Resultaat 13–24 van de 70 resultaten wordt getoond
J.E. Jansen
Naar aanleiding van een Russisch strafproces tegen een dode schrijft Jelle Jansen over de bron van inspiratie hiervoor: het Romeinse recht.
Opinie | Columnmei 2013AA20130389
R. Bobbink
Dit artikel gaat over het recht van pandgebruik: de bevoegdheid tot gebruik, beheer en vruchttrekking van een zekerheidsobject door de zekerheidsgerechtigde. De auteur beschouwt de ontwikkeling en toepassing van deze rechtsfiguur op onroerende zaken, vanaf het Romeinse recht tot het heden. De inzichten uit deze historische rechtsvergelijking bieden inspiratie bij de uitleg van de beheersbevoegdheid van de hypotheekhouder in het geldende Nederlandse recht.
Literatuur | Proefschriftbijdragedecember 2021AA20211141
K.J. Krzeminski, M.C.A. van den Nieuwenhuijzen
In de bundel worden fundamentele rechtsfiguren o.a. bezit, dwaling, eigendomsvoorbehoud en onrechtmatige daad vanuit hun oorsprong in het Romeinse recht besproken.
9789069166636 - 22-09-2009
E. Koops
In een nieuwe reeks columns, ‘Romeinen’, schrijven Egbert Koops en Jelle Jansen beurtelings over het leven en werk van Romeinse juristen. In deze eerste aflevering is de eerste hofjurist van Rome aan de beurt: zwemliefhebber Gaius Trebatius Testa.
Perspectief | Columnseptember 2021AA20210867
W.J. Zwalve
In de presidentieel monarchisch Romeinse samenleving stonden er zeer strenge straffen op de moord door een slaaf. In een geval rondom Pedanius kwam de vraag op of de straf wel naar de letter van de wet diende te worden uitgevoerd of dat er rekening moest worden gehouden met de omstandigheden van het geval.
Opinie | Amuseoktober 2007AA20070725
L.C. Winkel
In dit artikel wordt onderzocht welke rol rechtsbeginselen speelden in het Romeinse recht. Daartoe wordt allereerst ingegaan op rechtsvinding in het Romeinse recht. Daarna wordt er in gegaan op de moderne literatuur die bestaat over rechtsbeginselen en Romeins recht. Vervolgens komen rechtsbeginselen in het pre-klassieke Romeinse recht aan de orde en daar op volgt de behandeling van rechtsbeginselen in het klassieke Romeinse recht. Daarna volgen een aantal voorbeelden van rechtsbeginselen in het Romeinse recht met met name verwijzingen naar de digesten. Tenslotte komt de vraag aan de orde hoe Romeinse rechtsbeginselen gezien moeten worden in de moderne rechtstheorie.
Bijzonder nummer | Rechtsbeginselenoktober 1991AA19910785
R. Feenstra
In dit artikel in de digestenreeks wordt de Romeinsrechtelijke prijsbetalingsregeling, een zaak is al volgens de regel overgedragen maar wordt pas eigendom van de koper nadat deze de koopprijs wordt voldaan, vergeleken met Nederlandsrechtelijke regeling rondom het recht van reclame.
Overig | Rode draad | Digestendecember 2006AA20060876
F. Brandsma
Op 19 juni 2022 overleed Jan Lokin, van 1977 tot 2010 hoogleraar Rechtsgeschiedenis in Groningen. Frits Brandsma laat hem in deze ‘Ars Longa Vita Brevis’-bijdrage zoveel mogelijk zelf aan het woord, over zijn rechtenstudie, promoveren bij Scheltema, taal en mooie historische verhalen.
Perspectief | Ars Longa Vita Brevisseptember 2022AA20220712
Sinds 30 maart 2011 kunnen winkeleigenaren die het slachtoffer zijn van diefstal van de dief een ‘overlastdonatie’ (?!) vorderen van 151 euro. Regionale experimenten met de regeling gelden sinds 30 maart landelijk. Dit bedrag wordt geïnd door het Hoofdbedrijfschap Detailhandel onder voorwaarde dat de winkelier aangifte heeft gedaan van de diefstal. Het HBD houdt een kwart van de 151 euro als incassokosten in zodat de winkelier 113,25 euro kan ontvangen. Is dit bedrag te beschouwen als een privaatrechtelijke boete, en is daarmee de oeroude Romeinsrechtelijke actio furti, de zogenaamde ‘diefstalactie’, ingevoerd in het Nederlandse privaatrecht?
Opinie | Amuseseptember 2011AA20110608
Op 22 september 1992 werd in Amsterdam het congres 'Société internationale pour l'histoire des droits antiquités' gehouden. Professor Zwalve (RUG) gaf daar een lezing over de toekomst van het Romeinsrechtelijk onderwijs. Zijn pleidooi kwam erop neer dat bestudering van het Romeinse recht alleen zin heeft als het gezien wordt in verbinding met het hedendaagse recht en dat het onderwijs in dat vak zich met name op die verbinding moet richten. Deze visie lokte veel reactie uit van onder anderen professor Ankum (UvA). Hij vindt de visie van Zwalve op het Romeinse recht onhoudbaar en is van mening dat sinds in Duitsland in 1900 het Romeinse recht als geldend recht werd afgeschaft, het Romeinse recht uitsluitend volgens de nieuw-humanistische methode bestudeerd kan worden. Deze tegengestelde stellingnames waren voor de redaktie van Ars Aequi aanleiding om beide hoogleraren uit te nodigen de discussie in dit blad voort te zetten.
Perspectief | Perspectiefartikeljuni 1993AA19930455
D.C. van Wageningen
Artikel 749 OBW maakte een deelgenoot bevoegd zelfstandig een erfdienstbaarheid te verwerven voor het gemeenschappelijke erf. Deze bepaling vindt haar oorsprong in de receptie van het Romeinse recht in Holland in de 17e eeuw. Bij de totstandkoming van het huidige BW is zij zonder verklaring uit de wet verdwenen. Ik betoog dat de rechtsgeschiedenis ertoe leidt dat de regel uit deze bepaling toch nog geldt.
Verdieping | Verdiepend artikelseptember 2026AA20260710