Mensenrechten

Na de zaak Wilders. Is nu de wetgever aan zet?

A.J. Nieuwenhuis

In dit artikel bespreekt Aernout Nieuwenhuis, aan de hand van de zaak waarbij Geert Wilders werd vrijgesproken van groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie en haat, de artikelen 137 c en d Sr. Deze multi-interpretabele bepalingen moeten volgens hem worden geëvalueerd en eventueel aangepast.

Opinie | Opiniërend artikel
december 2011
AA20110866

Naar een permanent internationaal strafhof: twee stappen vooruit en een grote achterwaarts?

Amnesty International, L. van Troost

Bij zijn recente vertrek uit Nederland sprak Richard Goldstone, tot dan openbaar aanklager bij het ad hoc tribunaal voor voormalig Joegoslavië, zijn verontrusting uit over de toekomst van het tribunaal. Door geringe medewerking en soms openlijke tegenwerking van lidstaten van de Verenigde Naties lukt het dit tribunaal tot nu toe niet om een aantal belangrijke verdachten voor de rechter te leiden. Goldstone sloot zich met deze kritiek aan bij zorgen die de president van het tribunaal, de Italiaan Antonio Cassese, al eerder had geuit. De hoogste rechter en de voormalige hoogste aanklager hebben erop gewezen dat een falend tribunaal in Den Haag verstrekkende gevolgen kan hebben voor de belangrijke onderhandelingen in New York over de totstandkoming van een permanent internationaal strafhof ter berechting van ernstige schendingen van de rechten van de mens en het internationale humanitaire recht. Die onderhandelingen kunnen volgend jaar in een beslissende fase komen, als de 51ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties dit najaar zou besluiten in 1998 een diplomatieke conferentie te houden.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 1996
AA19960690

Namen en rugnummers, s’il vous plaît!

J. van Mourik, J.T. Tegelaar

Predictive justice is het voorspellen van rechterlijke uitspraken op basis van een algoritme. In Frankrijk is een verbod ingesteld voor het gebruikmaken van persoonlijke gegevens van rechters voor dergelijke analyses. Wat de auteurs betreft is dat een inbreuk op het recht van vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) en zou niet het analyseren, maar het onwenselijk gebruik van de resultaten verboden moeten zijn.

Opinie | Redactioneel
december 2019
AA20190931

Naschrift op: Plakverordening Dordrecht – een reactie

F.H. van der Burg

Opinie | Reactie/nawoord
november 1981
AA19810721

Nationale rechterlijke toetsing van VN-sanctiemaatregelen

C.M.J. Ryngaert

Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM/ECHR) 21 juni 2016, ECLI:CE:ECHR:2013:1126JUD000580908, nr. 5809/08 (Al-Dulimi en Montana Management, Inc. tegen Zwitserland)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2016
AA20160766

Nawoord op bovenstaande reactie

J. Willems

Willems vindt dat een partij die de democratische vrijheid misbruikt, verboden moet worden omdat deze inbreuk maakt op fundamentele rechten. Willems gaat daarbij in op democratie, rechtsstaat en mensenrechten, Europese jurisprudentie en filosofie over vrijheden.

Opinie | Reactie/nawoord
oktober 2007
AA20070767

Nawoord over Dienstweigeren en Vluchtelingenstatus

T.P. Spijkerboer

Nawoord bij een reactie op een artikel dat ging over de verhouding tussen dienstweigering en de vluchtelingenstatus en waarbij meerdere vragen van mensenrechtelijke aard aan de orde komen.

Verdieping | Verdiepend artikel
april 1989
AA19890259

Nieuwe euthanasiewetgeving getoetst aan het EVRM

C. Samkalden, H. Snijders

De nieuwe wettelijke regeling van euthanasie heeft geleid tot heftige reacties uit binnen- en buitenland. Een van de kritiekpunten is dat euthanasie in strijd zou zijn met het recht op leven, zoals onder andere vastgelegd in artikel 2 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fun- damentele vrijheden(hierna:EVRM). Interpretatie van artikel 2 EVRM kan echter niet leiden tot de conclusie dat euthanasie in strijd is met het daar omschreven recht op leven.

Verdieping | Verdiepend artikel
juli 2001
AA20010558

Non-binaire ontwikkelingen in het licht van het EVRM

I. van Oosterhout

Post thumbnail Een tijdlang leek er een tendens te zijn richting de wettelijke verankering van non-binaire geslachtswijziging. Recentelijk wijzen verschillende ontwikkelingen echter eerder op een stagnerende tendens, waaronder de recent aangenomen motie om het wetsvoorstel in te trekken dat geslachtswijziging voor transgenders moet vereenvoudigen. In dit artikel wordt besproken wat de stand van zaken is ten aanzien van non-binariteit en in hoeverre deze ontwikkelingen daadwerkelijk reden zijn tot zorgen.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2024
AA20240817

UCERF 10 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

Omissie in jeugdbeschermingswet dwingt rechter tot creativiteit

J. Huijer, I. Weijers

Wat is de rol van de staat op een terrein waar families op hun kwetsbaarst zijn? Hoe verhoudt zich het diepe ingrijpen van de staat tot de opstelling en instemming van ouders met dit ingrijpen? Ido Weijers en Joost Huijer plaatsen kritische kanttekeningen bij recente wijzigingen in het jeugdbeschermingsrecht.

Ondeelbare mensenrechten

Een herbezinning op toetsing aan sociale grondrechten

E. ten Hoor, G.J. Machek

In dit redactioneel bekritiseren wij de keuze van het huidige kabinet om toetsing van wetgeving in formele zin aan sociale grondrechten uit te sluiten. Het kabinet stelt onterecht dat dergelijke toetsing rechtspraak zou politiseren en politieke besluitvorming zou juridificeren. Dat standpunt miskent dat rechters op diverse wijzen recht kunnen doen aan de aard van deze grondrechten. Uitsluiting van toetsing riskeert een artificieel onderscheid tussen ondeelbare mensenrechten, waarmee de rechtsbescherming van de burger uiteindelijk het onderspit delft.

Opinie | Redactioneel
juni 2025
AA20250411

Ontkenning van het vaderschap en artikel 8 EVRM

M.H. van der Woude

Hoe verstaan de huidige regeling omtrent de zogenaamde ontkenning van het vaderschap en de in het wetsvoorstel Herziening afstammingsrecht voorziene regeling van deze materie zich met het in artikel 8 EVRM gewaarborgde recht op eerbiediging van het 'gezinsleven'? Een beschikking van de Hoge Raad gewezen op 16 november 1990 vormt de aanleiding tot de hierna volgende korte beschouwing.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 1991
AA19910480