Shop

Gemeentelijke onroerendgoedbelastingen

J.H. Christiaanse, J.A. Monsma

- HR 16 september 1981,no 20364,BNB 1981/29 5 met noot H.J. Hofstra (geval Amsterdam) - HR 16 december 1981, no 20895, BNB 1982/31 met noot H.J. Hofstra (geval Utrecht)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 1982
AA19820199

Gemeentelijke verordeningen

J.G. Brouwer, A.E. Schilder

Post thumbnail Aan de hand van rechtspraak en praktijkvoorbeelden worden de grenzen van de regelgevende bevoegdheid van gemeentebesturen op inzichtelijke wijze in kaart gebracht.

9789069166025 - 13-08-2015

Gemeentelijke verordeningen (Digitaal boek)

J.G. Brouwer, A.E. Schilder

Post thumbnail Aan de hand van rechtspraak en praktijkvoorbeelden worden de grenzen van de regelgevende bevoegdheid van gemeentebesturen op inzichtelijke wijze in kaart gebracht.

9789069166025 - 13-08-2015

Gemeenten en bestuurlijke ongehoorzaamheid

K.A.M. Duyvelaar

Bestuurlijke ongehoorzaamheid is een term die tegenwoordig nog al eens in de mond wordt genomen. De emotionele lading ervan verraadt wanhoop en machteloosheid. Die gevoelens bekruipen soms de _gemeenten, die klem zitten tussen de bezuinigingsdictaten van het Rijk en toenemende burgerlijke ongehoorzaamheid onder de plaatselijke bevolking. Kunnen en mogen gemeenten, bij wijze van drukmiddel, het bijltje erbij neergooien en als het ware staken tegen de staat? Of moeten zijn hoe dan ook gehoorzamen? Als geen van beide vragen met een volmondig ja beantwoord kan worden ligt een derde weg voor de hand: erkenning van gemeenten als medeoverheden en gestructureerd overleg tussen rijk en gemeenten over zaken die gemeenten 'bestuurlijk onuitvoerbaar' achten.

oktober 1983
AA19830653

Gemiste vakantie en een lesje staatsrecht van de Hoge Raad

R.J.B. Schutgens

Hoge Raad 18 september 2015, nr. 14/00191, ECLI:NL:HR:2015:2723 (Staat der Nederlanden/werkneemster)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
mei 2016
AA20160371

Generale Preventie

Th.W. van Veen

Prof.mr. Th.W. van Veen promoveerde op 19 maart 1949 te Groningen met het onderwerp 'Generale Preventie'.

december 1985
AA19850773

Geneuzel of van fundamenteel belang? Het lot van uitspraken (mede) gewezen door een rechter die nog niet of niet meer in functie is

C.J.M. Klaassen

Hoge Raad 18 november 2016, nr. 16/00545, ECLI:​NL:​HR:​2016:​2607 (Meavita); Hoge Raad 6 oktober 2017, nr. 17/00336, ECLI:​NL:​HR:​2017:​2561 (Moeder/Raad voor de Kinderbescherming en vader); Gerechtshof Amsterdam 9 mei 2017, nrs. 200.186.069/01, 200.186.100/01 en 200.186.113/01, ECLI:​NL:​GHAMS:​2017:​1759; Gerechtshof Amsterdam 30 mei 2017, nr. 200.197.332/01 NOT, ECLI:​NL:​GHAMS:​2017:​1928

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2018
AA20180141

Genitale verminking bij meisjes en vrouwen

M. Masclee, S. Meuwese

Verdieping | Verdiepend artikel
juli 2000
AA20000535

Georg Henrik von Wright en de deontische logica

A. Soeteman

Post thumbnail

In deze aflevering van de rubriek Bijzondere boeken schrijft Arend Soeteman over een boek over deontische logica, dat hij met rode oortjes heeft gelezen: Norm and Action van Georg Henrik von Wright. 

Blauwe pagina's | Bijzondere boeken
april 2013
AA20130266

Gerechtigheid in het contractenrecht

J.J. Valk, D.J. Verhey

Het Nederlandse contractenrecht kent tal van wettelijke beschermingsbepalingen. Waarin kan de rechtvaardiging van deze bepalingen worden gevonden? De aard van het contractenrecht dwingt ons telkens te onderzoeken of de gevolgen van deze beschermingsbepalingen ten gunste van de ene partij gerechtvaardigd kunnen worden tegenover de wederpartij. Bij nadere analyse blijkt voor de bescherming in het kader van de overeenkomst van personenvervoer niet vanzelfsprekend een rechtvaardiging voor handen te zijn.

Opinie | Redactioneel
maart 2013
AA20130181

Gerechtsdeurwaarder: een juridisch vak met praktische kanten

J.M. Wisseborn

Post thumbnail ‘Na mijn afstuderen in 1989 aan de Rijksuniversiteit Utrecht ben ik gaan werken op een gerechtsdeurwaarderskantoor. Van de precieze aard van de werkzaamheden van een gerechtsdeurwaarder wist ik op dat moment niet veel meer dan iedere andere student. Een deurwaarder brengt dagvaardingen uit en legt beslagen, veel meer wist ik er niet van. Het vak blijkt in de praktijk veel verder te gaan dan dat. Naast de ambtelijke werkzaamheden verricht een gerechtsdeurwaarder ook een aantal niet ambtelijke werkzaamheden, hetgeen hem een aparte juridische beroepsbeoefenaar maakt.’In dit artikel vertelt John Wisseborn over zijn afwisselende werk als gerechtsdeurwaarder.

Perspectief | Perspectiefartikel
mei 2011
AA20110396

Gerechtvaardigd vertrouwen in ontslagzaken: de nuancerende werking van de onderzoeksplicht voor de werkgever

J.P. Verhaar

Een arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd op de wijze, zoals aangegeven in het arbeidsrecht (artt. 1639 e.v. BW), maar óók met toepassing van het algemeen verbintenissenrecht. De stringente regeling van het ontslagrecht biedt de werknemer een betere bescherming van zijn belangen, maar brengt voor de werkgever meer nadelen met zich mee. Hantering van de 'wils-vertrouwensleer' in ontslagzaken kan — in verband met de eis van gerechtvaardigd vertrouwen — voor de werkgever een onderzoeksplicht meebrengen naar de wil van de werknemer op het moment van het afleggen van diens verklaring tot beëindiging van het dienstverband. Ingevolge het in de artt. 3.2.2 en 3.2.3 Nieuw BW neergelegde systeem komt bij aanwezigheid van gerechtvaardigd vertrouwen de rechtshandeling tot stand; een onderzoek naar de wil van de werknemer kan tot gevolg hebben dat hij niet kan worden gehouden aan een door hem niet-gewild ontslag.Genoemd systeem, een onderdeel van het algemeen verbintenissenrecht, kan door de werkgever worden gebruikt om aan de ingewikkeldheden van het ontslagrecht te ontkomen. Het is dan de vraag of de onderzoeksplicht de werknemer voldoende bescherming biedt tegen een eventueel ontslag. In dit artikel zal ik aan de hand van de rechtspraak over dit onderwerp een antwoord geven op de volgende vragen:1 wordt deze onderzoeksplicht regelmatig door de rechter opgelegd?2 is de onderzoeksplicht een adequaat instrument om het in de artt. 3.2.2 en 3.2.3 neergelegde systeem te nuanceren?

Verdieping | Studentartikel
februari 1988
AA19880083