Strafrecht en criminologie

Huilen met de pet op

C.J.C.F. Fijnaut

Korte vergelijking tussen Nederlandse en Belgische strafrechtelijke functionarissen waarbij de schrijver vooral in gaat op het feit waarom er volgens hem niet goed wordt ingegaan door de journalisten terwijl de verschillen aanzienlijk zijn.

Opinie | Opiniërend artikel
januari 1997
AA19970016

Hulp bij zelfdoding: een zaak voor justitie?

Gedachtes naar aanleiding van de zaak Ton Vink

G.R.M. van Dijk, A.C. Hendriks

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), 22 januari 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ6713, LJN AZ6713, nr. 13/052076-04 Zelfdoding is volgens het Nederlandse recht niet strafbaar. In geval van hulp bij zelfdoding kan daarentegen wel strafrechtelijk worden opgetreden. Dat de betreffende bepaling in het Wetboek van Strafrecht (art. 294 Sr.) bepaald geen dode letter is, blijkt uit de recente zaak Ton Vink. De uitspraak van de rechter spitst zich toe op de uitleg van het criterium behulpzaam zijn bij en concludeert tot vrijspraak. Principiële vraag blijft echter of een dergelijk verbod nog wel van deze tijd is, waarin de zelfbeschikking van de burger voorop staat. Rb. Amsterdam 22 januari 2006

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2007
AA20070323

Hulp voor de hulpverlener? Meer differentiatie gewenst

L. Noyon, O. Oost

Korpschef Akerboom van de Nationale Politie wakkerde onlangs de discussie weer aan over geweld tegen hulpverleners. Moet dit zwaarder worden bestraft dan ander geweld? In die discussie is van belang dat het begrip hulpverlener niet inflatoir wordt gebruikt. En als wij vinden dat geweld tegen hulpverleners, waaronder agenten, extra zwaar gestraft moet worden, zijn er dan geen andere groepen die eenzelfde bescherming verdienen?

Opinie
oktober 2017
AA20170771

Huwelijksdwang en het Nederlandse strafrecht

I.E.M.M Haenen

Post thumbnail

Iris Haenen promoveerde op 24 juni 2014 aan Tilburg University met het proefschrift Force & Marriage. The criminalisation of forced marriage in Dutch, English and international criminal law. Promotor was prof.mr. T. Kooijmans, co-promotor was dr.mr. A.L.M. de Brouwer. In deze bijdrage vertelt zij over haar onderzoek.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
februari 2015
AA20150160

Identificatie door ooggetuigen

W.A. Wagenaar

Onlangs heeft de Recherche Advies Commissie een document goedgekeurd waarin richtlijnen zijn opgenomen voor de procedures die de recherche dient te gebruiken bij de identificatie van verdachten door ooggetuigen. Door deze richtlijnen neemt Nederland een unieke positie in de wereld in, aangezien geen enkel land over zulke uitgebreide richtlijnen beschikt. Op deze richtlijnen wordt verder ingegaan in dit artikel. Tevens betoogt prof.dr. Wagenaar dat strafpleiters kennis dienen te nemen van de nieuwe richtlijnen, eventueel voorzien van enkele voorbeelden van juiste en onjuiste procedures, omdat zij veelal procedurefouten over het hoofd zien.

Opinie | Column
oktober 1989
AA19890836

If You Shoot My Dog, I’ma Kill Yo’ Cat

An Enquiry into the Principles of Hip-Hop Law

A. Ernst, S. Iseger, N. Riaz, J.M. Smits

Post thumbnail This article investigates how the law is perceived in hip-hop music. Lawyers solve concrete legal problems on basis of certain presuppositions about morality, legality and justice that are not always shared by non-lawyers. This is why a thriving part of academic scholarship deals with what we can learn about laymen’s perceptions of law from studying novels (law and literature) or other types of popular culture. This article offers an inventory and analysis of how the law is perceived in a representative sample of hip-hop lyrics from 5 US artists (Eminem, 50 Cent, Dr. Dre, Ludacris and Jay-Z) and 6 UK artists (Ms. Dynamite, Dizzee Rascal, Plan B, Tinie Tempah, Professor Green and N-Dubz).

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2013
AA20130099

Ik lijd, dus ik heb rechten. De juridische emancipatie van het slachtoffer

W.J. Veraart

Post thumbnail

In dit artikel verdedigt Wouter Veraart de these dat het Kantiaanse verhaal over emancipatie als verheffing, als een opwaartse strijd in de richting van autonomie en volwaardig burgerschap, in de afgelopen decennia steeds vaker plaats lijkt te maken voor een vertoog dat om juridische erkenning vraagt van het lijden van slachtoffers en dat er primair op is gericht om slachtoffers in hun hoedanigheid van slachtoffers in de rechtsorde toe te laten. 

