Resultaat 3553–3564 van de 13238 resultaten wordt getoond
L.H. de Boer
De auteur van dit artikel schrijft over valutering bij overschrijving van gelden van de ene naar de andere bankrekening. De auteur betoogt dat latere valutering zowel strafbaar is van de bank als dat zij zichzelf ongerechtvaardigd verrijkt. Ook wordt mening van de banken en de politiek.
Opinie | Opiniërend artikelseptember 1998AA19980764
M. Bovens
De machtigste personen in de moderne westerse wereld zijn rechtspersonen. Zo zijn inmiddels meer dan de helft van de grootste honderd economieën ter wereld geen landen, maar ondernemingen. In deze bijdrage zal vanuit het perspectief van recht en ethiek naar deze ontwikkeling worden gekeken. Er zal worden onderzocht of op rechtspersonen morele plichten rusten. Ook komt aan de orde of rechtspersonen rechten hebben of zouden moeten hebben.
Overig | Rode draad | Recht en ethiek | Verdieping | Verdiepend artikeljuli 1998AA19980651
D. Penna
Verdieping | Verdiepend artikeljanuari 2017AA20170009
J. Boksem
Auteur gaat in op de wijzigingen die door de Wet Vormverzuimen zijn aangebracht t.a.v. de mogelijkheden de tenlastelegging te veranderen en de onderbouwing daarvan door de Minister.De Auteur concludeert dat deze niet overtuigend zijn mede omdat het beginsel van de materiële waarheidsvinding nog altijd wordt beperkt door de grondslagleer. Auteur pleit voor een gematigd materieel feitsbegrip: ‘de verweten gedraging’.
Opinie | Opiniërend artikelfebruari 1999AA19990099
F. de Vries
Opinie | Opiniërend artikelseptember 2000AA20000638
A. Couprie
In deze reactie op een eerder artikel in Ars Aequi over het ontbreken van meningen en opinies van juristen in het (publieke) debat komt naar voren dat de juristen door beroeps- en gedragsregels niet in staat zijn om hun meningen te geven. Ook het feit dat meer ervaren juristen juridische meningen tot bijna feiten maken dragen ertoe bij dat er weinig controversiële meningen van juristen zijn.
Opinie | Reactie/nawoorddecember 1994AA19940802
L.J.A. Damen
Een minister kan een persoon zijn, maar ook een ambt, daarom is een opvolger ook tot op hoogte gebonden aan het beleid van zijn of haar voorganger. Dit is ook het geval geweest bij Rita Verdonk, zij wilde nieuw vreemdelingenbeleid, maar had wel alle juridische consequenties te aanvaarden vanwege de toezeggingen van haar voorganger.
Opinie | Amusenovember 2006AA20060779
R. de Graaff, O. Oost
Opinie | Redactioneeljanuari 2016AA20160003
UCERF 18 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht
A.G.F.M. Flos
Huwelijkse voorwaarden met gescheiden vermogens. Alexander Flos gaat in op de vraag of koude uitsluiting nog recht van bestaan heeft. Daarbij wijst hij op een aantal sociaal-economische ontwikkelingen rond arbeid en zorg, en het dynamische karakter van het huwelijk als duurrelatie. Koude uitsluiting kan problematisch uitpakken bij een ongelijke taakverdeling; de gevolgen worden pas duidelijk […]
D. Roef
Het belang van de neurowetenschappen neemt in het recht snel toe. Zo wordt in strafzaken steeds meer gebruik gemaakt van neurobiologische informatie voor het bepalen van de toerekeningsvatbaarheid. Maar betekent dit nu ook dat de fundamenten van het strafrecht, zoals schuld en wilsvrijheid, slechts verzinsels zijn, zoals sommige hersenonderzoekers beweren?
Opinie | Amuseoktober 2014AA20140698
J.P. Dikker
Telkens wanneer de media aandacht besteden aan een rechtszaak die ouders tegen de school van hun kind hebben aangespannen voor schijnbaar klein leed, wordt vaak klakkeloos de conclusie getrokken dat in het onderwijs een claimcultuur heerst. In dit artikel wordt aan de hand van een beschrijving van de rechtsbescherming van onderwijsdeelnemers en een inventarisatie van de meest voorkomende vorderingen die tegen onderwijsinstellingen worden ingesteld, onderzocht of in het onderwijs van een claimcultuur kan worden gesproken.
Verdieping | Verdiepend artikeloktober 2019AA20190765
J.W. Zwemmer
Hoge Raad 15 september 1993, nrs. 27265 en 27266, ECLI:NL:HR:1993:ZC5447, BNB 1993/342 en 343 Uitspraak van de Hoge Raad en bijbehorende noot in welke uitspraak de Hoge Raad de volgende rechtsregel formuleert: De verkoop van aandelen in een kasgeldvennootschap leidt niet tot heffing van dividendbelasting.
Annotaties en wetgeving | Annotatiefebruari 1994AA19940115