Showing 37–48 of 1364 results

Artiestenverloningen-Prae Artiestenverloning: de (on)rechtmatigheid van de louter beschrijvende, verwarringwekkende domeinnaam

D.J.G. Visser

Hoge Raad 11 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3554

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Januari 2017
AA20170047

Artificiële intelligentie en octrooi – een oplossing voor een niet bestaand probleem?

Audiovisuele mediadiensten en het internet

N.A.N.M. van Eijk

Lang was het adagium dat op het internet alles anders is. Bestaande regels waren niet van toepassing, onderliggende rechtsbeginselen dienden te worden herzien. Eigenlijk waren er helemaal geen regels nodig want het internet, dat regelde zichzelf. Inmiddels blijkt de praktijk hardnekkiger. Rechtsbeginselen uit de ‘oude’ wereld staan veelal nog als een huis (vrijheid van meningsuiting, privacy, rechtmatigheid/ onrechtmatigheid) maar moeten wat de toepasbaarheid betreft wel vertaald worden naar de nieuwe technologische omgeving. In deze bijdrage wordt aan de hand van de recente Europese richtlijn voor audiovisuele mediadiensten geïllustreerd hoe een dergelijke vertaalslag plaats heeft gevonden en wat daarbij mis kan gaan. Oude regels worden soms wat al te gemakkelijk doorgetrokken naar het internet.

Bijzonder nummer | Internet & recht | Verdieping | Studentartikel
Juli 2008
AA20080549

Auteursrecht 2017-2018

P. Teunissen

De belangrijkste wet- en regelgeving op het gebied van het auteursrecht zoals deze geldt op 1 september 2017.

9789492766021 - 14-12-2017

Auteursrecht op (de geur van een) parfum

P.B. Hugenholtz

Hoge Raad 16 juni 2006, JOL 2006, 375, RvdW 2006, 609, LJN: AU8940 Nabootsing van een parfum; vraag of eengeur(combinatie) auteursrechtelijke beschermingkan genieten; de omschrijving van‘werk’ in artikel 10 van de Auteurswet luidt algemeenen belet niet daaronder eengeur(combinatie) te begrijpen; beslissend is ofhet gaat om een voortbrengsel dat vatbaar isvoor menselijke waarneming en of het een eigen,oorspronkelijk karakter heeft; dat hetmenselijk reukzintuig aan het vermogen tothet onderscheiden van geuren grenzen stelt,doet hieraan niet af, evenmin als de omstandigheiddat niet alle bepalingen en beperkingenin de Auteurswet op ‘geurwerken’ kunnenworden toegepast; de geur van een parfummag niet worden vereenzelvigd met de reukstof(fen) die de geur teweegbrengen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
November 2006
AA20060821

Autonomie en paternalisme in het ondernemingsrecht van Nederland en Delaware

T.A. Keijzer

In deze bijdrage wordt met breed penseel besproken in hoeverre sprake is van een vennootschapsrechtelijk zelfbeschikkingsrecht in Nederland en Delaware. Kunnen actoren hun eigen positie bepalen, of zijn belangrijke keuzes opgelegd door de wetgever? Daartoe worden de wetssystematiek en de verhouding tussen het bestuur en de algemene vergadering geanalyseerd.

Bijzonder nummer | Autonomie
Juli 2017
AA20170610

Autonomie in het socialezekerheidsrecht

F.J.L. Pennings

Autonomie in het socialezekerheidsrecht is beperkt, aangezien aan alle uitkeringsregelingen voorwaarden zijn verbonden. De voorwaarden verschillen aanzienlijk van karakter: waar ze in de volksverzekeringen vooral gevolgen verbinden aan samenleven met anderen, zijn ze in de werknemersverzekeringen sterk gericht op terugkeer naar betaalde arbeid. Bij de uitvoeringsorganen zien we dat er een ontwikkeling is van een hoge mate van zelfbestuur naar gebondenheid aan een strikt kader.

Bijzonder nummer | Autonomie
Juli 2017
AA20170618

Avery – VRG

J.M. van Dunné

Hoge Raad 4 januari 1991, NJ 1991, 254 (Avery/VRG) Arrest van de Hoge Raad waarbij bij de overdracht van een onderneming door de verkoop van aandelen een conflict ontstaat over de uitleg van een overeenkomst waarbij de pensioenrechten van de werknemers bij de overgenomen onderneming worden overgedragen. Het conflict gaat met name over de onderzoeksplicht versus de inlichtingenplicht. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste maatstaf heeft aangelegd waarin geconcludeerd werd dat er i.c. een onderzoeksplicht was die sterker woog dan een inlichtingenplicht. In de noot wordt dieper op de problematiek rondom de uitleg van overeenkomsten ingegaan en de criteria die ertoe kunnen leiden dat er de ene keer een inlichtingen- en de andere keer een onderzoeksplicht wordt aangenomen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Juni 1992
AA19920354

AVG 2018

en Uitvoeringswet AVG

Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) & Uitvoeringswet AVG zoals deze in werking zijn getreden op 25 mei 2018.

9789492766373 - 11-6-2018

Baby-dry

Ch.E.F.M. Gielen

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 20 september 2001, zaak nr. C-383/99-P, ECLI:EU:C:2001:461 (Procter & Gamble Company t. Office for Harmonisation in the Internal Market (Trade Marks and Designs)) Het Gemeenschapsmerk Baby-dry, ter inschrijving als merk aangemeld voor luiers, roept weliswaar de functie op van de waar waarvoor het is aangemeld, is echter niet beschrijvend en heeft onderscheidend vermogen. Anders: Gerecht van Eerste Aanleg.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Januari 2002
AA20020040

Bancaire zorgplicht en dwaling bij het aangaan van renteswaps

Annotatie bij HR 4 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1499

D. Busch

Hoge Raad 4 oktober 2019, nr. 18/00875, ECLI:NL:HR:2019:1499 (ABN AMRO Bank N.V./X c.s.)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Januari 2020
AA20200070

Barbie-pop-arrest

H. Cohen Jehoram

Hoge Raad 21 februari 1992 (mrs. Snijders, Hermans, Bloembergen, Haak, Heemskerk; A.-G. Asser), RvdW 1992, 61'. Ook bekend als het Barbie-pop-arrest Arrest van de Hoge Raad op het gebied van het auteursrecht. De Hoge Raad formuleert inzake een auteursrechtinbreuk de volgende rechtsregel: 'Tegen een vordering gebaseerd op auteursrechtinbreuk kan het verweer worden gevoerd dat ondanks de overeenstemming tussen twee werken er sprake is van een zelfstandige schepping die niet de vrucht is van ontlening, ook niet van onbewuste ontlening.' (Auteurswet 1912 art. 1 en 13; BTMW art. 21 lid 1)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
April 1993
AA19930295

Showing 37–48 of 1364 results