Resultaat 433–444 van de 3165 resultaten wordt getoond
A.W. Jongbloed
Annotaties en wetgeving | Annotatieoktober 2015AA20150794
R. Ludding
In de marktgeoriënteerde economieën van de Lid-Staten van de Europese Unie is de mededinging tussen ondernemingen een drijvende kracht, het belangrijkste mechaniek voor het (uiteindelijk) efficiënt aanwenden van schaarse productiemiddelen, een stimulator van vernieuwing. Zowel op nationaal als op Europees niveau bestaan rechtsregels die ondernemingen weliswaar niet tot actieve concurrentie verplichten, maar wel beogen ondernemersgedrag dat tot een afnemende intensiteit of kwaliteit van de mededinging leidt of kan leiden, aan banden te leggen. Een gemeenschappelijke onderneming kan onder omstandigheden een merkbare beperking van de mededinging (tussen de partners onderling of tussen hen en derde-ondernemingen) tot gevolg hebben. Deze bijdrage bespreekt de beoordeling van dat gevolg naar Europees en nationaal recht.
Bijzonder nummer | Joint Venturesmei 1995AA19950409
A.J.M. Nuytinck
Hoge Raad 14 december 2007, nr. C06/109HR, ECLI:NL:HR:2007:BA4202, LJN: BA4202 Annotatie bij een arrest van de Hoge Raad over voortzetting van het huurgenot na echtscheiding van echtgenoten die buiten enige gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Aan de orde komen verrekening na overbedeling bij gebruik van de huurwoning, verhouding tussen huwelijks- en eenvoudige gemeenschap.
Annotaties en wetgeving | Annotatiemaart 2008AA20080218
V.J.M. van Hoof
Literatuur | Proefschriftbijdragejanuari 2016AA20160060
D.J.G. Visser
Opiniërend artikel over de destijds in te voeren wet die ziet op de naburige rechten. Volgens de auteur wordt is het onduidelijk wie beschermd worden, de kunstenaars en wat onder de definitie valt. De auteur pleit na invoering voor proefprocessen om de onduidelijkheid te voorkomen.
Opinie | Opiniërend artikeljanuari 1993AA19930020
F.G.H. Kristen
De BV is naar aanleiding van de Eerste Richtlijn in ons rechtsstelsel geïntroduceerd. Deze vennootschapsvorm is een kopie van de NV; beide worden opgevat als een instituut. Is de besloten vennootschap harmonieus geregeld zowel wat betreft de inpassing in Boek 2 BW (wetsharmonie), als wat betreft de behoeften in de praktijk (rechtsharmonie)? Deze twee vragen staan in dit artikel centraal.
Bijzonder nummer | Rechtsharmonie - Wetsharmoniemei 1996AA19960315
N. Jungmann, T. Madern
Om de schuldenproblematiek terug te dringen en de aanpak ervan effectiever te maken, is er recentelijk een ongekende hoeveelheid nieuwe wetgeving van kracht geworden. Dit gaat in combinatie met beleidswijzigingen een impuls geven aan de aanpak van problematische schuldsituaties. Het ontbreekt alleen nog aan een afdoende antwoord op de vraag hoe wordt voorkomen dat situaties problematisch worden. Misschien kan een aanpassing van artikel 6:29 BW daarin van betekenis zijn.
Opinie | Opiniërend artikelmei 2021AA20210482
M.B.M. Loos
Algemene voorwaarden komen in alle soorten en maten voor. Tot de belangrijkste behoren de algemene voorwaarden van de openbare nutsbedrijven: voor bijna ieder huishouden bestaat wel een overeenkomst voor de levering van gas, water en electriciteit. Aangezien het hier gaat om de levering van primaire levensbehoeften, is een zorgvuldige regeling vereist. In de algemene voorwaarden is ook een regeling opgenomen voor de betaling van schulden aan het nutsbedrijf. Voldoet die regeling aan het geldende en toekomstige recht?
Verdieping | Studentartikelapril 1993AA19930230
M.A.J.M. Buijsen
In dit artikel wordt op rechtsfilosofische wijze gekeken naar de nieuwe Zorgverzekeringswet (Zvw) waarbij ingegaan wordt op solidariteit, gelijkheid & rechtvaardigheid, toegankelijkheid van gezondheidszorg en het (grond)recht op zorg.
Verdieping | Verdiepend artikelseptember 2006AA20060609
T.H.D. Struycken
De floating charge van Engelse origine en het Amerikaanse regime van Article 9 Uniform Commercial Code geven te denken over twee aspecten van het Nederlandse zekerhedenrecht: bepaalbaarheid en publiciteit. Over de mate waarin de zekerheidsobjecten dienen te worden bepaald bij de vestiging van zekerheidsrechten in het Nederlandse recht, blijkt weinig met zekerheid te kunnen worden gezegd; het bekende Sio-arrest is een te zwakke basis voor de ‘heersende mening’ omtrent verpanding van roerende zaken. Verder steekt het stil pandrecht schril af bij het publiciteitsregime van het Anglo-Amerikaanse zekerhedenrecht. Er is reden te denken dat het publiciteitsloze pandrecht in strijd is met Europees mededingingsrecht. Bovendien sluit de juridische dogmatiek van het zekerhedenrecht slecht aan bij de realiteit van de kredietwereld.
Bijzonder nummer | Anglo-Amerikaans rechtmei 1998AA19980417
D. Beke
De bijdrage onderzoekt de wenselijkheid om in België en Nederland religieuze huwelijken dezelfde officiële status te verlenen als het burgerlijke huwelijk. De vraagstelling wordt uitgewerkt aan de hand van het voorbeeld van het islamitische huwelijk.
Bijzonder nummer | Recht & Religiejuli 2003AA20030573
J.L. Smeehuijzen
Mij is gevraagd in deze bijdrage te reflecteren op mijn proefschrift getiteld De bevrijdende verjaring (2008). Ik zal drie aspecten belichten, te weten (i) de ‘methode’ van het onderzoek, (ii) de opkomst van de klachtplicht van artikel 6:89 BW en (iii) de mate waarin het proefschrift in praktijk en wetenschap weerklank heeft gevonden.
Literatuur | Voortschrijdend inzichtmei 2020AA20200508