Resultaat 445–456 van de 1279 resultaten wordt getoond
L.C. van der Vlies
Hoge Raad 6 januari 1998, nr. 106160 E, ECLI:NL:HR:1998:AA9342, AB 1998, 45, NJB 1998, p. 274, nr. 25. Ook bekend als Pikmeer II-arrest. In de noot bij het tweede Pikmeer-arrest komt de strafbaarheid en vervolgbaarheid van lagere overheden aan de orde. Deze is ten opzichte van het eerste Pikmeer-arrest verruimd.
Annotaties en wetgeving | Annotatieapril 1998AA19980306
J.S. Nan
Hoge Raad 3 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:832
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2025AA20250636
J.G. Brouwer, J. Koornstra
Outlaw Motorcycle Gangs die georganiseerde misdaad bedrijven, dienen snel en effectief te kunnen worden bestreden. Het wetsontwerp ‘Bestuurlijk verbod rechtspersonen’ wil hiertoe de minister voor Rechtsbescherming een bevoegdheid geven waarmee hij een rechtspersoon per direct bij besluit kan verbieden. Een procedure voor de civiele rechter is dan niet meer nodig. Rechtsbescherming bestaat slechts achteraf. Of het wetsontwerp daadwerkelijk ook gaat bijdragen aan efficiënt bestrijden van criminele activiteiten van de leden is voor ons echter de vraag.
Opinie | Opiniërend artikelseptember 2018AA20180696
D.J.B. de Wolff
In dit artikel staat het verschoningsrecht van advocaten centraal. Nadat ratio en reikwijdte ervan zijn besproken, wordt ingegaan op enkele actuele thema’s: het verschoningsrecht van (buitenlandse) in-house-advocaten die in Nederland werken, het verschoningsrecht bij interne feitenonderzoeken en de schending door het Openbaar Ministerie van de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen cliënt en advocaat in de geruchtmakende Box-zaak. Ten slotte wordt vooruitgeblikt op het voorstel tot modernisering van het Wetboek van Strafvordering en de wijze waarop het verschoningsrecht daarin zal worden verankerd.
Verdieping | Verdiepend artikeloktober 2022AA20220767
R. Sietsma
Gegevensverwerking is van essentieel belang voor de (justitile) politietaak. Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen nopen de wetgever tot het vinden van een balans tussen het effectief waarborgen van de veiligheid van de burger enerzijds en de bescherming van de privacy van diezelfde burger anderzijds. Dit vraagt om duidelijkheid omtrent de juridische en maatschappelijke mogelijkheden en onmogelijkheden van de verwerking van gegevens in het kader van de opsporingstaak. Wat is de behoefte, wat is er mogelijk en waar liggen de grenzen aan het verwerken van privacygevoelige informatie?
Literatuur | Proefschriftbijdragejuni 2007AA20070534
E.M. Witjens
In dit artikel wordt ingegaan op de werkzaamheden en bevindingen van het onderzoeksproject strafvordering 2001 over een nieuwe vorm van hoger beroep. Ook wordt er ingegaan op hoger beroep in het bestuursrecht.
Verdieping | Studentartikeloktober 2003AA20030730
Hoge Raad 12 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:375 Op het moment dat het redelijke vermoeden rijst dat de op vordering van de officier van justitie door de aanbieder van een communicatiedienst verstrekte gegevens (mede) geprivilegieerde gegevens betreft, moet de rechter-commissaris worden ingeschakeld.
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2024AA20240775
L.M.W. Peters
Euthanasie betekent vrij vertaald uit het oud-Grieks ‘goede dood’, maar de invulling van het goede blijft een terugkerende discussie. Het wettelijke vertrekpunt inzake vrijwillige levensbeëindiging is sinds 1886 helder in Nederland: levensbeëindiging op verzoek (euthanasie) en hulp bij zelfdoding zijn strafbaar. Alleen ten aanzien van artsen wordt een uitzondering gemaakt, mits zij handelen conform een zorg- en meldplicht. Voorstanders van een autonoom levenseinde – dat wil zeggen: zelf bepalen dát en hóe je uit het leven wilt stappen – vinden deze benadering echter te beperkt en agenderen daarom een ruimer euthanasiebeleid. De Coöperatie Laatste Wil (CLW) fungeert in dat kader als pleitbezorger. In deze bijdrage worden de uitgangspunten van het huidige en voorgestelde nieuwe euthanasiebeleid onderzocht, alvorens de strafbaarheid van de activiteiten van CLW aan de orde komt.
Verdieping | Verdiepend artikeljuni 2025AA20250437
T. Kooijmans
Hoge Raad 13 december 2011, nr. 10/02816, ECLI:NL:HR:2011:BT2173, LJN: BT2173, RvdW 2012, 16 Als gaandeweg het weekend in het kader van het ‘weekendarrangement’ alle onderzoekshandelingen – behoudens het uitreiken van de dagvaarding – zijn afgewikkeld die in de optiek van de politie en de (hulp)officier van justitie moesten worden verricht, mag de inverzekeringstelling dan nog voortduren tot maandagochtend teneinde de verdachte eerst dan de dagvaarding uit te reiken en heen te zenden? Die vraag is in de lagere rechtspraak een aantal malen aan de orde gesteld en is inmiddels ook aan de Hoge Raad voorgelegd. In deze annotatie worden de belangrijkste overwegingen uit de uitspraak van de Hoge Raad weergegeven en wordt nader ingegaan op het instrumentarium dat de rechter ter beschikking staat bij zijn controle op de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling.
Annotaties en wetgeving | Annotatiemaart 2012AA20120225
N. Rozemond
In deel 15 van 'Canon van het recht' wordt de totstandkoming van het Wetboek van Strafrecht besproken alsook de onveranderlijkheid van bepaalde morele regels die nog steeds aan het thans geldende wetboek ten grondslag liggen.
Overig | Rode draad | Canon van het Rechtoktober 2009AA20090681
G.E. Mulder
mei 1981AA19810221-2
S.S.D. Nizamoeddin
In het wetsvoorstel 'Wet tijdelijk huisverbod' wordt een bestuursrechtelijke mogelijkheid gecreerd om mogelijke thuisgeweldplegers uit huis te plaatsen voordat zich daadwerkelijk strafbare feiten hebben voorgedaan.
Opinie | Opiniërend artikelfebruari 2007AA20070145