Resultaat 10909–10920 van de 12970 resultaten wordt getoond
H.Ph.J.A.M. Hennekens
Prof.mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens betoogt dat de Politiewet 1993 de slechtste wet is die hij kent. Aan de orde komen: openbare orde, strafrechtelijke handhaving, gezagsdragers, beheerder van de politie, zeggenschap van het Rijk en het driehoeksoverleg.
Opinie | Opiniërend artikeljuni 1998AA19980579
A. Ellian
De islamitische politieke theologie vormt de essentie van de Iraanse Grondwet. De constitutionele revolutie in 1906 vestigde het primaat van de seculiere legitimatie en grondslag van de Iraanse rechtsorde oftewel Mashroeteh. Na de islamitische revolutie (1979) werd het primaat van Mashroe-e (gelegitimeerd door sharia) in de nieuwe grondwet verankerd. Het conflict tussen de door sharia gelegitimeerde rechtsorde en de seculiere legitimatie van de rechtsorde is echter nog niet voorbij.
Rode draad | Buiten Westendecember 2025AA20250858
L. Bosch, J. Paulussen
In dit redactionele artikel wordt het fenomeen van de toegenomen particuliere beveiliging besproken. De redactie geeft kort commentaar hoe beveiliging door burgers zich verhoudt met de klassieke overheidstaak.
Opinie | Redactioneelmaart 2001AA20010141
R.J. Lucassen
In het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de Ruimtelijke Ordening dat zich thans in een vergevorderd stadium van parlementaire behandeling bevindt, is een procedureregeling voor planologische kernbeslissingen (pkb's) opgenomen. Tijdens het langdurige wetgevingsproces heeft de pkb herhaaldelijk aanleiding gegeven tot principiële discussies over deze vorm van ruimtelijke planning op rijksniveau, de medebetrokkenheid van het parlement bij de besluitvorming en de juridische status van de pkb. Welke betekenis de pkb-uitspraken hebben voor de eigen verantwoordelijkheid van lagere overheden, hoe zich hiermee de zogenaamde aanwijzingsbevoegdheid verhoudt, en de vraag of de pkb eigenlijk niet bij wet zou moeten worden vastgesteld, zijn enkele aspecten van een veelomvattende problematiek die in dit artikel aan de orde komen.
oktober 1985AA19850520
A.M.W. Lammers-Verdegaal
Verkorting van de studieduur èn minder mankracht: het samenvallen van de inwerkingtreding van de twee-fasenwet met ingrijpende Haagse bezuinigingen treft bijzonder slecht. Het verhogen van de effectiviteit van het onderwijs, zodat studenten de leerdoelen in vier jaar tijd kunnen bereiken, en het gelijktijdig extensiveren van het onderwijs kan in veler ogen onmogelijk worden gecombineerd. De vraag is of véél onderwijs ook goed onderwijs is. Van Kemenade stelt dat hij sceptisch is over de oorzakelijke samenhang tussen de onderwijskundige effectiviteit in het algemeen en de onderwijsdichtheid. Waarop baseert hij deze stelling? Zowel de in het geding zijnde effectiviteit als de efficiency van het onderwijs zijn een afgeleide van de gehanteerde onderwijsvorm. Naar de verschillen tussen de diverse onderwijsmethoden (didactische werkvormen) is veel empirisch onderzoek gedaan. Aan enkele belangrijke onderzoeksresultaten wordt in het navolgende aandacht besteed. In het bijzonder wordt bezien wat de implicaties zijn van het invoeren van meer zelfwerkzaamheid van studenten in het studieprogramma.
Onderwijsjuni 1982AA19820288
E.F. Verheul
Literatuur | Proefschriftbijdragejuni 2018AA20180552
J. van der Hoeven
Mr. J. van der Hoeven promoveerde op 18 februari 1958 te Amsterdam met het onderwerp 'De plaats van de Grondwet in het constitutionele recht'.
december 1985AA19850716
S. de Wit
In dit artikel wordt ingegaan op de ontwikkeling in en rond de (platen- en video)piraterij, waarbij vooral aandacht zal worden besteed aan de praktische problemen die de platenmaatschappijen en filmproducenten ondervinden bij de jacht op piraten.
januari 1983AA19830156
N.D.J. de Kooij
Piratenzenders staan in het middelpunt van de belangstelling. Zij zijn echter allerminst een nieuwerwets verschijnsel. Van oudsher is het verschijnsel piraten hand in hand gegaan met de ontwikkeling van de etherwetgeving. Ondanks verwoede pogingen om het piratendom te kielhalen heeft deze door de pioniersgeest maar ook door de commercie nog altijd het hoofd boven water weten te houden.
januari 1983AA19830088
Th.G. Drupsteen
Hoge Raad 9 juli 1990, nr. 13952, ECLI:NL:HR:1990:AN1176, RvdW 1990, 143 (De Pina/Helmond) Arrest van de Hoge Raad over gebruikmaking door overheden van privaatrechtelijke bevoegdheden ter behartiging van publiekrechtelijke belangen. Voor de vraag of een gemeente naast haar bevoegdheid ontleend aan de Woonwagenwet gebruik mag maken van haar eigendomsrecht om de verwijdering van een woonwagen te bewerkstelligen is beslissend of dit gebruik de regeling van de Woonwagenwet op onaanvaardbare wijze doorkruist. Daarbij moet onder meer worden gelet op de inhoud en strekking van de wet. Voorts is van belang of de gemeente door gebruikmaking van de woonwagenwet een vergelijkbaar resultaat kan bereiken als door gebruikmaking van haar eigendomsrecht.
Annotaties en wetgeving | Annotatienovember 1990AA19900840
A.F. Salomons
In dit artikel zal, na een korte rechtshistorische schets, de vraag worden besproken op welke fundamenten het zakenrechtelijk vertrouwensbeginsel, belichaamd in de rechtsspreuk 'bezit geldt als volkomen titel', steunt, en in hoeverre het tot gelding komt in artikel 3:86 Nieuw BW.
Bijzonder nummer | Rechtsbeginselenoktober 1991AA19910830
L. Bosch, C. Mak
Overig | Rode draad | Minderjarigen in het rechtapril 2000AA20000245