Rechtswetenschap

Scriptie als passende afsluiting van de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid?

M.V.R. Snel

Is een bachelorscriptie een zinvolle en passende afsluiting van een bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid? In deze bijdrage wordt betoogd dat dit het geval is, maar wel met de kanttekening dat men er verstandig aan doet de bachelorscriptie niet als het enige afsluitende product aan te merken, maar als een onderdeel van een afstudeerprogramma dat bestaat uit verschillende toetsonderdelen waarin, bij elkaar opgeteld, de student laat zien alle eindkwalificaties van de bacheloropleiding rechtsgeleerdheid te beheersen.

Perspectief | Perspectiefartikel
juni 2022
AA20220508

Taal en recht of het interpretatieprobleem

Interpretatie van overeenkomsten

De te ruime titel boven deze bijdrage is niet van mij en behoeft correctie. De vele problemen die onder het hoofd ‘Taal en recht’ kunnen worden samengevat en waarvan, anders clan de titel suggereert, het interpretatieprobleem er slechts één is, komen hier nauwelijks ter sprake en het interpretatieprobleem alleen voorzover het overeenkomsten betreft. Anderzijds is bij interpretatie de taal, hoe belangrijk ook, altijd maar één kant van de zaak. Het woord van wet of overeenkomst is voor de jurist geen vrijblijvende taaluiting - gesteld dat zoiets kan bestaan - ; het vindt zijn verklaring nooit alleen in de context van de taal maar mede in die van het juridische systeem, de sociale structuren en de economische verhoudingen.

februari 1967
AA19670102

Tegenspraak in de rechtswetenschap

R.A.J. van Gestel

Post thumbnail

De vraag of tegenspraak binnen de rechtswetenschap voldoende georganiseerd is laat zich moeilijk in algemene zin beantwoorden, alleen al omdat onze discipline heel pluriform is en in toenemende mate internationaal, terwijl tegenspraak verschillende vormen kan aannemen en een toetsingskader voor wat als ‘voldoende’ wordt beschouwd ontbreekt. In deze bijdrage wordt niettemin de stelling betrokken dat juristen bij de beoordeling van hun onderzoek wel erg zwaar leunen op zelfregulering zonder daarbij kritisch te reflecteren op kwaliteitsstandaarden, op methodologische spelregels en op de inrichting van meer expliciete, op hoor en wederhoor gebaseerde, onpartijdige beoordelingsprocedures.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 2017
AA20170878

Van de redactie

J.F. Glastra van Loon

Was de januari-aflevering gewijd aan onderwerpen benaderd vanuit de functionele rechtsleer, het gecombineerde februari-maart-nummer wil dezelfde en enkele andere onderwerpen door andere schrijvers laten belichten. Deze gezaghebbende schrijvers pretenderen onderling geen enkele homogeniteit, terwijl de opzet is geweest deze artikelen los van de vorige tot stand te brengen. De redactie beoogt met deze twee bijzondere afleveringen, die wegens de grote omvang ook het maartnummer voor zich opeisen, de belangstelling in de Nederlandse rechtsgeleerde wereld voor de algemene rechtsleer te stimuleren. Met name hoopt zij dat de belangstelling van de studenten gewekt wordt en dat de studenten in de toekomst meer clan nu het geval is, ingevoerd zullen worden in algemene aan de rechtswetenschap ten grondslag liggende problematiek.

februari 1967
AA19670081

Van Super(wo)man naar teamprestaties?

Over auteurschap in de rechtswetenschap

E. Mak, K. van den Bos

Post thumbnail Rechtswetenschappers gaan steeds meer met andere wetenschappelijke disciplines samenwerken. Ook andere ontwikkelingen nopen tot een reflectie op het impliciete model van de rechtswetenschapper als super(wo)man, iemand die in zijn eentje wetenschap bedrijft. Moderne rechtswetenschap zal zich immers steeds meer kenmerken door samenwerking in teams. Hierbij hoort een reflectie op auteurschap in de rechtswetenschap. Dit artikel geeft hiertoe een aanzet.

Perspectief | Perspectiefartikel
oktober 2019
AA20190804

Vrouwen in de top van de Nederlandse rechtswetenschap

C.F. Perquin-Deelen

Post thumbnail In deze bijdrage onderzoekt de auteur wat de man-vrouwverdeling is in de top van de Nederlandse rechtswetenschap. Zij concludeert dat geen sprake is van een genderdiverse samenstelling. Een mogelijke oorzaak hiervoor is gelegen in het ‘implicit bias’-fenomeen, dat onder meer tot uiting komt in same-sex-favouring en de illusie dat kwaliteit objectief bepaalbaar is. De auteur sluit af met enkele voorstellen om dit aan te pakken.

Perspectief | Perspectiefartikel
juni 2020
AA20200620

Waarheid tegen leugen

Over de rol van de rechtswetenschap en het maatschappelijk debat

A.M. Hol

Post thumbnail Voortdurend wordt er door politici en bestuurders gemorreld aan de belangrijke beginselen van de democratische rechtsstaat. Denk aan doelbewuste leugens van politici, hun kritiek op rechters en grondrechten. Rechtswetenschappers hebben hier een bijzondere verantwoordelijkheid, een roeping. Waar anderen het niet zo nauw nemen met de waarheid hebben zij tot taak de waarheid van het recht op robuuste wijze in het maatschappelijk debat voor het voetlicht te brengen.

Perspectief | Perspectiefartikel
maart 2020
AA20200298

Willen we meer of minder academische vrijheid?

L. Said

Post thumbnail De academische vrijheid waarborgen is geen makkelijke taak. Aangezien de de facto bescherming van de academische vrijheid sterk afhankelijk is van (niet evident vastgestelde) zelfregulering op universiteiten staat de academische vrijheid onder druk en is deze kwetsbaar geworden voor geopolitieke ontwikkelingen. Door de complexiteit rondom wezenlijk betwiste concepten bestaat geen overduidelijk objectief plan van aanpak. Wat feitelijk wel is bewezen middels verschillende peilingen, is dat de status quo niet langer volstaat. Het aanstellen van een wetenschapsombudsfunctionaris biedt daarom uitkomst.

Perspectief | Perspectiefartikel
maart 2025
AA20250230