Europese (EU) herkomst, niet steeds dezelfde rechtsbelangen te beschermen als de vermogensdelicten, hetgeen theoretische en praktische bezwaren heeft.

Bijzonder nummer | De eigendom voorbij
juli 2018
AA20180630

Digitalisering en de (dis)balans binnen de trias politica

Digitalisering en de ontwrichting van de trias politica

Reactie op Reijer Passchier, ‘Digitalisering en de (dis)balans in de trias politica’

D. de Koning

Post thumbnail In zijn bijdrage in Ars Aequi van oktober 2020 beschrijft Reijer Passchier de (dis)balans in de trias politica als gevolg van digitalisering. Passchier verdient terecht waardering voor het erkennen van het belang van digitalisering en de effecten daarvan op de machtsverhoudingen in onze democratische rechtsstaat. Juist vanwege het belang van het onderwerp, is een kritische reflectie op zijn betoog noodzakelijk. Een kritische reflectie niet zozeer vanuit juridisch perspectief, maar met name vanuit het perspectief van een ‘digitaliseringexpert’.

Opinie | Reactie/nawoord
juni 2021
AA20210566

Dijkverzwaring en milieu-effectrapportage

Th.G. Drupsteen

Rechtbank Arnhem 14 oktober 1994, nr. AWB/2827, ECLI:NL:RBARN:1994:AN4010, AB 1995, 29 (mr. Crol) (Tielerwaard: m.e.r.-plicht voor dijkverzwaring) Rechtstreekse werking richtlijn 85/337/EEG betreffende Milieu-Effectbeoordeling. In deze uitspraak en de daarbij behorende noot wordt ingegaan op de vele juridische problemen rondom dijkverzwaringsprocessen. Zo zijn er tal van vergunningsprocedures, is er vaak sprake van onteigening en zijn er milieuvraagstukken die een rol spelen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1995
AA19950712

Dilan

K.A.M. van Vught

Op dit moment kan alleen de rechter een rechtspersoon verbieden, maar een initiatiefvoorstel maakt ook de Minister voor Rechtsbescherming bevoegd tot een verbod. Koen van Vught legt uit waarom dat wetsvoorstel beter in de prullenbak kan belanden.

Perspectief | Column
maart 2025
AA20250235

Dior-Evora – auteursrecht

H. Cohen Jehoram

Hoge Raad 20 oktober 1995, nr. 15735, ECLI:NL:HR:1995:ZC1845, NJ 1996, 682 (Dior/Evora) De uitdrukkelijke wettelijke beperkingen op het auteursrecht, waaraan in de regel een belangenafweging ten grondslag ligt, sluiten niet uit dat de grenzen van het auteursrecht ook in andere gevallen aan de hand van een vergelijkbare afweging van belangen nader moeten worden bepaald, in het bijzonder wanneer de behoefte aan de desbetreffende begrenzing door de wetgever niet is onderkend en zij past in het stelsel van de wet, zulks in het licht van de ontwikkeling van het auteursrecht als middel tot bescherming van commerciële belangen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1997
AA19970640

Dior/Evora – merkenrecht

H. Cohen Jehoram

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 4 november 1997, zaak C-337/95, ECLI:EU:C:1997:517, Jurispr. I-6013 (Dior/Evora) Het staan een wederverkoper van merkproducten niet alleen vrij om deze door te verkopen doch ook om het merk te gebruiken in reclame voor deze verdere verhandeling. De wederverkoper mag echter niet deloyaal handelen tegenover de gerechtvaardigde belangen van de merkhouder. Zijn op zichzelf geoorloofde reclame moet niet de waarde van het merk aantasten doordat deze de reputatie van het merk ernstig schaadt.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 1999
AA19990480

Directe leer en doorleveringsleer in de artt. 3.5.4 en 3.4.2.10

C. Loth-Illegems

In een drie-partijenverhouding A-B-C zijn twee manieren denkbaar waarop A, via B, bezit en eigendom kan verkrijgen van een roerende lichamelijke zaak waarvan C eigenaar is. In dit artikel worden de hoofdstukken 1 en 2 de zakenrechtelijke aspecten van respectievelijk art. 3.5.4 en art. 3.4.2.10 besproken. In hoofdstuk 3 komt de vraag aan de orde of art. 3.5.4 een rol speelt in het kader van de levering bij voorbaat van toekomstige goederen, een vraag die recentelijk onderwerp is geweest van een polemiek in WPNR en die de auteur ontkennend beantwoord.

mei 1986
AA19860341

Directeur-grootaandeelhouder is ondernemer voor de heffing van omzetbelasting

J.W. Zwemmer

Hoge Raad 26 april 2002, nr. 35 775, ECLI:NL:HR:2002:AD3572 De omstandigheid dat een directeur-grootaandeelhouder civielrechtelijk met zijn BV een arbeidsovereenkomst heeft, staat er niet aan in de weg dat hij voor de heffing van omzetbelasting als ondernemer moet worden aangemerkt.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2002
AA20020917

Directors Fiduciary Duties Beyond the Nation State

A Response to Huijbregts

K.H.M. de Roo

Dit artikel is een reactie op het in december 2015 in Ars Aequi geplaatste artikel ‘Directors’ Fiduciary Duties in Public Benefit Corporations’ van S.J.M. Huijbregts.

Opinie | Reactie/nawoord
april 2016
AA20160263

Directors Fiduciary Duties in Public Benefit Corporations

S.J.M. Huijbregts

Post thumbnail

What are the fiduciary duty consequences for a PBC’s director in a share- and a stakeholder oriented jurisdiction? And what can the Netherlands learn from the U.S.’ experiences with this new type of partly social enterprises? This article elaborates on these particular corporate governance issues and advises on the implementation of the PBC in the Netherlands.

Verdieping | Studentartikel
december 2015
AA20150965

Direkt wonen; dat kost geld!

H. Borgers, J.M.M. van de Hel

In dit redactionele artikel wordt ingegaan op de jurische kanten van het bemiddelen bij woningen. Er is vaak sprake van een overeenkomst van opdracht waarbij de rechten voor de huurder niet helemaal duidelijk zijn.

Opinie | Redactioneel
september 1998
AA19980741