Voetbalvandalisme: Over de juridische aanpak van een maatschappelijk probleem

Het is zondag 29 mei 2022. ADO Den Haag speelt tegen Excelsior Rotterdam de finale van de play-offs om promotie naar en degradatie uit de Eredivisie. ADO verliest en loopt promotie mis. De ADO-fans bestormen het veld en zowel binnen als buiten het stadion breken rellen uit. Verschillende agenten raken gewond en minstens twintig aanhoudingen worden verricht (Politie.nl 28 juli 2022).

Dergelijke rellen zijn niet nieuw, maar sinds de coronacrisis is het aantal voetbalgerelateerde geweldsincidenten sterk toegenomen (KNVB Veiligheidsmonitor seizoen 2021/2022). De vraag kan worden opgeworpen of het huidige juridische instrumentarium voldoende handvatten aanreikt om voetbalvandalisme de kop in te drukken. Het antwoord op die vraag bezien wij achtereenvolgens vanuit een strafrechtelijk, een civielrechtelijk en een bestuursrechtelijk perspectief.

De juridische aanpak van hooliganisme ligt primair op de weg van het strafrecht. Hierbij is de spin in het web het delict ‘openlijke geweldpleging’ (art. 141 Sr). Wanneer iemand een bijdrage levert aan geweld vanuit een groep op een ‘openlijke’ plek (ECLI:NL:HR:2018:1008) komt deze strafbepaling reeds in beeld. Geweld is daarbij een breed begrip dat onder meer vernieling omvat. Ook qua sanctionering biedt het strafrecht een breed scala aan mogelijkheden die specifiek zijn toegesneden op voetbalgeweld. Wanneer iemand wordt veroordeeld voor openlijke geweldpleging kan een straf of maatregel gepaard gaan met onder meer een (i) gebiedsverbod (inclusief stadionverbod), (ii) groepsverbod of (iii) meldplicht. De officier van justitie kan voornoemde instrumenten zelfs voorafgaand aan een veroordeling inzetten, mits sprake is van verdenking van een voetbalgerelateerd strafbaar feit (art. 509hh Sv).

Bekeken vanuit een civielrechtelijk perspectief speelt vooral het civielrechtelijk stadionverbod een belangrijke rol. Supporters met een (seizoens)kaart zijn gebonden aan de Standaardvoorwaarden van de KNVB. Wanneer supporters zich misdragen handelen ze in strijd met die voorwaarden en kan door de KNVB een stadionverbod worden opgelegd. Het civielrechtelijke (landelijke) stadionverbod wordt veelvuldig opgelegd: vorig seizoen 1258 keer (KNVB Veiligheidsmonitor seizoen 2021/2022, p. 14).

Tot slot de bestuursrechtelijke invalshoek. Op 1 september 2010 trad de Voetbalwet in werking (Stb. 2010, 325). Voor de burgemeester introduceerde deze wet in lid 1 van artikel 172a van de Gemeentewet de mogelijkheid tot het opleggen aan amokmakers van een (a) gebiedsverbod, (b) groepsverbod of (c) (fysieke of digitale) meldingsplicht. Burgemeesters blijken in de praktijk slechts beperkt gebruik te maken van deze mogelijkheid. Waar zij dit doen, gebeurt dit bijna uitsluitend voor het opleggen van gebiedsverboden. Gemeentes zouden wel vaker een meldplicht willen opleggen, maar een fysieke meldplicht kost te veel politiecapaciteit (Evaluatie Wet MBVEO, maart 2021).

Ook een cumulatie van voornoemde instrumenten is toegestaan, mits er niet twee bestraffende sancties door de autoriteiten worden opgelegd wegens dezelfde overtreding (ECLI:NL:HR:2016:613, 614 en 615). Resumerend moge duidelijk zijn dat er in Nederland zeker geen sprake is van een tekort aan juridische middelen om voetbalvandalisme te bestrijden.

Wij menen dan ook dat de oplossing voor het maatschappelijke fenomeen voetbalvandalisme niet zozeer moet worden gezocht in de uitbreiding van het instrumentarium, maar in de uitvoering daarvan. Neem bijvoorbeeld de eerdergenoemde meldplicht, op grond waarvan een meldplichtige moet aantonen dat hij zich op een bepaald ogenblik niet in een verboden gebied bevindt. Nadat in 2015 op veler verzoek de juridische poort werd geopend om een digitale meldplicht op te kunnen leggen, is de overheid (pas) in 2020 gestart met het ontwikkelen van een digitale applicatie voor smartphones om hierin te voorzien. Een pilot zou 1 januari van dit jaar starten. De invoering is evenwel aangehouden (minister Yeşilgöz, Voortgangsbrief voetbal en veiligheid, 15 juni 2022). Dit klemt temeer daar een elektronische meldplicht zowel voor de politie als voor de meldplichtige voordelen biedt. De politie kost het immers minder capaciteit en de meldplichtige wordt zo min mogelijk beperkt in zijn bewegingsvrijheid.

Zo verschuift een aanvankelijk juridisch ogend probleem, naar een politiek, uitvoerend en technisch probleem. Dat is geen novum. Vergelijkingen met de uitgestelde invoering van de Omgevingswet en de vervagende herinnering aan de ‘reset’ van het digitaliserings- en automatiseringsproject KEI kunnen worden getrokken. Hoe het ook zij: het gereedschap om voetbalvandalisme te bestrijden ligt er. Het moet alleen nog worden opgeraapt.

Dit redactioneel van Daan Groenewoud & Bram Groothoff is verschenen in Ars Aequi december 2022.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *