Maandbladartikel

De lex Aquilia en de moderne onrechtmatige daad

C.J.H. Jansen

Het ontstaan van de onrechtmatige daadsproblematiek wordt doorlopen, te beginnen met de lex Aquilia uit de Romeinse tijd tot het huidige artikel 6:162 BW.

Overig | Rode draad | Digesten
februari 2006
AA20060091

De Lex Van Oven

M.J.A. van Mourik

Vanaf april 2009 verschijnt in Ars Aequi de ‘canon van het recht’ met daarin alles wat je moet weten om bij juridisch triviant een kans te maken. Elke maand komen drie of vier vensters aan bod. De canon is samengesteld door een commissie van gerenommeerde hoogleraren uit verschillende rechtsgebieden en van verschillende faculteiten, te weten: Tineke Cleiren, Corjo Jansen, Tijn Kortmann, Hans Nieuwenhuis, Sacha Prechal en Raymond Schlössels onder voorzitterschap van Jan Lokin.

Overig | Rode draad | Canon van het Recht
februari 2010
AA20100120

De lijdelijkheid van de benadeelde beperkt

A.L.M. Keirse

Is een benadeelde verplicht maatregelen te treffen ter beperking van de schade, die hij in beginsel op de veroorzaker van de schade kan verhalen? Mocht dat zo zijn, hoe groot moeten die maatrelen dan zijn? Deze en andere vragen of de eigen verantwoordelijkheid van een benadeelde worden behandeld.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
april 2004
AA20040299

De lijdensweg naar de Hoge Raad

F. Bruinsma

Sinterklaas en de Hoge Raad zijn beide instituten die in de belevingswereld van kinderen, respectievelijk juristen vele malen belangrijker zijn dan in werkelijkheid. Want ga maar na: zoals kinderen gaan geloven in een goed heiligman, zo wordt rechtenstudenten tijdens de studie wijs gemaakt dat de Hoge Raad een eerbiedwaardig college is, verantwoordelijk voor rechtspraak op en daardoor ook van het hoogste niveau. Procespartijen die de Hoge Raad gehaald hebben weten wel beter. ‘De Hoge Raad heeft argumenten waarvan je moet zeggen: beste mensen, dat heeft er helemaal niets mee te maken en wat er echt gebeurd is vind je niet meer in het verhaal terug’, aldus een van de procespartijen die we geïnterviewd hebben (De Hoge Raad van onderen). Ik wil niet beweren dat de Hoge Raad niet zou bestaan –hij heeft per slot van rekening een gebouw met een adres en een telefoonnummer en dat kan van Sinterklaas niet gezegd worden —, maar wel dat juristen niet moeten doen alsof hun rooskleurig beeld van de Hoge Raad beter zou zijn dan het aanmerkelijk genuanceerdere en op ervaring gebaseerde beeld van procespartijen. Wat geldt voor de Hoge Raad, geldt helemaal voor de weg ernaar toe: voor particuliere procespartijen is procederen tot en met de Hoge Raad een lijdensweg die gemiddeld vijf jaar en 50.000 gulden kost, voor (a.s.) juristen die kennis nemen van de uitspraak komt het neer op het geamuseerd of verveeld gadeslaan van juridisch pingpongen. In het navolgende bekijken we met de ogen en in de woorden van particuliere procespartijen de civiele rechtspraak in drie instanties, maar voordat we dat kunnen doen moeten eerst de juridische oogkleppen af.

Opinie | Opiniërend artikel
januari 2000
AA20000034

De lijfsdwang heeft een januskop

P.H.J. Körver

Gijzeling is een ultimum remedium dat men tegenkomt in het civiele recht. In de praktijk vertoont het dwangmiddel echter vaak ook veel trekken van de strafrechtelijke lijfsdwang. Dient dit ingrijpende dwangmiddel onverkort gehandhaafd te worden in het Nederlandse recht?

Verdieping | Verdiepend artikel
september 2007
AA20070663

De Liser de Morsain-Rabobank Den Haag

R.D. Vriesendorp

Hoge Raad 16 mei 2003, nr. C01/211HR, ECLI:NL:HR:2003:AF4602, LJN AF4602, RvdW 2003/95 (De Liser de Morsain/Rabobank Den Haag) In deze noot bij een arrest wordt besproken hoe verbintenisrechtelijke interpretatiemethoden de rechtsgevolgen van het goederenrecht beïnvloeden.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2003
AA20030848

De lokpuber verstopt zich in het materiële recht

Over het aanpassen van de zedendelicten door Computercriminaliteit III en hoe dit meer is dan het lijkt

K.K. Lindenberg

Post thumbnail

De lokpuber is een opsporingsambtenaar die zich op het internet voordoet als jeugdige en zodoende in staat is groomers op heterdaad te betrappen. Lokpuberzaken zijn tot nu toe evenwel gedoemd te mislukken, omdat grooming volgens het huidige materiële strafrecht alleen kan worden gepleegd jegens een echt kind. Het wetsvoorstel Computercriminaliteit III beoogt hierin verandering te brengen, maar de wijze waarop dat gebeurt brengt materieelrechtelijke gevolgen mee die meer omvatten dan de enkele huisvesting van de lokpuber. Dit artikel bespreekt de aard en mogelijke impact van die gevolgen.

