Resultaat 2773–2784 van de 3185 resultaten wordt getoond
R.J.Q. Klomp
Perspectief | Perspectiefartikeljuni 2017AA20170556
V. Mak
Artikel 8:210a BW sluit toepassing van artikel 3:292 BW — dat aan de retentor een verhaalsrecht met voorrang toekent — uit ten aanzien van zeeschepen. Het effect van deze bepaling is onduidelijk,maar het belang ervan is groot in geval van executoriale verkoop van een zeeschip door de retentor. In dit artikel wordt ingegaan op de positie van de retentor van een zeeschip in het licht van de wettelijke bepalingen met betrekking tot verhaalsrecht en voorrang.
Verdieping | Studentartikelseptember 2002AA20020596
A.I.M. van Mierlo
Hoge Raad 22 april 2005, nr. C04/031HR, ECLI:NL:HR:2005:AS2688, RvdW 2005, 62, JIN 2005, 238 (Reuser q.q./Postbank) Een derde beslagene is niet bevoegd tot verrekening van een schuld en een vordering nadat er op de vordering beslag is gelegd. Daar bestaan echter op grond van art. 6:130 lid 2 BW uitzonderingen op. De vraag is ook nog aan de orde in hoeverre faillissement op deze situatie invloed heeft.
Annotaties en wetgeving | Annotatiemei 2006AA20060363
J. Klijnsma
In dit amusante redactionele artikel wordt aan de hand van een Sinterklaasverhaal ingegaan op de schenking, eigendomsvoorbehoud en derdenbescherming.
Opinie | Redactioneeldecember 2007AA20070929
E.F. Verheul
Bijzonder nummer | De eigendom voorbijjuli 2018AA20180578
J.H. Christiaanse
Toepassingsmogelijkheden van artt. 31 e.v. AWR ten gunste van de fiscus bevestigt en versterkt RICHTIGE HEFFING-ARREST-I ANTILLEN-CONSTRUCTIE HR 22 juli 1982, nr. 20991 (mrs. Van Dijk, Van Vucht, Van der Vorm, Stoffer, Bloembergen)
Annotaties en wetgeving | Annotatienovember 1982AA19820660
A.N.L. de Hoogh, S.D. Lindenbergh
Twintig jaar aansprakelijkheidsrecht is eigenlijk met geen pen te beschrijven. De verrassingen kwamen niet zozeer voort uit de invoering van het nieuwe recht in 1992, maar zijn veeleer het gevolg van baanbrekende rechtspraak. Het risico van uitbreiding van aansprakelijkheid dat bij de invoering van de nieuwe regeling inzake kwalitatieve aansprakelijkheden werd voorzien heeft zich niet op grote schaal verwezenlijkt. Behoedzame interpretatie door de rechter heeft ertoe geleid dat de zelfstandige betekenis van de regeling inzake kwalitatieve aansprakelijkheden naast de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad beperkt is gebleven.
Rode draad | 20 jaar Nieuw BWseptember 2012AA20120669
R. Feunekes
Dit proefschrift gaat over de verzwaring van de risco`s bij verzekeringen.
Literatuur | Proefschriftbijdragemei 2002AA20020364
B. Emmerig, C. Hupkes, J. Melis, P. Roos
In deze bijdrage wordt een inleiding gegeven bij de rode draad van 1988 `financiële markten en instellingen´.
Overig | Rode draad | Financiële markten en instellingenmaart 1988AA19880162
E. Mak
Een arrest van het Hof Den Haag van 2 maart 2000 heeft aanleiding gegeven tot heropening van de discussie over het goederenrechtelijke karakter van telecomkabels, dat met name fiscaalrechtelijk van belang is. In dit artikel wordt onderzocht of in de grond aangelegde telecomkabels moeten worden gekwalificeerd als roerend dan wel als onroerend. Een analyse van de relevante artikelen uit het BW in samenhang met artikel 5.6 van de Telecommunicatiewet leidt tot de conclusie dat telecomkabels moeten worden aangemerkt als onroerende zaken.
Verdieping | Studentartikeljanuari 2002AA20020006
Hoge Raad 25 november 2005, nr. C04/250HR, ECLI:NL:HR:2005:AT9060 (Rohde Nielsen/De Donge) Ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht.
Annotaties en wetgeving | Annotatiefebruari 2006AA20060112
G.R. Rutgers
Hoge Raad 4 april 1997, nr. 16238, ECLI:NL:HR:1997:AG7220, RvdW 1997, 95C (Van Schaik/Verboom-Hekman) In dit arrest en de daarbij behorende noot wordt ingegaan op de problemen en werkwijzen die samenhangen met de rol in civiele zaken. De vraag is of een rolreglement dat bij een bepaald gerecht geldt 'recht' is in de zin van art. 99 RO en daardoor voor toetsing door de Hoge Raad vrijstaat. Ook wordt er ingegaan hoe een eindbeslissing van een rechter moet worden aangemerkt waarin de rechter een 'akte van niet dienen' gegrond acht en daarmee het recht op het nemen van een conclusie vervalt.
Annotaties en wetgeving | Annotatiedecember 1997AA19970864