Resultaat 805–816 van de 1326 resultaten wordt getoond
H.B. Krans
Hoge Raad 8 juni 2007, nr. R06/002HR, ECLI:NL:HR:2007:AZ6096, LJN: AZ6096, RvdW 2007, 550 In deze noot bij dit arrest is de berusting in het burgerlijk proces aan de orde. De Hoge Raad spreekt over het feit of er door de rechter ambtshalve moet worden vastgesteld of er sprake is van berusting; deze vraag beantwoord zij ontkennend. Het is aan de procespartijen of zij het geding wensen voort te zetten.
Annotaties en wetgeving | Annotatiedecember 2007AA20070977
P.J. Slot
Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 3 juni 2010, zaak C-258/08, ECLI:EU:C:2010:308 (Ladbrokes Betting & Gaming Ltd and Ladbrokes International Ltd/Stichting de Nationale Sporttotalisator) Betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 13 juni 2008 in de procedure Ladbrokes Betting & Gaming Ltd en Ladbrokes International Ltd tegen Stichting de Nationale Sporttotalisator. Tweede kamer 5 rechters.
Annotaties en wetgeving | Annotatieoktober 2010AA20100712
R.D. Vriesendorp
Hoge Raad 14 juli 2000, nr. C98/214 HR, ECLI:NL:HR:2000:AA6527, www. jwb.nl 2000, 119, RvdW 2000, 176C (Lagero)
Annotaties en wetgeving | Annotatienovember 2000AA20000788
M.J.G.C. Raaijmakers
Hoge Raad 31 mei 1996, nr. 16000, ECLI:NL:HR:1996:ZC2089, NJ 1996, 694, m.nt. Maeijer (Lampe/Videoworks) Geschil waarbij een directeur en aandeelhouder van een BV ontslagen wordt na een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders en herstel van zijn positie als directeur wenst. De Hoge Raad oordeelt dat zijn vordering niet gespecificeerd genoeg is waardoor er niet voldaan is aan het vereiste van 'redelijk belang' bij het instellen van een vordering tot vernietiging van een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders.
Annotaties en wetgeving | Annotatieapril 1997AA19970220
Hoge Raad 4 februari 2005, nr. R04/014HR, ECLI:NL:HR:2005:AR8899, JOR 2005, 58 m.nt. Van den Ingh (Kuiken et al./Vereniging van Effectenbezitters et al.) Belang en bevoegdheid beleggers in een beurs-NV om een afzonderlijke enquête te verzoeken tegen dochtermaatschappijen. Karakter plicht tot disclosure jegens beleggers. 'Vereenzelviging' op grond van 'economische werkelijkheid'.
Annotaties en wetgeving | Annotatiedecember 2005AA20051041
H.G. Schermers
Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM/ECHR) 14 oktober 1982, ECLI:CE:ECHR:1982:1014DEC000967682, nr. 9676/82 (Sequaris/België); Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 6 november 1985, zaak 131/84, ECLI:EU:C:1985:447 (Commissie/Italië); Rechtbank 's-Gravenhage 17 januari 1985, nr. KG 85/20, ECLI:NL:RBSGR:1985:AC8661 (Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV)/de Staat der Nederlanden)
Annotaties en wetgeving | Annotatiemei 1986AA19860375
M.V. Polak
Hoge Raad 12 november 2004, nr. C03/149HR, ECLI:NL:HR:2004:AP0965, RvdW 2004, 127, JOL 2004, 584 (Schulte/Deutag) In deze noot bij het arrest van de Hoge Raad wordt ingegaan op welk recht van toepassing is bij een onrechtmatige daad. Er wordt onder andere ingegaan op het conflictenrecht en inlenersaansprakelijkheid.
Annotaties en wetgeving | Annotatiejanuari 2005AA20050038
J.H.M. van Erp
Hoge Raad 2 oktober 1998, nr. 16676, C97/155, ECLI:NL:HR:1998:ZC2723, NJ 1998, 831 (Nacap/Shellfish) De vraag of, vanuit rechtsvergelijkend en met name Europees privaatrechtelijk perspectief, de vanzelfsprekendheid waarmee in Nederland aansprakelijkheid voor leidingschade wordt aangenomen niet zou moeten worden heroverwogen is de centrale vraag in de noot bij dit arrest.
Annotaties en wetgeving | Annotatieoktober 1999AA19990754
S.D. Lindenbergh
Annotaties en wetgeving | Annotatieoktober 2012AA20120740
J.W. Zwemmer
Hoge Raad 27 januari 1988, nr. 23.919, ECLI:NL:HR:1988:ZC3744, BNB1988/217 (Unilever-arrest) Fiscale uitspraak van de Hoge Raad en daarbij behorende annotatie waarbij het volgende aan de orde komt: Voor de vraag of een geldverstrekking door een moedervennootschap aan haar dochtervennootschap als een geldlening dan wel als kapitaalverstrekking heeft te gelden, is in beginsel de civielrechtelijke vormgeving beslissend. Hierop bestaan drie uitzonderingen. Deze uitzonderingen worden in de annotatie verder besproken.
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 1988AA19880571
G. de Jonge
Rechtbank Den Haag 10 juli 2014, nr. C/09/466419 / KG ZA 14-607, ECLI:NL:RBDHA:2014:8409
Annotaties en wetgeving | Annotatieapril 2015AA20150312
R.J.B. Schutgens
Annotaties en wetgeving | Annotatiefebruari 2017AA20170119