Burgerlijk recht

Het Haags Huwelijksverdrag van 1978 in Nederland

C. Joustra

In dit artikel wordt het Haags Huwelijksverdrag van 1978 (Verdrag Conflictenrecht Huwelijk (VCH)) besproken en de daarbij behorende invoeringswet (Wet conflictenrecht huwelijk (WCH)). In het verdrag en de daarbij behorende wet wordt geregeld in hoeverre mensen in het buitenland kunnen trouwen en volgens welk recht dit gebeurt. Ook wordt de erkenningsvraag van in het buitenland gesloten huwelijken geregeld. In dit artikel wordt de totstandkoming en inhoud van het verdag besproken. Daarna komt de werking van het verdrag voor Nederland aan de orde. Vervolgens komen Zwitserland en Duitsland nog aan bod. Tenslotte wordt er nog uitgebereid commentaar geregeld om de regeling in het verdrag en de uitwerking ervan.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
april 1989
AA19890261

Het herziene jeugdstrafrecht

G. Mintjes

In dit artikel wordt ingegaan op de herziening van verschillende wetten die invloed hebben op het jeugdstrafrecht. Zo wordt er ondermeer ingegaan op de leeftijdsgrens van meerderjarigheid, verjaring, HALT-afdoening, transacties, verschillende soorten straffen, alternatieve sancties. Ook wordt er ingegaan op de formele kant van het strafrecht met ondermeer aandacht voor de bevoegde rechter, raadsman en de jeugdige en het overgangsrecht.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
oktober 1995
AA19950781

Het hoger beroep moet blijven!

M.J. Kroeze, A. van Vught

In dit redactionele artikel wordt ingegaan op de destijds voorgenomen afschaffing van het hoger beroep in verschillende soorten zaken zoals huurzaken en commerciële geschillen in navolging op de afschaffing van appel in vreemdelingenzaken. De redacteuren vinden dit geen goede ontwikkeling en vinden dat een fundamenteel beginsel van het Nederlandse rechtsstelsel wordt aangetast indien het toch doorgaat.

Opinie | Redactioneel
februari 1994
AA19940071

Het incasso kort geding bij het Nederlands Arbitrage Instituut

G.W. van der Bend, M.A. Leijten

Het arbitragereglement van het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) voorziet sinds 1 januari 1998 in de mogelijkheid van een arbitraal kort geding. De praktijk wijst uit dat NAI arbiters geneigd zijn om in een kort geding waarin een geldvordering aan de orde is, de rechtspraak van de Hoge Raad die is gevormd onder artikel 289 Rv (oud), thans artikel 254 Rv, toe te passen. Wij vragen ons in dit artikel af in hoeverre dat gezien de huidige tekst en de toelichting op het NAI-reglement juist is, in het bijzonder in zaken waarin buitenlandse partijen betrokken zijn.

Bijzonder nummer | Buiten de rechter om
juli 2002
AA20020553

Het inzagerecht van de ex-mentor na het overlijden van de betrokkene

D. Pos

Op 29 januari 1998 wees de civiele kortgedingkamer van het gerechtshof te Amsterdam een belangwekkend arrest. Inzet van het onderhavige kort geding was inzage in het medisch dossier van eenoverleden psychiatrische patiënte door haar vader, tevens haar ex-mentor. Het Hof wees de vorderingvan de vader toe en vernietigde het vonnis van de president in eerste aanleg.

Verdieping | Studentartikel
juni 1998
AA19980547

Het ipr wil van alle walletjes tegelijk eten

Interview met prof.mr. L. Strikwerda, Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad, hoogleraar internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de Staatscommissie voor ipr

I. Giesen, M.F.J. Haak

Interview met prof. mr. L. Strikwerda over de vele facetten van het internationaal privaatrecht.

Verdieping | Interview
juli 1995
AA19950555

Het is toch anders dan gedacht: executoriaal derdenbeslag heeft geen voortdurende stuitende werking

A.W. Jongbloed

Hoge Raad 30 september 2016, nr. 15/01943, ECLI:NL:HR:2016:2222 (Pegroam/mr. X)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2017
AA20170316

Het kind van de rekening

I. Meijer

Redactioneel artikel waarin twee redacteuren betogen dat het eerste boek van het Burgerlijk Wetboek niet meer van deze tijd is. Na een aantal voorbeelden waarin Nederland door het EHRM op haar vingers is getikt inzake onder meer afstamming en erkenning bepleiten de redacteuren voor een actualisering van Boek 1 BW.

Opinie | Redactioneel
februari 1995
AA19950099

Het kleurmerk Libertel oranje: springt het licht op rood of op groen?

B. Lindeboom

De aanvraag van Libertel voor het depot van het kleurmerk oranje is door het Benelux Merken-bureau(hierna: BMB) afgewezen, alsmede het daartegen ingestelde beroep bij het Hof Den Haag. De Hoge Raad heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: HvJ). Kernvraag was of een enkele specifieke kleur, zonder vorm of omtrek, onderscheidend vermogen kan hebben voor bepaalde waren of diensten in de zin van artikel 3 lid1, aanhef en onder b, van de Merkenrichtlijn. De A-G bij het HvJ beantwoordde deze vraag ontkennenden deed met zijn conclusie een hoop stof opwaaien in de tot dan toe kleurrijke wereld van het merkenrecht. Het HvJ stofte hier en daar wat, maar hebben we nu een merkenwereld waarin geleefd mag worden? Een beschouwing over het afgewezen kleurmerk oranje, de conclusie van de A-G en het arrest van het HvJ.

Verdieping | Studentartikel
oktober 2003
AA20030739

Het Land Aruba/Boeije

A.I.M. van Mierlo

Hoge Raad 26 mei 2000, nr. R98/151HR, ECLI:NL:HR:2000:AA5960, RvdW 2000, 137C (Het Land Aruba/Boeije) In deze noot bij het arrest wordt ingegaan op verschillende zaken die spelen rondom (de opheffing van) het executoriaal of conservatoir beslag.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2001
AA20010107

Het lichamelijkste deel van het recht

De naakte discodanser of de verliefdheid van informatiejuristen

A.A. Quaedvlieg

In deze amuse wordt door Quaedvlieg op een amusante wijze ingegaan op het portretrecht aan de hand van een bekende uitspraak van de Hoge Raad. Zie ook: HR 2 mei 1997, NJ 1997, 661 (Discodanser).

Opinie | Amuse
september 2003
AA20030606

Het millenniumprobleem: blijft het Nederlands recht functioneren?

W.F.R. Rinzema

In dit artikel wordt door de auteur ingegaan op de invloed van ICT op de samenleving. Het mogelijk milleniumprobleem laat problemen rondom het gebruik van computers zien. De auteur besteedt aandacht aan software productie, kwalificatie van software, informatieplichten.

Opinie | Opiniërend artikel
januari 1998
AA19980018