Resultaat 12337–12348 van de 13050 resultaten wordt getoond
M. Claes
Vanaf april 2009 verschijnt in Ars Aequi de ‘canon van het recht’ met daarin alles wat je moet weten om bij juridisch triviant een kans te maken. Elke maand komen drie of vier vensters aan bod. De canon is samengesteld door een commissie van gerenommeerde hoogleraren uit verschillende rechtsgebieden en van verschillende faculteiten, te weten: Tineke Cleiren, Corjo Jansen, Tijn Kortmann, Hans Nieuwenhuis, Sacha Prechal en Raymond Schlössels onder voorzitterschap van Jan Lokin.
Overig | Rode draad | Canon van het Rechtfebruari 2010AA20100122
M.Y.A. Zieck
Dit academisch jaar, waarin het Vluchtelingenverdrag van 1951 75 jaar wordt, wijdt Marjoleine Zieck, hoogleraar International Refugee Law aan de UvA en hoogleraar Public International Law aan het Pakistan College of Law in Lahore, tien columns in Ars Aequi aan vluchtelingen en heldert zij enige van die misverstanden op. In deze column schrijft zij over gesloten grenzen en het probleem van massahervestiging en vluchtelingenopvang.
Perspectief | Columnfebruari 2026AA20260151
A.I.M. van Mierlo
Hoge Raad 23 april 1999, nr. 16782, C97/261, ECLI:NL:HR:1999:ZC2940, RvdW 1999, 73C (Van Gorp q.q./Rabobank Breda) Dit arrest behandeld de vraag of, in geval van een faillissement, de bank zich kan beroepen op verrekening wanneer aan de bank stil verpandde goederen worden verkocht, met instemming van de bank, door de pandgever. De Hoge Raad komt tot een ontkennende beantwoording.
Annotaties en wetgeving | Annotatiejanuari 2000AA20000055
D.G. Kingma
Aan de hand van een bespreking van Glawischnig-Piesczek/Facebook (Hof van Justitie) en John de Mol/Facebook (rechtbank Amsterdam) wordt ingegaan op de verantwoordelijkheid van Facebook voor posts van zijn gebruikers. Onderzocht wordt in hoeverre Facebook aansprakelijk kan worden gehouden voor onrechtmatige content op zijn platform.
Verdieping | Studentartikeljuni 2020AA20200529
R.A.J. van Gestel, L.M. Koenraad
Universiteiten en hbo-instellingen zijn gaandeweg steeds meer op elkaar gaan lijken, in hun drang om zoveel mogelijk studenten aan zich te binden. Rens Koenraad en Rob van Gestel vinden dit geen goede ontwikkeling. Zij menen dat universiteiten zich weer moeten gaan concentreren op het verrichten van wetenschappelijk onderzoek en het verzorgen van het hierbij behorende onderwijs, en hbo-instellingen op het doorgeven van gedegen praktijkkennis. In dit kader pleiten Koenraad en Van Gestel voor het voeren van gesprekken met studenten over drijfveren om een universitaire opleiding te volgen. Wie geen serieuze belangstelling heeft voor het creëren van nieuwe kennis en geen echte behoefte voelt om twijfel te gaan omarmen, moet zich ernstig afvragen of de universiteit voor hem/haar wel de meest geschikte plek is, aldus Koenraad en Van Gestel. Tegelijkertijd willen zij meer maatschappelijke waardering voor hbo’ers.
Perspectief | Perspectiefartikelapril 2024AA20240366
P. van den Berg
Opinie | Amusejuni 2018AA20180446
M. Diebels
De weg naar het rechterschap is geen gemakkelijke. Aan denkvermogen en vaardigheden van rechters worden hoge eisen gesteld en in de opleiding tot rechter worden die competenties flink op de proef gesteld. Dat zou juristen er niet van moeten weerhouden te kiezen voor het rechterschap. Een beschrijving van het traject: vanaf het eerste idee om rechter te willen worden tot de feestelijke installatiezitting als afronding van de opleiding.
Perspectief | Perspectiefartikelapril 2025AA20250306
UCERF 16 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht
F. de Kievit
Femke de Kievit gaat in op de urgente vraag hoe informele zorg voor ouderen in een sterk vergrijzende samenleving geregeld kan worden, en met name welke rol het privaatrecht daarbij zou kunnen vervullen. Met het verschuiven van zorg naar het private domein rijst ook de vraag of de rol van het privaatrecht belangrijker zal of […]
R.G.F. Winkels
Bijzonder nummer | Recht & taaljuli 2015AA20150585
E.H. Hondius
De redactie vraagt mij om een bijdrage te leveren over (1) het juridisch hoogleraarschap in vooroorlogse en kortnaoorlogse tijden. Is de hoogleraar (2) thans meer manager dan hooggeleerd en (3) hoe staat het met de academische vrijheid? Wat punt één betreft: van de bijna 75 naoorlogse jaren heb ik slechts ruim veertig als hoogleraar mogen functioneren (plus veertien jaar als medewerker). Ik zal het daarom niet alleen met eigen ervaringen van de laatste halve eeuw maar ook met een kort literatuuroverzicht moeten doen.
Perspectief | Perspectiefartikelmei 2019AA20190408
R.C.H. van Otterlo
Wat is het traject voor een jurist om advocaat te worden, de beroepsopleiding, de Voortgezette Stagaire Opleiding en het werken in de advocatuur onder toezicht van een patroon.
Perspectief | Perspectiefartikelmaart 2007AA20070272
G.J.J. Heerma van Voss
‘... opdat Uw oren alsmede Uw geest geen onnutte ballast en geen verkeerde bepalingen opnemen, maar slechts datgene, wat in de praktijk bewezen heeft gelding te hebben. En hetgeen in vroeger tijd voor de vorige generatie ter nauwernood pas na vier jaar mogelijk was, nl. om dan de keizerlijke verordeningen te lezen, daarmede kunt U nu al vanaf het eerste ogenblik, tot zoveel eer en zoveel geluk waardig bevonden, dat U zowel het begin als het einde van het rechtsonderricht bij monde van de keizer deelachtig wordt.’ Keizer Justinianus tot de naar kennis der wetten begerige jeugd in 533. Nu het wetsontwerp tweefasenstruktuur op 10 maart jongstleden de Eerste Kamer is gepasseerd ziet hel er naar uit, dat de juridische opleiding toch in hel keurslijf wordt gedrongen van het vijftien jaar oude model-Posthumus. Hieronder worden de onderwijskundige gevolgen besproken, die daarvan moeten worden gevreesd: het wordt nog moeilijker de studie op een wetenschappelijk en maatschappelijk verantwoord peil te brengen.
Onderwijsjuni 1981AA19810288