Burgerlijk recht

Bestuur en burgerlijke rechter I

E.M.H. Hirsch Ballin

Hoge Raad 16 mei 1986, nr.12818, (mrs. Ras, Snijders, Martens, De Groot, Bloembergen, a-g Mok), AB 1986, 574, ECLI:NL:HR:1986:AC9354, m.nt. P.J.J. van Buuren, NJ 1987, 251, m.nt. M. Scheltema. Ook wel bekend als landbouwvliegersarrest. In 1986 en 1987 heeft de Hoge Raad een reeks arresten gewezen die nieuw licht werpen op de toetsing van bestuurshandelingen door de burgerlijke rechter. In deze noot en in de twee volgende afleveringen van deze jurisprudentie rubriek zullen wij trachten deze ontwikkeling in kaart te brengen en de samenhang tussen de diverse arresten aan het licht te brengen. Allereerst gaan wij in op een terrein waarvan tot voor kort werd aangenomen dat een met administratieve rechtspraak vergelijkbare mogelijkheid, tussenkomst van de rechter in te roepen, ontbrak, namelijk het wetgevend handelen van bestuursorganen (wetgeving in materiële zin die niet afkomstig is van de formele wetgever).

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 1988
AA19880044

Bestuur en burgerlijke rechter II

E.M.H. Hirsch Ballin

Hoge Raad 16 mei 1986, nr. 12818, ECLI:NL:HR:1986:AC9354 (Landbouwvliegers - Spuitvliegen) Tweede deel in de serie waarin het handelen van de burgerlijke rechter in bestuursrechtelijke zaken centraal staat. In deze bijdrage komt aan de welke beoordelingscriteria de burgerlijke rechter moet aanleggen bij het beoordelen van bestuurshandelen. Daarbij wordt een groot aantal uitspraken aangehaald.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 1988
AA19880114

Bestuur en burgerlijke rechter III

Competentie en procedure

E.M.H. Hirsch Ballin

Derde artikel in de reeks van jurisprudentieoverzichten waarin de verhouding tussen burgerlijk recht en bestuursrecht aan de orde komt. In dit artikel wordt aan de hand van (recente) jurisprudentie besproken hoe het zit met de competentieverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 1988
AA19880263

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens selectieve (wan)betaling

Een klusje voor de business judgment rule?

S.M. Bartman

Hoge Raad 26 maart 2010, nr. 08/02079, ECLI:NL:HR:2010:BK9654, LJN: BK9654, NJ 2010, 189, JOR 2010/127 m.nt. Strik, JIN 2010/691 m.nt. Vergouwen, Ondernemingsrecht 2010, afl. 9, p. 401, met commentaar Assink en Pijls, RAV 2010, nr. 60, met wenk Vink (Zandvliet/ING) Verbintenissenrecht. Aansprakelijkheid bestuurder voor schade als gevolg van door hem bewerkstelligd toerekenbaar tekortschieten in nakoming van overeenkomst door vennootschap. Schending contractuele verplichting toe te schrijven aan betalingsonwil. Vordering tot vergoeding van schade toewijsbaar hoewel vennootschap tot zekerheid voor de nakoming van verbintenis aan benadeelde een pandrecht heeft verleend. Mogelijkheid verhaal op verpand bedrag ex art. 3:246 BW laat vordering uit onrechtmatige daad jegens bestuurder onverlet. Schade; HR 1 maart 1957, NJ 1957, 303 op deze situatie niet van toepassing. Ongerechtvaardigde verrijking.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2011
AA20110126

Bestuursrecht en nieuw BW

F.J. van Ommeren, B.J. Schueler

In dit artikel wordt een boek besproken dat de veranderingen voor het bestuursrecht behandelt nadat het NBW is ingevoerd. In de boekbespreking komen aan de orde: rechtstreekse toetsing aan algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de ingevoerde schakelbepalingen. Er wordt afgesloten met een slotbeschouwing.

