Showing 1–12 of 17 results

Aansprakelijkheid van de arbiter: ‘bewuste roekeloosheid’, ‘ernstig verwijt’ of ‘bekwame arbiter’ als maatstaf?

De balansopname na Greenworld (2019) en Qnow (2016)

J.M. van Dunné

De aansprakelijkheid van arbiters werd door de Hoge Raad in 2009 (Greenworld) en 2016 (Qnow) vastgesteld in aansluiting op de beperkte wettelijke aansprakelijkheid van rechters: slechts bij ‘opzettelijk of bewust roekeloos’ handelen of ‘ernstige verwijtbaarheid’. In dit cahier wordt de stand van zaken geanalyseerd en onderzoek gedaan naar de herkomst van de genoemde criteria.

9789492766779 - 2-9-2019

Alternatieve Geschillenbeslechting

P. Sanders

Bij de discussie hier te lande over de rol welke ADR kan spelen in de oplossing van geschillen is rechtsvergelijking van bijzonder belang. Vooral de Verenigde Staten waar het begon. Een ruimere blik is voor dit onderwerp wenselijk.

Bijzonder nummer | Anglo-Amerikaans recht
Mei 1998
AA19980465

Arbitrage en het Europese recht

A.A.H. van Hoek

Dit artikel behandeld de mogelijkheden en verschillen van arbitrage binnen EU landen en de effecten van Europees recht op deze arbitrage mogelijkheden.

Bijzonder nummer | Buiten de rechter om
Juli 2002
AA20020559

Arbitrage in het vervoer

W.H. Claassen, Ph.H.J.G. van Huizen

Het is geenszins ongebruikelijk dat in vervoersovereenkomsten, in het bijzonder van het zeevervoer, arbitrage is overeengekomen. Vervoer, als onderdeel van het handelsverkeer, wordt gekenmerkt door meer partijen verhoudingen. Meestentijds zal niet de contractpartij van de vervoerder maar een derde gelegitimeerd zijn tot uitlevering van de vervoerde zaken. En dan rijst de vraag of deze derde gerechtigde een tussen de vervoerder en zijn contractspartij (de afzender) overeengekomen arbitrageclausule kan worden tegengeworpen. Deze vraag doet zich in het bijzonder voor bij zeevervoer onder cognossement. Bij de beantwoording van deze vraag dient rekening te worden gehouden met zowel waardepapierrechtelijke als procesrechtelijke beginselen.

Bijzonder nummer | Buiten de rechter om
Juli 2002
AA20020544

Beantwoording rechtsvraag (256) Bouwrecht

Een spelletje zwartepieten

M.A.M.C. van den Berg

Beantwoording van een rechtsvraag op het gebied van het bouwrecht waarbij aansprakelijkheid voor fouten, eigen schuld en toezicht aan de orde komen.

Perspectief | Rechtsvraag
Februari 1997
AA19970108

De modernisering van het arbitragerecht

K. Redeker-Gieteling

Op 1 januari 2015 is de Wet tot wijziging van Boek 3, Boek 6 en Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek en het Vierde Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de modernisering van het Arbitragerecht in werking getreden. In deze bijdrage wordt kort uiteen gezet wat het doel is van de nieuwe Arbitragewet, hoe deze wet tot stand is gekomen en welke wijzigingen eruit voortvloeien.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
Maart 2015
AA20150227

De rechte rug van Piet Sanders

Een Leidse promotie

E.H. Hondius

Column van Hondius waarbij deze ingaat op de verdiensten van Piet Sanders. Nederlands bekendste jurist op het gebied van arbitragerecht en schrijver van een proefschrift over dit onderwerp waarop Sanders in 1945 bij Cleveringa promoveerde.

Opinie | Column
September 2009
AA20090545

De-escalatiebedingen

Geschilbeslechting buiten de overheidsrechter als centraal thema revisited en updated

H.J. Snijders

Een uiteenzetting van de verschillende mogelijkheden die er zijn om buiten de overheidsrechter om je geschil beslecht te krijgen. Vervolgens wordt behandeld met welke belangen je waar terecht kunt.

Bijzonder nummer | Buiten de rechter om
Juli 2002
AA20020483

Gevolgen van het Achmea-arrest voor de praktijk van de investeringsarbitrage binnen de EU

A.S. Hartkamp

Hof van Justitie EU (Grote Kamer) 6 maart 2018, C-284/16, ECLI:​EU:​C:​2018:​158 (Slowakije/Achmea), Ars Aequi 2018, p. 527-532, m.nt. P.J. Slot (AA20180527)

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
September 2018
AA20180732

Het incasso kort geding bij het Nederlands Arbitrage Instituut

G.W. van der Bend, M.A. Leijten

Het arbitragereglement van het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) voorziet sinds 1 januari 1998 in de mogelijkheid van een arbitraal kort geding. De praktijk wijst uit dat NAI arbiters geneigd zijn om in een kort geding waarin een geldvordering aan de orde is, de rechtspraak van de Hoge Raad die is gevormd onder artikel 289 Rv (oud), thans artikel 254 Rv, toe te passen. Wij vragen ons in dit artikel af in hoeverre dat gezien de huidige tekst en de toelichting op het NAI-reglement juist is, in het bijzonder in zaken waarin buitenlandse partijen betrokken zijn.

Bijzonder nummer | Buiten de rechter om
Juli 2002
AA20020553

Internationale arbitrage en fundamenteel recht

Showing 1–12 of 17 results