Resultaat 25–36 van de 43 resultaten wordt getoond

Medische expertise

A.H. Schuurman

Bijzonder nummer | Bewijs
Juli 2010
AA20100518

Onderbelicht: het vaststellen van de feiten

R.J.B. Schutgens

Post thumbnail

In de rechtenopleiding zou meer aandacht moeten worden besteed aan de beoordeling van feiten. In een vak ‘waarheidsvinding’ zouden rechtenstudenten kunnen leren hoe bewijs moet worden beoordeeld.

Blauwe pagina's | Onderbelicht
April 2012
AA20120246

Onderzoek op de plaats delict

Een kwestie van keuzes

M. Roos

Bijzonder nummer | Bewijs
Juli 2010
AA20100490

Organik v Dow Chemical: het achterhalen van geheim bewijs van een geheime inbreuk op een bedrijfsgeheim

Th.C.J.A. van Engelen

Hoge Raad 28 september 2018, nr. 17/01264, ECLI:NL:HR:2018:1775, IEPT20180928, BIE 2018/34, m.nt. W.J.G. Maas, NJ 2019/70, m.nt. Ch. Gielen en A.I.M. van Mierlo, IER 2019/5, m.nt. F.W.E. Eijsvogels (Organik/Dow Chemical)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
September 2019
AA20190687

Over het onmiddellijkheidsbeginsel in strafzaken

G.P.M.F. Mols

In dit artikel wordt ingegaan op het in Nederland marginaal toegepast en bekende onmiddellijkheids- of confrontatiebeginsel. Dit beginsel dat er op toeziet dat alles waarvan een verdachte wordt beschuldigd ook daadwerkelijk ter terechtzitting ter ore van de rechter komt staat centraal in dit artikel. De de auditu jurisprudentie en zaken als de geheime getuige hebben de marginalisering van dit beginsel versterkt. In dit artikel komt de noodzaak van het beginsel aan de orde en wordt er ook ingegaan op Straatburgse jurisprudentie en de invloed daarvan op het Nederlandse strafprocesrecht.

Bijzonder nummer | Rechtsbeginselen
Oktober 1991
AA19910876

Rechtspraak Vreemdelingenrecht 2003 nr. 13

onzekerheid medische uitspraken

Rechtspraak Vreemdelingenrecht 2004 nr. 28

legalisatie & DNA: discretionaire en afwijkingsbevoegdheid

Rechtspraak Vreemdelingenrecht 2004 nr. 50

leeftijdsonderzoek

Rechtspraak Vreemdelingenrecht 2004 nr. 51

tijdens AC-procedure aangekondigd bewijs

Rechtspraak Vreemdelingenrecht 2010 nr. 64

Inzichtelijke taalanalyse en deskundige Taalstudio

Rechtspraak Vreemdelingenrecht 2014 nr. 41

weigering vergunning wegens verdringingseffect niet in strijd met stand still-verplichting

Schade- en kostenvergoeding en het EVRM

C.P.M. Cleiren

Europese Hof voor de rechten van de Mens (EHRM/ECHR) 28 september 1995, Application no. 15346/89 en 15379/89, ECLI:CE:ECHR:1995:0928JUD001534689 (Masson and Van Zon v. The Netherlands) Het Hof onderzoekt of bij strafvorderlijke schadevergoedingsacties sprake is van een 'civil right' in de zin van artikel 6 lid 1 EVRM. Met het oog op de status van het Verdrag binnen de Nederlandse rechtsorde stelt het Hof dat het Verdrag geen recht toekent op vergoeding van gemaakte kosten, noch op compensatie voor rechtmatige vrijheidsbeperkingen. De vraag of zo'n recht in een bepaalde zaak bestaat zal moeten worden beantwoord aan de hand van het nationale recht. Het door de beide gewezen verdachten gevorderde betreft naar de mening van het Hof geen 'right' waarvan in redelijkheid kan worden gezegd dat het naar Nederlands recht is erkend. Om deze reden acht het Hof artikel 6 lid 1 EVRM niet van toepassing op de procedures tot schadevergoeding ex artikel 89 Sv en artikel 591a Sv. Het ter discussie gestelde niet-openbare karakter van de procedure (toen naar Nederlands recht nog in besloten raadkamer) vormt dientengevolge geen schending van artikel 6 lid 1 EVRM.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Februari 1996
AA19960127

Resultaat 25–36 van de 43 resultaten wordt getoond