Shop

Toekomstige uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

E.A. Alkema

Dit zesde overzicht van zaken die aanhangig zijn bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft een andere opzet dan de vijf voorgaande. Uitgegaan is van de rol van het Hof op 6 maart 1997. Daarop staan niet slechts de zaken die door de Commissie of verdragstaten zijn voorgelegd, maar ook zaken rechtstreeks afkomstig van individuele klagers. Sinds het negende protocol van kracht is (1 oktober 1994), zijn individuele klagers daartoe bevoegd tegenover staten die zoals Nederland dat protocol hebben aanvaard. Daarentegen blijven zaken waarin de rapporten van de Commissie (nog) vertrouwelijk zijn buiten beschouwing. Verder zijn de zaken gegroepeerd naar de (belangrijkste) in het geding zijnde verdragsbepaling. Overigens is — evenmin als in eerdere overzichten — gestreefd naar volledigheid. Zo worden niet alle Italiaanse zaken vermeld. Want, ofschoon veel van de tegen Italië gevoerde procedures over overschrijding van de redelijke termijn niet aan het Hof maar aan het Comité van Ministers van de Raad van Europa worden voorgelegd, paraisseert toch nog een aanzienlijk aantal op de rol van het Hof. Voor de Nederlandse rechtspraktijk zijn die echter doorgaans van beperkt belang.

Verdieping | Verdiepend artikel
september 1997
AA19970583

Toekomstige uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

H.G. Schermers

Dit is het vierde overzicht van zaken die door de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn verwezen en waarover binnen het komende jaar een uitspraak van het Hof kan worden verwacht. Evenals vorige keren zijn een tiental zaken gelicht uit de stroom van zaken die aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn voorgelegd. Wij hopen hiermede de belangrijkste zaken onder de aandacht van de lezers van Ars Aequi te brengen. In de verslagperiode (1 oktober 1995-1 februari 1996) werden 209 zaken door de Commissie naar het Comité van Ministers verwezen. 131 daarvan betroffen de duur van procedures in Italië. Van deze 209 zaken verwees de Commissie er 19 naar het Hof. Nog twee andere werden door de Turkse regering aan het Hof voorgelegd. De resterende 188 zaken worden door het Comité van Ministers van de Raad van Europa afgedaan.

Verdieping | Verdiepend artikel
april 1996
AA19960253

Toekomstige uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

H.G. Schermers

Dit is het derde overzicht van zaken die door de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn verwezen en waarover binnen het komende jaar een uitspraak van het Hof kan worden verwacht. Evenals vorige keer zijn een tiental zaken gelicht uit de stroom van zaken die aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn voorgelegd. Wij hopen hiermee de voor de Nederlandse studenten belangrijkste zaken onder de aandacht van de lezer van Ars Aequi te brengen. In de verslagperiode (1 februari tot 1 oktober 1995) werden 294 zaken door de Commissie naar het Comité van Ministers verwezen. 169 daarvan betroffen de duur van procedures in Italië. Van deze 294 zaken werden er 41 naar het Hof verwezen. De overige 253 worden door het Comité van Ministers van de Raad van Europa afgedaan.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 1995
AA19950863

Toekomstmuziek, een probleemstellende verkenning op het gebied van de informatie

H. Prins

Wil onze samenleving zich verzekeren van het huidig materieel welvaartspeil, dan dient diezelfde samenleving zich om Ie schakelen van een energie-intensieve- naar een informatie-intensieve samenleving. Dit is de mening van de regering die in de nota ‘Overheidsbeleid op het terrein van de informatie; een probleemstellende verkenning’ naar voren wordt gebracht. Energie wordt meer en meer schaars en het bezit ervan een kwestie van toeval. Informatie kan makkelijk aangewend worden en kan in onze complexe en hooggeïndustrialiseerde maatschappij dienen als smeermiddel voor de raderen van de machine die samenleving heet.

Witte stukken
januari 1981
AA19810020

Toelating van vluchtelingen. Dure plicht of welwillend beleid?

M.J. van Enk

januari 1982
AA19820008

Toelating van vluchtelingen. Dure plicht of welwillend beleid?