Verdieping | Verdiepend artikel
december 2016
AA20160942

De Lomé conventies

S. van Thiel

Dit artikel beoogt een inleiding te zijn in de meest omvangrijke economische internationale overeenkomst in de relatie Noord-Zuid. Teneinde concrete gegevens te kunnen verwerken is uitgegaan van een bespreking van de Eerste Conventie van Lomé (1975-1980). Onderwerpsgewijs zijn steeds de eventuele verbeteringen van de tweede Conventie van Lomé ( 1980-1985) toegevoegd.

juli 1982
AA19820360

De luide ondergang en stille herrijzenis van Trumps inreisverbod

K.M. Manusama

Daags na zijn inauguratie vaardigde de president Trump een decreet uit met een inreisverbod voor burgers uit zes hoofdzakelijk islamitische landen. Er zou daarmee sprake zijn van een muslim ban; een poging om moslims buiten de VS te houden. Er ontstond snel grote maatschappelijke en juridische weerstand. Ondertussen is ondanks al het maatschappelijke en juridische verzet de laatste versie van het inreisverbod van kracht geworden, na interventie door het Amerikaanse Hooggerechtshof. Kenneth Manusama legt uit hoe dit gelopen is.

Opinie | Opiniërend artikel
februari 2019
AA20190128

De maan en haar natuurlijke rijkdommen

E. Verbraeken

Het ruimterecht is een terrein welke in het algemene volkenrecht tamelijk onderbelicht is gebleven. Dit terwijl juist in dit nieuwe rechtsgebied zich belangrijke ontwikkelingen hebben voorgedaan. In dit artikel wil de auteur een aspect van het ruimterecht nader onder de loep nemen: het juridisch regime welk geldt voor de Maan en haar natuurlijke rijkdommen. Vragen als: wat is de juridische status van de Maan; welk rechtsregime geldt voor haar grondstoffen; welk aandeel hebben de ontwikkelingslanden in de resultaten van het ruimteonderzoek van de ruimte-machten zullen daarbij aan de orde komen.

april 1986
AA19860282

De machtigingswet: crisismanagement in de rechtsstaat

J.F.L. Roording

Meer dan incidenteel heeft de staatsrechtelijke literatuur zich met het fenomeen machtigingswetgeving niet beziggehouden. Toch is daar alle aanleiding toe, omdat het riekt naar een anti-democratische, autoritaire regeerstijl. Aan de hand van een bespreking van drie als zodanig bekend staande machtigingswetten wordt getracht enige duidelijkheid te scheppen over de aard van dit type wetgeving. Tot slot worden kort enige voorwaarden geschetst waaronder, naar mijn mening, machtigingswetgeving uit rechtsstatelijk oogpunt verantwoord, of zelfs aangewezen is.

Verdieping | Studentartikel
januari 1990
AA19900003

De Madrid-conferentie en de rechten van de mens

G.H.J. van Hoof

De bijeenkomst van 33 Europese en 2 Noord-Amerikaanse staten, die van 11 november 1980 tot 5 maart 1981 in Madrid heeft plaats gevonden, is de tweede zogenaamde follow-up-conferentie in het kader van de Slotakte  van Helsinki. De eerste zodanige bijeenkomst van vertegenwoordigers van de Ministers van Buitenlandse Zaken is eind 1977/begin 1980 gehouden in Belgrado. De Slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa werd op 1 augustus 1975 ondertekend door de staatshoofden en regeringsleiders van de Verenigde Staten, Canada en alle Europese staten met uitzondering van Albanië. Het document is het resultaat van langdurige en zeer intensieve onderhandelingen tussen de deelnemende stalen, die in verschillende fasen, afwisselend te Helsinki, Geneve en wederom Helsinki, zijn gevoerd van 22 november 1972 tot 1 augustus 1975. Deze onderhandelingen over een groot aantal uitermate gevoelige zaken op politiek, militair, economisch, humanitair, cultureel en educatief gebied konden met succes worden afgesloten, doordat vanaf de zestiger jaren het klimaat van de Koude Oorlog geleidelijk had plaats gemaakt voor verbeterde betrekkingen tussen Oost en West. Van deze ontspanning of détente vormt de Slotakte zowel een neerslag als ook een nieuw vertrekpunt. De opstellers hebben zich namelijk niet beperkt tot de vastlegging van de in 1975 bestaande situatie, maar hebben  tevens een mechanisme in het leven geroepen, dat gericht is op verdergaande verbeteringen in de onderlinge verhoudingen. Dit is neergelegd in het laatste gedeelte van de Slotakte handelend over de zg. follow-up, waarin  wordt bepaald dat de deelnemende staten vastbesloten zijn het multilaterale proces van de détente voort te zetten ‘door over te gaan tot een grondige gedachtenwisseling over de tenuitvoerlegging van zowel het bepaalde in de Slotakte als van de door de Conferentie behandelde aangelegenheden, alsook ... over de verdieping van hun wederzijdse betrekkingen, de verbetering van de veiligheid en de ontwikkeling van de samenwerking in  Europa, alsmede de ontwikkeling van het ontspanningsproces in de toekomst.’ Daarmede is tevens het algemene mandaat van de Madrid-conferentie aangegeven: toetsing van de tot nu toe geboekte resultaten enerzijds en bespreking van nieuwe voorstellen anderzijds.

maart 1981
AA19810125