Resultaat 12289–12300 van de 13003 resultaten wordt getoond
R.C. Hartendorp
Tegenwoordig is de civiele rechter alles behalve lijdelijk. De rechter handhaaft de procesorde, hij heeft een actieve rol bij het vaststellen van de feiten en hij gaat op zoek naar het recht. Maar daarnaast heeft de rechter tijdens de zitting steeds vaker een gesprek met partijen zelf en wordt ook aandacht gegeven aan procedurele rechtvaardigheid, conflictoplossing en actieve rechtsbescherming. In deze bijdrage wordt betoogd dat deze ontwikkelingen om een leidende in plaats van een lijdelijke rechter vragen.
Opinie | Opiniërend artikeljanuari 2026AA20260038
G.R. de Groot, R.P.J. Ritsema
Het naamrecht: veel bereik, doch weinig bemind. Hoewel iedereen met het naamrecht te maken krijgt, heeft de wetgever er weinig aandacht voor. Anders dan in de rest van het personen- en familierecht is hier nog sprake van een beperkte keuzevrijheid voor het individu en een ferm normerende overheid. Dit artikel poogt de belangrijkste pijnpunten aan te geven.
Verdieping | Verdiepend artikeljanuari 2022AA20220036
A.I.M. van Mierlo
Hoge Raad 18 juni 2004, nr. C02/229HR, ECLI:NL:HR:2004:AN8170, RvdW 2004, 87, JOR 2004, 221 (Van Galen q.q./Circle Vastgoed) De vraag die hier aan de orde kwam is of een ontruimingsverplichting als gevolg van opzegging van een huurovereenkomst door de curator een boedelschuld is.
Annotaties en wetgeving | Annotatienovember 2004AA20040782
J. Hijma
Hoge Raad 21 december 1990, nr. 14017, ECLI:NL:HR:1990:ZC0088, NJ 1991, 251 (Van Geest/Nederhof) Arrest en bijbehorende noot van de Hoge Raad over de regeling van verborgen gebreken, de verhouding van een mededelings- en onderzoeksplicht die speelt onder het oude recht. De Hoge Raad oordeelt dat een mededelingsplicht van de verkoper voor de onderzoeksplicht van de koper gaat. Ook oordeelt de Hoge Raad dat de oude regeling van verborgen gebreken niet derogeert aan een beroep op dwaling en verwijst daarmee tevens naar het NBW. In de noot wordt dieper op de verhouding tussen spreek- en onderzoeksplicht in gegaan.
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 1991AA19910661
A.S. de Vries
In deze bijdrage betoogt de auteur dat het gemeentelijke fossielereclameverbod van Den Haag slechts een eerste stap is. Fossiele reclames dragen bij aan de normalisering van vervuiling en ondermijnen klimaatbeleid. Door het schadebeginsel van Mill te herlezen in communitaristisch perspectief, wordt duidelijk dat overheidsingrijpen niet alleen legitiem, maar ook noodzakelijk is. De tijd is rijp voor een nationaal fossiel reclameverbod dat recht doet aan collectieve belangen en toekomstig welzijn.
Opinie | Opiniërend artikeljanuari 2026AA20260018
W.C.L. van der Grinten
oktober 1975AA19750619
M. Claes
Vanaf april 2009 verschijnt in Ars Aequi de ‘canon van het recht’ met daarin alles wat je moet weten om bij juridisch triviant een kans te maken. Elke maand komen drie of vier vensters aan bod. De canon is samengesteld door een commissie van gerenommeerde hoogleraren uit verschillende rechtsgebieden en van verschillende faculteiten, te weten: Tineke Cleiren, Corjo Jansen, Tijn Kortmann, Hans Nieuwenhuis, Sacha Prechal en Raymond Schlössels onder voorzitterschap van Jan Lokin.
Overig | Rode draad | Canon van het Rechtfebruari 2010AA20100122
Hoge Raad 23 april 1999, nr. 16782, C97/261, ECLI:NL:HR:1999:ZC2940, RvdW 1999, 73C (Van Gorp q.q./Rabobank Breda) Dit arrest behandeld de vraag of, in geval van een faillissement, de bank zich kan beroepen op verrekening wanneer aan de bank stil verpandde goederen worden verkocht, met instemming van de bank, door de pandgever. De Hoge Raad komt tot een ontkennende beantwoording.
Annotaties en wetgeving | Annotatiejanuari 2000AA20000055
D.G. Kingma
Aan de hand van een bespreking van Glawischnig-Piesczek/Facebook (Hof van Justitie) en John de Mol/Facebook (rechtbank Amsterdam) wordt ingegaan op de verantwoordelijkheid van Facebook voor posts van zijn gebruikers. Onderzocht wordt in hoeverre Facebook aansprakelijk kan worden gehouden voor onrechtmatige content op zijn platform.
Verdieping | Studentartikeljuni 2020AA20200529
R.A.J. van Gestel, L.M. Koenraad
Universiteiten en hbo-instellingen zijn gaandeweg steeds meer op elkaar gaan lijken, in hun drang om zoveel mogelijk studenten aan zich te binden. Rens Koenraad en Rob van Gestel vinden dit geen goede ontwikkeling. Zij menen dat universiteiten zich weer moeten gaan concentreren op het verrichten van wetenschappelijk onderzoek en het verzorgen van het hierbij behorende onderwijs, en hbo-instellingen op het doorgeven van gedegen praktijkkennis. In dit kader pleiten Koenraad en Van Gestel voor het voeren van gesprekken met studenten over drijfveren om een universitaire opleiding te volgen. Wie geen serieuze belangstelling heeft voor het creëren van nieuwe kennis en geen echte behoefte voelt om twijfel te gaan omarmen, moet zich ernstig afvragen of de universiteit voor hem/haar wel de meest geschikte plek is, aldus Koenraad en Van Gestel. Tegelijkertijd willen zij meer maatschappelijke waardering voor hbo’ers.
Perspectief | Perspectiefartikelapril 2024AA20240366
P. van den Berg
Opinie | Amusejuni 2018AA20180446
M. Diebels
De weg naar het rechterschap is geen gemakkelijke. Aan denkvermogen en vaardigheden van rechters worden hoge eisen gesteld en in de opleiding tot rechter worden die competenties flink op de proef gesteld. Dat zou juristen er niet van moeten weerhouden te kiezen voor het rechterschap. Een beschrijving van het traject: vanaf het eerste idee om rechter te willen worden tot de feestelijke installatiezitting als afronding van de opleiding.
Perspectief | Perspectiefartikelapril 2025AA20250306