Bijzonder nummer | Privatisering van het strafrecht | Overig
juli 2013
AA20130582

Implementatie van de Europese richtlijn minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten

J.J. Mesu

De EU-richtlijn tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten is geïmplementeerd in het Wetboek van Strafvordering en in het Besluit slachtoffers van strafbare feiten. In dit artikel wordt eerst in het kort de ontwikkeling geschetst van de positie van het slachtoffer in het Nederlandse strafprocesrecht, die voorafging aan de implementatie van de Europese richtlijn ten aanzien van slachtoffers. Vervolgens wordt ingegaan op de onderwerpen uit de richtlijn die zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving en de keuzes die bij de implementatie zijn gemaakt. Er worden twee onderwerpen uitgelicht die vragen oproepen over de manier waarop richtlijnbepalingen het beste kunnen worden ingepast in de Nederlandse wetgeving. Deze onderwerpen zijn ten eerste de definities van slachtoffer en nabestaande en ten tweede de individuele beoordeling van slachtoffers en de hieraan verbonden bijzondere beschermingsmaatregelen. Tot slot worden actuele wetgevingstrajecten genoemd waarin de positie van het slachtoffer aan bod komt.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
oktober 2017
AA20170837

Implementation of an adapted criminal hearing for suspects with a mild intellectual disability: an analysis based on the ECHR framework

C. Yılmaz

In 2019, the Public Prosecution Service (OM) initiated a pilot programme with the objective of adapting criminal hearings for suspects with mild intellectual disabilities (MIDs) to ensure fair trials and mitigate the risk of adverse outcomes. It is of significant importance to safeguard the effective participation rights of the vulnerable suspects in order to comply with the ECHR. This study concludes that the implementation of these practices on a national scale would enhance access to justice and improve the fairness of trials for suspects with MIDs.

Verdieping | Verdiepend artikel
december 2024
AA20241013

In het strafrecht zit een spelmoment

Interview met prof.mr. J. Remmelink, Procureur-Generaal bij de Hoge Raad

O. van Klinken, M. Veldt

Jan Remmelink werd in 1922 in Zelhem, in de Gelderse Achterhoek, geboren. In 1946 behaalde hij zijn doctoraal aan de universiteit van Utrecht en begon hij in een aanvangsfunctie bij het Openbaar Ministerie te Dordrecht. Remmelink promoveerde in 1951 bij Pompe, de befaamde leider van de Utrechtse School, op het proefschrift 'Onbevoegde uitoefening van beroepen in het Nederlandse Strafrecht'. In 1956 volgde zijn benoeming tot substituut-OvJ, ook in Dordrecht.In 1963 werd Remmelink benoemd tot hoogleraar Straf- en Strafprocesrecht aan de RU Groningen. Hij volgde daar Röling op, die zich geheel aan het volkenrecht en de polemologie ging wijden. In 1968 aanvaardde hij de positie van Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad. De liefde voor het professoraat bleef echter en in 1970 volgde hij Gerard Mulder op als hoogleraar Strafrecht aan de VU. In 1988 volgde zijn benoeming tot Procureur-Generaal bij de Hoge Raad. Het jaar daarop wordt hij aan de VU emeritus. Zijn afscheidscollege was gewijd aan 'Tijd en plaats in het strafrecht'.Remmelink heeft zich in de loop der jaren met vele onderwerpen beziggehouden. Zijn voorkeur gaat echter duidelijk uit naar het materiële strafrecht. Dit blijkt onder andere uit zijn bewerkingen van Noyon/Langemeijer alsmede Hazewinkel-Suringa. Voorts hadden ook verkeersrecht, uitleveringsrecht en oorlogsstrafrecht (hij concludeerde in de Menten-zaak) zijn belangstelling. Nadat hij al eerder in een preadvies over gewetensbezwaren voor de NJV had doen blijken van zijn Lutherse geloofsovertuiging, schreef hij in 1989 voor de Calvinistische juristenvereniging een studie over Luther en het strafrecht.Remmelink, die voorts hoofdredacteur is van de Nederlandse Jurisprudentie en lid van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, was enkele malen voorzitter van een commissie die de regering moest adviseren, met name over de positie van de bedreigde getuige en over de medische praktijk inzake de euthanasie. In 1991 hield hij de zogenaamde David de Wied-lecture gewijd aan strafrechtelijke aspecten van begin en einde van het menselijk leven. Dit jaar bereikt Remmelink de pensioengerechtigde leeftijd van 70 jaar. Op de dag waarop het spraakmakende `Borgers-arrest´ werd gewezen spraken wij met hem over zijn functie, het strafrecht en het functioneren van ons justitiële apparaat.

Verdieping | Interview
maart 1992
AA19920144

In the name of the Father

Een indringende confrontatie met de scherpe kanten van het strafproces

J. uit Beijerse

Post thumbnail Aan de hand van de film 'In name of the Father', waarin ten onrechte een jongeman wordt veroordeeld voor bomaanslagen gepleegd door de IRA, wordt ingegaan op het belang van rechtswaarborgen rondom het strafproces zoals het verbod op het uitoefenen van pressie tijdens het verhoor. Daarbij wordt de link gelegd met de Zaanse verhoormethode en de Schiedammer Parkmoord.

Blauwe pagina's | Recht en Cultuur
juni 2009
AA20090362

Inbedding van Europese procesrechtelijke normen in de Nederlandse rechtsorde (Digitaal boek)

M.V. Polak

Post thumbnail Dit boek is gewijd aan de inbedding van supranationale procesrechtelijke normen in de Nederlandse rechtsorde. Hoe gaan wetgever, rechter en bestuur in Nederland te werk bij hun pogingen Europese regelgeving en rechtspraak in te bedden in ons bestuurs-, straf- en burgerlijk procesrecht en welke lessen kunnen wij daaruit trekken?

9789069167145 - 23-08-2010