M.J. van Enk

De laatste jaren heeft hel vreemdelingenbeleid niet alleen veel belangstelling gekregen, maar ook zeer veel kritiek te verduren gehad. En dit betreft niet in het minst de vluchtelingenproblematiek. Over het beleid valt in ons land gelukkig nog te twisten. Maar het is de vraag in hoeverre er ten aanzien van vluchtelingen sprake is van een beleidsvoering. Hoe en door wie wordt dat beleid dan gevoerd? Is het niet zo, dal als iemand vluchteling is, hij gewoon wordt toegelaten, omdat we dat volgens Verdrag of wet verplicht zijn? En dat wanneer iemand niet aan de maatstaven daarvoor voldoet, hij wordt geweigerd, omdat we hem er in Nederland niet bij kunnen hebben?

januari 1982
AA19820008

Toepassing van het gelijkheidsbeginsel op de kosten van kinderopvang

J.W. Zwemmer

Hoge Raad 12 december 1990, nr. 27.071, ECLI:NL:HR:1990:ZC4477, BNB 1991/76 Uitspraak van de belastingkamer van de Hoge Raad over de toepassing van het gelijkheidsbeginsel op de kosten van de kinderopvang waarbij de Hoge Raad (samengevat) tot het volgende oordeel komt: 'Nu bij ministeriële resolutie is bepaald dat de vergoeding door de werkgever van de kosten van kinderopvang in een niet-gesubsidieerde instelling onbelast is voor zover zij meer bedraagt dan de eigen bijdrage voor opvang in een gesubsidieerde instelling, brengt het gelijkheidsbeginsel met zich mee dat de kosten van kinderopvang aftrekbaar zijn voor zover de werkgever deze kosten onbelast had kunnen vergoeden, tenzij voor de ongelijke behandeling een redelijke grond bestaat'. In de noot wordt hier dieper op ingegaan waarbij ook eerdere rechtspraak over de aftrekbaarheid van kosten voor kinderopvang wordt besproken.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juli 1991
AA19910582

Toerekening van een onrechtmatige daad

C.H. Sieburgh

In dit artikel wordt door mr. C.H. Sieburgh haar proefschrift inzake de toerekening bij onrechtmatige daad besproken.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
maart 2001
AA20010182

Toerekening van kennis aan een rechtspersoon: mijmeringen bij een Hindoestaanse tempel

S.M. Bartman

Hoge Raad 29 maart 2019, nr. 18/01396, ECLI:​NL:​HR:​2019:​467, NJ 2019/157 (Mandir)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 2019
AA20190482

Toerekening van leningen aan kosten

J.W. Zwemmer

Hoge Raad 22 oktober 2004, nr. 39082, ECLI:NL:HR:2004:AH9156 Rente van een lening aangegaan ter financiering van verbetering of onderhoud van de eigen woning kan pas als eigen-woningrente worden aangemerkt als het bedrag van de lening ook als zodanig is aangewend.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2005
AA20050741

Toestemming als rechtvaardiging: zelfbeschikking in het strafrecht?

S.R. Bakker

Post thumbnail

In diverse gevallen kan de strafbaarheid of strafwaardigheid van bepaalde gedragingen worden beïnvloed of weggenomen wegens toestemming van het slachtoffer. Activiteiten in het studentenleven, deelneming aan sportwedstrijden en het ondergaan van medische ingrepen zijn daarvoor illustratief. In deze bijdrage wordt onder andere stilgestaan bij de voorwaarden voor een strafrechtelijk relevante toestemming, de al dan niet rechtvaardigende werking ervan en de ruimte voor zelfbeschikking in het Nederlandse strafrecht.

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2017
AA20170177

Toetreding EU tot het EVRM: één Europa voor de mensenrechten?

A. Kleinhout

In de op 18 juni 2004 aangenomen tekst van het 'Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa' (hierna: Grondwet) wordt voorgesteld om de Europese Unie (hierna: EU) te laten streven naar toetreding tot het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). Dit voorstel is zonder meer interessant te noemen; enerzijds is het een stap in de richting van een nieuwe relatie tussen EU en het EVRM. Anderzijds is het opvallend dat - meer dan een halve eeuw na oprichting van de eerste Gemeenschap - kennelijk nog niet geheel duidelijk is hoe de relatie tussen de EU en het EVRM zou moeten zijn. In deze bijdrage zal nog eens worden stilgestaan bij het vraagstuk van toetreding door de EU tot het EVRM.

Verdieping | Studentartikel
december 2004
AA20040831