Literatuur | Boekbespreking
februari 1989
AA19890154

Betaalopdrachten rond de faillissementsdatum en rechterlijk overgangsrecht

R.M. Wibier

Hoge Raad 20 maart 2015, nr. 14/01306, ECLI:NL:HR:2015:689 (JPR Advocaten/Gunning q.q.)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
mei 2015
AA20150392

Betaling in bitcoins: geld of ruilmiddel, betaling of inbetalinggeving?

W.A.K. Rank

Post thumbnail In deze verdiepende bijdrage staat centraal de vraag of bitcoins kwalificeren als geld. Aan de hand van de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 14 mei 2014 worden de voorwaarden voor een kwalificatie als geld besproken. Voorts wordt ingegaan op de plaats van de bitcoin in het huidige BW. Tot slot komen enkele toezichtrechtelijke aspecten aan de orde.

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2015
AA20150177

Betekening exploot aan briefadres

A.W. Jongbloed

Hoge Raad 28 juni 2019, nr. 18/05097, ECLI:NL:HR:2019:1052 (DSW/X)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2019
AA20190786

Betere bescherming bij timeshare via het appartementsrecht in de Caribische landen van het Koninkrijk: werkt het?

C. Bollen

Timeshare is populair in de Cariben. Om betere bescherming aan de timesharegerechtigde te kunnen bieden, met name bij faillissement van het timeshareproject, is de mogelijkheid gecreëerd om het timesharerecht in de vorm van een deeltijdappartementsrecht te gieten. Een mooie regeling die ook voor Nederland geschikt zou zijn. Maar de vraag is of zij werkt in de Cariben.

Blauwe pagina's | Caribisch recht
april 2019
AA20190260

Betere bescherming voor erfgenamen bij aanvaarding van nalatenschappen

J.H.M. ter Haar

Post thumbnail

Erfgenamen die een nalatenschap zuiver (dat wil zeggen zonder voorbehoud) aanvaarden lopen het gevaar dat schuldeisers van de nalatenschap zich verhalen op hun privévermogen, als blijkt dat de nalatenschap onvoldoende baten bevat. Op 1 september 2016 is de wet gewijzigd, waardoor het risico dat een erfgenaam door zijn gedrag zuiver aanvaardt, is verkleind en hij (beter) beschermd wordt tegen onverwachte schulden.

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2017
AA20170194

Betrokkenheid van banken bbj sterfhuisconstructies

R. van den Bosch

Bij het op stapel zetten en uitvoeren van sterfhuisconstructies spelen de banken een essentiële en onmisbare rol. Niet zelden krijgt deze nadrukkelijke betrokkenheid een dubieus stempel opgedrukt, al is het alleen maar vanwege het feit dat de banken zich dikwijls reeds aan alle kanten hebben ingedekt, op het moment dat 'de reorganisatieplannen' aan de openbaarheid worden prijsgegeven. Het is de vraag of het hierdoor veroorzaakte gevoel van onvrede zich laat vertalen in een juridische aanvechtbaarheid. In het nu volgende betoog zal de positie van (door de constructie benadeelde) schuldeisers van de in het sterfhuis achterblijvende werkmaatschappijen centraal staan, waarbij in het bijzonder aandacht besteed zal worden aan de vraag in hoeverre de handelwijze van de bank jegens hen als paulianeus of (anderszins) onrechtmatig kan worden aangemerkt.

Overig | Rode draad | Financiële markten en instellingen
december 1988
AA19880828

Beuningse martelmoord

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 6 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1797 (mrs. M.V. Polak, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, F.R. Salomons en G.C. Makkink; A-G mr. T. Hartlief) Erfrecht. Onwaardigheid (art. 4:3 lid 1 aanhef en onder a BW). Is man die zijn vrouw opzettelijk om het leven heeft gebracht en door strafrechter volledig ontoerekeningsvatbaar is verklaard, onwaardig om van haar te erven? Omstandigheden op grond waarvan het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat man aanspraak heeft op nalatenschap van zijn vrouw (art. 6:2 lid 2 BW)?

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2025
AA20250129